Blog

Brexit-serie deel 1: bevoegdheid en tenuitvoerlegging na de Brexit

De kranten en journaals worden al geruime tijd beheerst door de Brexit. En terecht, want het is groot en belangrijk nieuws. In 2016 gaven de Britten in een raadgevend referendum aan uit de Europese Unie (EU) te willen stappen. Sindsdien is de vraag – met name – op welke wijze het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de EU gaat stappen. De Britse premier May heeft al meermaals geprobeerd een deal te bereiken tussen de EU en het VK . Het Britse lagerhuis wijst een deal echter steeds af. De vraag is hoe het nu verder moet.

Voor het recht kan een Brexit grote gevolgen hebben. Er bestaat veel Europese regelgeving, bijvoorbeeld op het gebied van intellectueel eigendom, het consumentenrecht en privacy. In hoeverre is deze Europese regelgeving nog van toepassing op het VK als het VK uit de EU stapt?

Om antwoord op deze vraag te geven, hebben we besloten om een Brexit-serie te maken. In deze serie zullen een aantal blogs verschijnen waarin de gevolgen van een eventuele Brexit – op de rechtsgebieden waarin we zijn gespecialiseerd – worden uiteengezet. Vandaag zal ik de serie aftrappen met een blog over de gevolgen van een Brexit op het (formele) internationaal privaatrecht. Lees hier de andere delen:

Het internationaal privaatrecht

Het internationaal privaatrecht is een tak van het recht waarin nationale regels worden voorgeschreven voor internationale situaties. Anders dan de naam misschien doet vermoeden, is dus geen sprake van een uniform internationaal recht. Ieder land heeft zijn eigen internationaal privaatrechtelijke regels die worden toegepast op, kort gezegd, rechtsverhoudingen met een internationaal karakter. Denk hierbij aan een grensoverschrijdende onrechtmatige daad of een contract tussen partijen met een verschillende nationaliteit.

De afgelopen jaren is de samenleving in zekere zin gedigitaliseerd. Met name het internet speelt hierbij een belangrijke rol. Het internet is niet gebonden aan landsgrenzen. Sinds de komst van het internet is het internationaal privaatrecht daarom steeds van groter belang geworden.

Zoals aangegeven, bestaat het internationaal privaatrecht uit nationale regels voor internationale situaties. Ieder land is dan ook vrij om het eigen internationaal privaatrecht naar eigen inzicht in te richten. Maar vanwege het feit dat er veel Europese verordeningen bestaan die zien op het internationaal privaatrecht, is het internationaal privaatrecht in zekere zin geëuropeaniseerd.. Dit betekent dat de landen binnen de EU in beginsel dezelfde internationaal privaatrechtelijke regels hanteren. De nationale regels hoeven daardoor minder vaak te worden toegepast. Dit is fijn, omdat daardoor internationale verschillen in het internationaal privaatrecht worden vermeden. Vanwege de europeanisering van het internationaal privaatrecht zijn de gevolgen van een eventuele Brexit in de rest van Europa te voelen.

EU

De hoofdonderdelen van het internationaal privaatrecht

Naar Nederlandse opvatting bestaat het internationaal privaatrecht uit 3 hoofdonderdelen, namelijk uit het bevoegdheidsrecht, het conflictenrecht en het erkennings- en executierecht. Het bevoegdheidsrecht ziet op de vraag welke rechter in een internationale rechtsverhouding bevoegd is. Het conflictenrecht ziet op de vraag welk recht op een internationale rechtsverhouding van toepassing is. En het erkennings- en executierecht ziet op de vraag onder welke voorwaarden rechtskracht kan worden toegekend aan een buitenlands vonnis, en op welke wijze een veroordelend vonnis ten uitvoer kan worden gelegd.

Het bevoegdheidsrecht en het erkennings- en executierecht worden het formele internationaal privaatrecht genoemd. Het conflictenrecht wordt het materiële internationaal privaatrecht genoemd. In deze blog zal ik me beperken tot de (mogelijke) gevolgen van een Brexit voor het formele internationaal privaatrecht.

De EEX-Vo-II (Brussel-I-bis)

De belangrijkste verordening ten aanzien van het formele internationaal privaatrecht is de herziene EEX-verordening (EEX-Vo-II), ook wel aangeduid als de Brussel-I-bis-verordening. In de EEX-Vo-II zijn de algemene bevoegdheidsregels en de regels voor erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen opgenomen.

De EEX-Vo-II is een herziene versie van de EEX-Vo. Ten opzichte van de EEX-Vo zijn in de EEX-Vo-II enkele wijzigingen te vinden. Veelal zijn dit kleine wijzigingen die van geringe betekenis zijn. De belangrijkste wijziging is een wijziging in de regeling met betrekking tot de erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen.

Onder de EEX-Vo was namelijk – voor de tenuitvoerlegging van een in een andere lidstaat gewezen vonnis – een verklaring van uitvoerbaarheid vereist. De partij die een vonnis ten uitvoer wilde leggen, moest bij de rechter in het land van tenuitvoerlegging eerst een verklaring van uitvoerbaarheid vragen. Daarna kon pas tot tenuitvoerlegging worden overgegaan.

Op grond van de EEX-Vo-II vindt de tenuitvoerlegging van een – in een andere lidstaat gewezen – vonnis plaats zonder dat een verklaring van uitvoerbaarheid is vereist. Kortom, de partij die een in een lidstaat gewezen vonnis ten uitvoer wil leggen in een andere lidstaat, kan zich rechtstreeks in die andere lidstaat tot de deurwaarder wenden om het vonnis ten uitvoer te leggen.

De bijzondere positie van het Verenigd Koninkrijk in de EU

Binnen de EU heeft het VK  een bijzondere positie. Het VK heeft zich immers het recht voorbehouden om bij iedere maatregel die door de EU wordt genomen met betrekking tot burgerlijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen te kiezen of zij daar al dan niet aan gebonden wil zijn. Voor wat betreft de EEX-Vo-II heeft het VK verklaard om daaraan deel te nemen. Het VK is dus ook partij bij de EEX-Vo-II en gebonden aan de inhoud daarvan.

Mogelijke gevolgen van een Brexit

Wat de gevolgen van de Brexit zijn voor het internationaal privaatrecht is afhankelijk van de deal die tussen het VK en de EU wordt gesloten. Ten aanzien van de gevolgen van een Brexit voor het formele internationaal privaatrecht zal in dit geval worden uitgegaan van een “no deal-Brexit”. Simpelweg omdat er (nog) geen deal is, en de inhoud daarvan dus (nog) niet bekend is. Een “no deal-Brexit” houdt in dat het VK de EU verlaat zonder uittredingsovereenkomst.

Als het VK – zonder deal – uit de EU treedt, is de European Communities Act niet meer van toepassing op het VK. Dat betekent dat het VK ook geen partij meer zal zijn bij de EEX-Vo-II. Kortom, als er verder niets gebeurt, kunnen er lastige situaties ontstaan in het geval van internationale rechtsverhoudingen tussen bedrijven in de EU en bedrijven in het VK. Bijvoorbeeld doordat vonnissen van Europese rechters niet in het VK worden erkend en/of ten uitvoer kunnen worden gelegd, en andersom.

Er zijn echter mogelijkheden, waardoor de gevolgen van een “no deal-Brexit” enigszins beperkt kunnen blijven.

Toetreding tot het Verdrag van Lugano?

De wat mij betreft meest wenselijke optie – bij een “no deal-Brexit” – is dat het VK toetreedt tot het Verdrag van Lugano. Er zijn enkele landen in Europa die geen lid zijn van de EU, maar wel van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA). Het betreft momenteel de landen Zwitserland, Noorwegen en IJsland. Deze EVA-landen zijn geen lid van de EU, en dus ook geen partij bij de EEX-Vo-II. Zij hebben echter wel afspraken gemaakt met de EU over het formele internationaal privaatrecht, namelijk in het Verdrag van Lugano. Dit wordt ook wel het “Parallelverdrag” genoemd, omdat de bepalingen nagenoeg gelijk zijn aan (de oude versie van) de EEX-Vo.

Indien er een Brexit komt, en het VK dus uit de EU treedt, is het mogelijk dat het VK – net als Noorwegen, Zwitserland en IJsland – partij wordt bij het Verdrag van Lugano. De gevolgen van een Brexit voor het formele internationaal privaatrecht zijn in dat geval te overzien. De gevolgen zullen zich dan beperken tot de verschillen tussen de EEX-Vo-II en het Verdrag van Lugano. Met name is daarbij relevant het eerder besproken vereiste dat voor de tenuitvoerlegging van een in een andere lidstaat gewezen vonnis een verklaring van uitvoerbaarheid is vereist.

Tot slot

Al met al kan worden geconcludeerd dat er nog veel onduidelijkheid is met betrekking tot de gevolgen van een Brexit voor het formele internationaal privaatrecht. Met name omdat er (nog) geen deal is, en onduidelijk is wat het het VK en de EU in het geval van een “no deal-Brexit” gaan regelen. Bij een eventuele toetreding van het VK tot het Verdrag van Lugano blijven de gevolgen voor het formele internationaal privaatrecht enigszins beperkt.

Totdat er meer duidelijkheid is over de gevolgen voor het formele internationaal privaatrecht, kan ik in elk geval één advies geven voor contracten die worden gesloten met partijen uit het VK:

Kom overeen dat geschillen worden beslecht door middel van arbitrage!

Indien immers de rechtbank bevoegd is, kan je – in het geval van een Brexit – bij een eventueel veroordelend vonnis problemen krijgen met de erkenning en de tenuitvoerlegging daarvan. De EEX-Vo-II is dan namelijk (mogelijk) niet meer van toepassing. Ten aanzien van arbitrale vonnissen speelt dit gevaar niet. Ten aanzien van arbitrale vonnissen is namelijk een internationaal verdrag gesloten, waarbij het lidmaatschap van het VK van de EU niet relevant is. Dit is de Conventie van New York. Buitenlandse arbitrale vonnissen kunnen op grond van dit internationale verdrag worden ten uitvoer gelegd. Kortom, kom voor de zekerheid arbitrage overeen!

Gerelateerde berichten