Blog

A-G: Ook het uitlenen van e-books valt onder de uitleenexceptie

De rechtbank Den Haag heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de EU (hierna: HvJEU) over het uitlenen van e-books. De kern van deze vragen is of het uitlenen van e-books door openbare bibliotheken valt onder het leenrecht. Indien dit zo is mogen bibliotheken e-books uitlenen tegen betaling van de wettelijke vergoeding op grond van artikel 15c van de Auteurswet. Op 16 juni 2016 heeft de advocaat-generaal (hierna: A-G) in zijn conclusie aan het HvJEU geadviseerd om te oordelen dat onder het leenrecht ook valt het uitlenen van e-books.

Belang

De conclusie begint met een overweging waaruit direct blijkt wat het belang is van deze zaak:

“De bibliotheek is een zeer oud instituut. Zij bestond al eeuwenlang voor de uitvinding van het papier en de verschijning van het boek zoals wij dat nu kennen. Zij heeft zich in de XVe eeuw aan de uitvinding van de boekdrukkunst aangepast en er zelfs haar voordeel mee gedaan. Vervolgens heeft het auteursrecht – ontstaan omstreeks de XVIIIe eeuw – zich aan haar moeten aanpassen. En nu zijn wij getuige van een nieuwe revolutie: de digitale revolutie. Zal de bibliotheek ook deze ingrijpende verandering overleven? Zonder het belang van de onderhavige zaak te overdrijven, valt niet te ontkennen dat deze een reële kans biedt om de bibliotheken te helpen, niet alleen om te overleven maar ook om een nieuwe vlucht te nemen.”

Als wordt besloten dat het uitlenen van e-books door de bibliotheek onder het leenrecht valt, hoeven bibliotheken geen aparte e-booklicenties meer te sluiten met uitgevers. E-books kunnen dan gewoon los worden aangekocht door de bibliotheek en vervolgens tegen betaling van de wettelijke vergoeding worden uitgeleend. Dit heeft tot gevolg dat de collectie e-books van bibliotheken kan worden uitgebreid en dat ook nieuwe boeken vaker tot deze collectie zullen behoren.

Feiten in hoofdgeding

In een rapport dat is opgesteld in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is geconcludeerd dat de uitlening van e-books niet valt onder het leenrecht en om die reden kan de uitlening van e-books door openbare bibliotheken niet vallen onder de uitleenexceptie (artikel 15c Auteurswet).

De Vereniging Openbare Bibliotheken (hierna: VOB) is het niet eens met deze conclusie uit het rapport en vordert bij de rechtbank een verklaring voor recht dat de uitlening va e-books onder het leenrecht valt.

De rechtbank is van oordeel dat een beslissing op deze vordering afhankelijk is van de uitlegging van bepalingen van EU-recht – het Nederlandse auteursrecht is immers een uitwerking van een Europese richtlijn – en besluit prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU. De belangrijkste van deze vragen is of op het uitlenen van e-books valt onder het Europese leenrecht.

Overwegingen A-G

De A-G stelt allereerst vast dat de wetgever van de EU niet voornemens was om de uitlening van e-books onder het Europese leenrecht te laten vallen. De richtlijn met betrekking tot dit leenrecht dateert immers uit 1992 en toen heeft de wetgever nog niet voorzien dat boeken in de toekomst te downloaden zouden zijn. Volgens de A-G betekent dit echter niet dat het uitlenen van e-books niet onder het leenrecht vallen. Hij overweegt het volgende:

Ten eerste moet bij de uitlegging rekening worden gehouden met technologische ontwikkelingen, zodat niet telkens achter de feiten wordt aangelopen. Zo’n dynamische uitlegging is met name noodzakelijk op gebieden die sterk worden beïnvloed door technologische ontwikkeling, zoals in dit geval: het auteursrecht.

Ten tweede is de belangrijkste doelstelling van het auteursrecht de bescherming van belangen van auteurs. De situatie zoals deze nu is (het uitlenen van e-books op basis van licenties met uitgevers) is met name winstgevend voor uitgevers en niet zozeer voor auteurs. Als het uitlenen van e-books onder het leenrecht zou vallen, zouden auteurs naast een éénmalige vergoeding voor de verkoop van het e-book óók een vergoeding ontvangen voor het uitlenen van het boek (artikel 15c Auteurswet). Deze vergoeding hangt niet af van de licentieovereenkomst met de uitgever.

Tot slot komt de A-G met een vrij principieel argument, namelijk dat bibliotheken altijd al boeken hebben uitgeleend zonder hiervoor toestemming te hoeven vragen. De verklaring hiervoor is dat boeken niet als normale handelswaar worden beschouwd en dat een literaire creatie niet enkel en alleen een economische activiteit is: “Het belang van boeken voor het behoud van en de toegang tot cultuur heeft altijd zwaarder gewogen dan zuiver economische overwegingen.”

Indien het uitlenen van e-books niet onder het leenrecht valt, loopt de bibliotheek het gevaar dat zij in deze digitale samenleving haar rol niet meer kan vervullen.

Vervolg?

Het is nu afwachten of het HvJEU dit advies van de A-G zal overnemen. In de meeste gevallen gebeurt dit wel, maar het is ook mogelijk dat de uiteindelijke uitspraak hiervan afwijkt of dat het HvJEU een andere argumentatie kiest.

Wordt vervolgd…

Gerelateerde berichten