Blog

5 vuistregels bij te late levering door een IT-leverancier

De uitvoering van IT-projecten gaat niet altijd over rozengeur en maneschijn. Termijnen worden niet gehaald, kwaliteit van het geleverde blijft achter en/of het project wordt te duur. Om een stok achter de deur te krijgen besluit de afnemer vaak om de leverancier te sommeren om binnen bepaalde tijd alsnog na te komen, gebreken te herstellen en de software op te leveren. De wet vereist dat je, voordat je een beroep kan doen op schadevergoeding en/of (bijvoorbeeld) ontbinding van de overeenkomst, de schuldenaar in verzuim moet zijn. Daarvoor is in de hoofdregel eerst een ingebrekestelling sturen. Maar wat nu als de schuldenaar al vaker een termijn heeft geschonden? Wat nu als de schuldenaar niet bevestigd dat hij binnen een bepaalde termijn alsnog zal nakomen? Moet je dan alsnog een ingebrekestelling sturen, waarbij een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld? Deze vraag is recent beantwoord door de Hoge Raad.

Hoge Raad: termijn voor nakoming is afhankelijk van de omstandigheden van het geval

De zaak betrof de bouw van een sportcomplex. Geen IT dus, maar de uitleg van de Hoge Raad is evengoed van toepassing op IT-projecten.

Wat was er aan de hand?

De hoofdaannemer en de onderaannemer hebben al enige tijd discussie over de termijn en de kwaliteit van het werk van de onderaannemer. De hoofdaannemer besluit de overeenkomst met de onderaannemer te ontbinden. De onderaannemer meent echter dat ze nog niet in verzuim was, omdat haar geen redelijke termijn voor nakoming was gesteld. De discussie in deze zaak spitst zich toe op de vraag of de hoofdaannemer de onderaannemer een langere termijn had moeten geven bij het uitbrengen van de ingebrekestelling.

Vijf vuistregels voor verzuim en ingebrekestelling

Het arrest van de Hoge Raad geeft daarbovenop een goed overzicht van het systeem van ingebrekestelling en verzuim. Daaruit zijn de volgende vijf vuistregels te destilleren:

  1. Als voor de nakoming geen termijn is bepaald dan is er pas sprake van verzuim wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld. Daarvoor is een schriftelijke aanmaning vereist waarbij de schuldenaar een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld. Als na het verstrijken van deze redelijke termijn herstel uitblijft, is er sprake van verzuim.
  2. De ingebrekestelling heeft als functie om de schuldenaar nog een laatste termijn voor nakoming te geven. Tot dat tijdstip is nakoming nog mogelijk zonder dat van verzuim sprake is. Komt de schuldenaar voor het verstrijken van dat tijdstip niet na, dan is de schuldenaar vanaf dat moment in verzuim.
  3. In de ingebrekestelling moet een redelijke termijn voor nakoming worden gegeven. De lengte van die termijn is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
    • De Hoge Raad bevestigt nu dat één van de relevante omstandigheden de tijd is die de schuldenaar vóór de ingebrekestelling al heeft gehad om zich voor te bereiden. Het maakt daarbij geen verschil of dit fatale termijnen waren of niet. Daardoor kan een termijn in de ingebrekestelling dus korter zijn, dan dat je in andere omstandigheden zou mogen verwachten.
    • De schuldenaar staat het in de meeste gevallen ook niet vrij om te wachten met het verrichten van voorbereidende handelingen totdat hij in gebreke is gesteld.
    • Bij de lengte van de termijn kan mede een rol spelen of de gestelde termijn gebruikelijk is in de branche waarin partijen actief zijn.
    • Ook door de schuldenaar zelf gewekte verwachtingen ten aanzien van de termijn van nakoming wegen mee.
  4. Een ingebrekestelling is niet altijd vereist. Als de schuldenaar tijdelijk niet na kan komen, of als uit zijn houding blijkt dat aanmaning nutteloos is, dan kan de schuldeiser volstaan met een schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat de schuldenaar voor het uitblijven van nakoming aansprakelijk wordt gesteld.
  5. Ook is er geen ingebrekestelling vereist in de volgende (niet-limitatieve) gevallen:
    • partijen hebben een fatale termijn (deadline) afgesproken, die is verstreken;
    • er is sprake van een onrechtmatige daad of van een verplichting tot betaling van schadevergoeding;
    • de schuldenaar doet een mededeling waaruit duidelijk is dat hij niet na gaat komen;
    • als een beroep van de schuldenaar op het ontbreken van een ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is;
      • De Hoge Raad bevestigt dat de omstandigheden van het geval mee kunnen brengen dat het verzuim van de schuldenaar ook intreedt indien de schuldenaar niet of niet toereikend reageert op een verzoek van de schuldeiser om binnen een redelijke termijn toe te zeggen dat hij binnen een gestelde, eveneens redelijke, termijn zal nakomen, of om zich binnen een redelijke termijn uit te laten over de wijze waarop en de termijn waarbinnen hij door de schuldeiser omschreven gebreken in de uitvoering van de overeenkomst zal herstellen.
      • De eisen die aan de reactie van de schuldenaar mogen worden gesteld, zijn afhankelijk van de omstandigheden. Daarbij is onder meer van belang hoe concreet de schuldeiser de te herstellen gebreken heeft aangeduid en hoe specifiek hij heeft aangedrongen op een mededeling van de schuldenaar. Bij de beoordeling of de schuldeiser uit de reactie van de schuldenaar, of uit het uitblijven daarvan, heeft mogen afleiden dat de schuldenaar niet tijdig of niet behoorlijk zou nakomen, kunnen ook latere feiten en omstandigheden van belang zijn.
    • als op grond van de redelijkheid en billijkheid een ingebrekestelling achterwege kan blijven.

Geen strakke regels

Van groot belang is dat de wettelijke regels over ingebrekestelling en verzuim geen strakke regels zijn die de schuldeiser, na raadpleging van de wet, in de praktijk naar de letter zal kunnen toepassen. Deze bepalingen zijn bedoeld om de rechter de mogelijkheid te geven om in de gevallen dat partijen – zoals meestal – zonder gedetailleerde kennis van de wet hebben gehandeld, tot een redelijke oplossing te komen naar gelang van wat in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van hen mocht worden verwacht. Met dit arrest van de Hoge Raad blijkt maar weer dat de omstandigheden van het geval van groot belang zijn bij de toepassing van deze wettelijke regels.

Contractuele afspraken

Als je hier meer zekerheid over wil bij het aangaan van een samenwerking, dan kan je daarover afspraken maken in de overeenkomst. De wettelijke regeling over ingebrekestelling en verzuim is namelijk van regelend recht: professionele partijen mogen daarvan afwijken. Zo kan bij het opstellen van de overeenkomst naar eigen inzicht vorm worden gegeven aan de (minimaal) vereiste termijn voor ingebrekestelling. Ook kan worden afgesproken dat in bepaalde omstandigheden verzuim zonder ingebrekestelling intreedt. Houd er echter wel weer rekening mee dat een beroep op een contractueel afwijkende afspraak over verzuim en ingebrekestelling onaanvaardbaar kan worden geacht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Gerelateerde berichten