Blog

Bitcoins: Geld? Een vreemde zaak!

In 2014 heeft de rechtbank geoordeeld dat bitcoins niet kunnen worden gekwalificeerd als geld, omdat het op grond van een Europese verordening niet kan worden beschouwd als een “wettig betaalmiddel”. Van dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Ondertussen oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU) – impliciet – dat bitcoin wel geld is, althans dient te worden gelijkgesteld met een “wettig betaalmiddel”. Het hof heeft deze lijn van het HvJEU in zijn arrest van 31 mei 2016 echter niet gevolgd. Hoe zit het nu? Zijn bitcoins nu wel of geen geld? En wat zijn de gevolgen daarvan voor de praktijk?

Bitcoins gekocht maar niet geleverd

bitcoinsA en B hebben op 8 augustus 2012 een overeenkomst gesloten met betrekking tot de koop en verkoop van 2.750 bitcoins. B zou deze bitcoins aan A verkopen tegen een prijs van EUR 8,05 per bitcoin. Het zou gaan om een totaalbedrag van EUR 22.137,50. A betaalt het totaalbedrag aan B, maar B levert vervolgens slechts 990 van de afgesproken 2.750 bitcoins aan A. De overige 1.760 bitcoins heeft B nooit geleverd.

A stelt B in gebreke en uiteindelijk wordt de overeenkomst door A ontbonden, althans voor het gedeelte dat B nog niet was nagekomen.

Bij de rechter: bitcoins als “geld”? Schadevergoeding?

A vordert ten eerste dat voor recht wordt verklaard dat de bitcoin als “geld” in de zin van het Burgerlijk Wetboek dient te worden beschouwd. Daarnaast vordert A veroordeling van B tot voldoening van schadevergoeding anders dan in geld – namelijk door levering aan A van 1.760 bitcoins – terwijl B bij gebreke van nakoming hiervan automatisch gehouden zal zijn tot het betalen van schadevergoeding in geld, begroot op een bedrag van EUR 132.792,-. A komt tot dit bedrag, doordat na de ontbinding van de overeenkomst de waarde van de bitcoin enorm is gestegen. De bitcoin is in die tijd ongeveer 8 keer zoveel waard geworden.

Rechtbank: bitcoins geen geld

De rechter oordeelde dat bitcoints niet als “geld” kwalificeren. Volgens de parlementaire geschiedenis zou alleen al het “gangbare” geld juridisch als geld worden gekwalificeerd. Het moet allereerst worden vastgesteld dat het om een “wettig betaalmiddel” gaat. Volgens de rechter zou dit alleen de euro betreffen (op grond van de artikelen 10 en 11 van Verordening 974/98 van de Europese Gemeenschap). Bitcoins zouden daarom geen geld zijn.

Rechtbank: schadevergoeding

Volgens de rechtbank is de schade die voor vergoeding in aanmerking komt de schade die is geleden door A tot het moment van gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst. In de periode tussen het sluiten van de overeenkomst en de gedeeltelijke ontbinding door A is de waarde van de bitcoin met 1 euro gestegen. A heeft om die reden recht op 1760 x 1 euro, dus EUR 1.760,- aan schadevergoeding.

Hof: zijn bitcoins geld?

A komt in hoger beroep van het vonnis van de rechtbank. Daar verzoekt zij onder meer weer om een verklaring voor recht dat bitcoins “geld” zijn. Het hof waagt zich er echter niet aan: A doet volgens het hof geen rechtstreeks beroep op schadevergoeding wegens koerswijziging (art. 6:125 BW). Volgens het Hof bestaat er daarom geen noodzaak om uit te zoeken of bitcoins juridisch te kwalificeren zijn als geld.

Hof: bitcoins zijn zaken

Het hof komt uiteindelijk toch tot een juridische kwalificatie van de bitcoins, namelijk: de bitcoins zijn goederen en kunnen in dit geval worden beschouwd als gekochte zaken (art. 7:36 BW).

Het Hof komt daarmee in feite op hetzelfde oordeel als de rechter: de geleden schade van A moet worden begroot op EUR 1.760,-. Dit is immers de waardestijging van de bitcoin tussen de datum van sluiten van de koopovereenkomst en de datum van gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst.

Vreemde zaak

Het oordeel van het Hof is merkwaardig. Het HvJEU heeft namelijk vorig jaar geoordeeld dat bitcoins geen goederen of zaken zijn, maar juist gelijk gesteld moeten worden met een “wettig betaalmiddel”: bitcoins hebben enkel het doel om als betaalmiddel te dienen. Sterker nog, het HvJEU oordeelt dat het inwisselen van bitcoin tegen traditionele valuta niet onder het begrip “leveren van goederen” valt. Ik merk daarbij wel op dat het arrest van het HvJEU zag op de btw-richtlijn en dus een fiscale zaak betrof (en geen civiele).
Het hof volgt deze uitspraak dus niet en dit kan gevolgen hebben voor personen die handelen in bitcoins of bitcoins bezitten.

Gevolgen voor de praktijk

Er bestaat nu onduidelijkheid over de juridische kwalificatie van bitcoins. Enerzijds staat het oordeel van de rechtbank nog overeind dat bitcoins geen geld is. Het Hof laat zich daar niet over uit, maar oordeelt wel dat bitcoins zaken kunnen zijn die je kan kopen. Anderzijds heeft het HvJEU geoordeeld dat bitcoins wel gelijk moeten worden gesteld met “wettige betaalmiddelen” en niet onder het begrip “leveren van goederen” vallen (en dus dat de uitwisseling van bitcoins met ‘traditionele valuta’ is vrijgesteld van btw). Het is daarom nog maar de vraag of het oordeel van het Hof wel de juiste is. In ieder geval is het oppassen geblazen bij wanprestaties in de handel in bitcoins.

Met de opkomst van cryptocurrencies zoals bitcoins is de markt wel gediend bij duidelijkheid. Nu de rechtspraak deze duidelijkheid vooralsnog niet lijkt te hebben gegeven is de wens om een regelgevend kader misschien wel bittere noodzaak.

 

Geschreven door: Nick Vrugt & Wouter Dammers

Gerelateerde berichten