Blog

Cryptocoinconflict: Ethers en cryptomining in de rechtbank

Aan cryptovaluta kan je op twee manieren komen: of je koopt ze, of je produceert ze zelf. Dat laatste staat bekend als minen of cryptomining en is een hele industrie op zich. Bubbel of belofte, een ding is zeker: een hype is het zeker. En waar geld is, zijn conflicten. En zo’n conflict ligt zeker op de loer als je een ander inschakelt om met jouw computers cryptovaluta te laten minen. En als je op een gegeven moment geen cryptovaluta meer krijgt uitbetaald. En zeker als dan ook je cryptomining-computers niet meer worden afgegeven.

Cryptomining rechtszaak

Dit gebeurde in een recente rechtszaak voor de Rechtbank Midden-Nederland (Utrecht). Wat was er aan de hand?

Ether rechtspraak

Cryptominen van Ether

De eiser in die zaak, Bluemining, houdt zich bezig met het minen van cryptovaulta (cryptomining), waaronder Ether (de cryptocoin, of eigenlijk het token, op de Ethereum blockchain). Bluemining heeft op een gegeven moment twintig cryptomining-computers gekocht van een partij die een datacentrum beheert voor zichzelf en voor haar klanten (hierna: het Datacentrum). De computers staan in het Datacentrum en deze zorgt met deze mining computers van Bluemining voor het minen van Ether voor Bluemining. Het Datacentrum zou voor deze cryptomining activiteiten – volgens mondelinge overeenkomst – 10% van de geminede Ether als commissie ontvangen.

Cryptocoin conflict

In het begin verloopt het goed: de geminede Ether komt in de wallet van het Datacentrum, en na aftrek van de overeengekomen commissie maakt het Datacentrum de Ether wekelijks over naar de wallet van Bluemining. Het blijkt echter van korte duur te zijn: na een kleine twee maanden geeft het Datacentrum er de brui aan: er wordt geen Ether meer overgemaakt naar Bluemining, ondanks dat ze erkent dat er nog wel Ether is gemined. Maar niet alleen komt er geen Ether meer binnen voor Bluemining: ook haar computers worden van het netwerk afgesloten. Met klap op de vuurpijl stuurt het Datacentrum nog een factuur aan Bluemining een factuur ten bedrage van EUR 38.204,59 voor kennelijk 149,64 teveel overgemaakte Ether.

Afgifte van Ether en cryptomining-computers

Bluemining kiest er vervolgens voor om een advocaat in de hand te nemen. De advocaat stuurt aan het Datacentrum een e-mail waarin Bluemining de afgifte vordert van de twintig cryptomining-computers en de Ether die gemined is door de computers nadat het Datacentrum is gestopt met het overmaken daarvan.

Het Datacentrum reageert daarop en stelt dat ze per ongeluk teveel Ether zou hebben overgemaakt – en dat daarom de recent geminde Ether is verrekend met de eerder teveel betaalde Ethers. Bluemining kan zich daar niet in vinden, en vordert in kort geding de afgifte van de twintig mining computers en de geproduceerde Ether, e.e.a. op straffe van een dwangsom als daar niet tijdig aan wordt voldaan.

Bluemining meent namelijk dat gedaagde de cryptomining-computers ten onrechte onder zich houdt, en dat zij de computers ten onrechte pas wil afgeven zodra Bluemining de factuur vanwege teveel uitbetaalde Ether zou voldoen. Het Datacentrum heeft volgens Bluemining echter niet onderbouwd waarom teveel Ether zou zijn overgeboekt. Doordat het Datacentrum de Ether niet overmaakt, kan Bluemining de afspraken met klanten niet nakomen waardoor haar bedrijfsvoering in gevaar komt.

Het oordeel van de rechter

De rechter komt er dan aan te pas om te oordelen of de Gedaagde de mining computers moet afgeven, en of de geminede Ethers moeten worden overgemaakt. En die oordeelt als volgt.

Eigendom van cryptominingcomputers en Ethers

Allereerst staat het tussen partijen kennelijk niet ter discussie dat Bluemining eigenaar is van de twintig mining computers. Ook staat het niet ter discussie dat Bluemining recht heeft op de Ethers die op haar computers zijn gemined.

Opschorting en verrekening

Wel stelt het Datacentrum dat zij ook eigen mining computers in het datacentrum heeft staan, en dat zij per ongeluk ook eigen geminede Ethers zou hebben overgemaakt aan Bluemining. Ze voert ook aan dat ze over de geminede Ethers per ongeluk niet haar eigen commissie van 10% Ether in mindering zou hebben gebracht op de overgemaakte Ethers. Daardoor zou ze ruim 150 Ether teveel hebben uitgekeerd. Het Datacentrum stelt daarom dat ze de verplichting tot afgifte van de mining computers zou hebben opgeschort, en de geminende Ethers zou hebben achtergehouden met een beroep op verrekening.

Beperking van het kort geding

Omdat de zaak een kort geding betreft, beantwoordt de rechter in dit geval alleen de vraag of het nu voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat het Datacentrum te veel Ethers aan Bluemining heeft uitgekeerd en of zij op grond daarvan een beroep mocht doen op verrekening en opschorting. Is dat antwoord ‘nee’, dan zijn de vorderingen van Bluemining toewijsbaar, aldus de rechter.

Bewijslast

In dat kader is het van belang dat het Datacentrum zich verweert tegen de verplichting tot afgifte. Het Datacentrum voert daarmee een zogenaamd “bevrijdend verweer”. Dat betekent dat de bewijslast op haar rust. Het Datacentrum moet de stelling onderbouwen dat zij teveel Ether heeft overgemaakt aan Bluemining.

Het Datacentrum heeft het daar moeilijk mee. Kennelijk heeft ze aangevoerd dat het zeer ingewikkeld zou zijn om de precieze aantallen geminede Ethers te achterhalen. Het zou voor Bluemining makkelijker zijn om inzichtelijk te maken hoeveel Ethers zij heeft overgemaakt aan haar klanten. Bluemining zou daarvan 25% commissie inhouden op de van het Datacentrum ontvangen Ethers, en omdat zij minder dan 75% van de ontvangen Ethers zou hebben overgemaakt aan klanten, zou daaruit volgen dat het Datacentrum teveel heeft betaald, aldus het Datacentrum. Bluemining zou daarom openheid moeten geven omdat zij in “bewijsnood” verkeert.

Jammer voor het Datacentrum, maar dan had ze toch een andere weg moeten kiezen (zoals bijvoorbeeld het leggen van bewijsbeslag, of het houden van een getuigenverhoor). Bewijsnood zorgt immers niet voor een omkering van de bewijslast. De rechter maakt dus korte metten met dit verweer.

Teveel uitgekeerde Ethers niet aannemelijk gemaakt

Sterker nog: Bluemining heeft betwist dat zij 25% commissie zou hebben toegezegd. Ook is Het Datacentrum kennelijk heel goed in staat te melden wat de opbrengst aan Ethers was, doordat zij dit eerder aan Bluemining heeft laten weten in een Whatsapp bericht.

Ook een overzicht met een benadering van het aantal geminede Ethers kan het Datacentrum niet helpen: daaruit volgt niet hoeveel Ethers precies aan Bluemining zijn overgemaakt en/of op hoeveel Ether zij recht had. Ook blijkt er niet uit dat teveel Ether zou zijn overgemaakt. Volgens het Datacentrum zou een deskundige dit kunnen achterhalen, maar dit zou een tijdrovende klus zijn die specifieke kennis vereist. Daarvoor is in kort geding geen plaats.

Veroordeling en dwangsommen

Eén en ander leidt ertoe dat het Datacentrum zich niet kan beroepen op opschorting. Ook moeten de mining-computers aan Bluemining worden afgegeven. Als dat niet binnen 48 uur gebeurt moet het Datacentrum een dwangsom betalen. Opmerkelijk is dat daaraan een maximum is gesteld van € 40.000,- – dat gezien de waarde van mining computers relatief laag is.

Ook het beroep op verrekening wordt afgewezen. Bluemining heeft recht op de gegenereerde opbrengst. De vordering tot afgifte van bijna 40 geminede Ethers wordt daarom toegewezen. Ook dit moet binnen 48 uur gebeuren. Daaraan wordt ook een dwangsom gekoppeld, omdat een dwangsom niet kan worden gezien als een betaling van een geldsom (voor betalings van een dwangsom is immers geen dwangsom toegestaan). Ethers zijn net als Bitcoin geen betaalmiddel. De rechtbank verwijst in dat kader in fiscale zin naar het arrest van het Hof van Justitie van de EU in de zaak  Hedqvist (HvJ EU 22 oktober 2015 C-264/15 (Hedqvist)). Opmerkelijk overigens, omdat ze in civiele zin ook gewoon naar de Nederlandse rechter had kunnen verwijzen. De voorzieningenrechter gaat er daarom voorshands vanuit dat Ether een goed is, zodat aan het overmaken van Ethers een dwangsom kan worden verbonden. De dwangsom wordt gemaximeerd op € 20.000,-. Ook dat is een relatief lage dwangsom, aangezien de waarde van de 40 Ether momenteel bijna € 40.000,- is.

Ten slotte moet het Datacentrum schriftelijke verantwoordelijk afleggen van de hoeveelheid Ethers die door haar computers gemined zijn in de periode waarvan het nog niet bekend was wat de opbrengst was. Ook dat moet binnen 48 uur gebeuren, op straffe van een (beperkte) dwangsom van maximaal € 3.000,-.

Smart contract!

Het Datacentrum verliest deze zaak dus op alle fronten. Het is de vraag of Bluemining inderdaad de mining-computers en Ether heeft ontvangen, of dat er nadere maatregelen nodig waren. In ieder geval zullen partijen bij deze zaak hebben geleerd om in het vervolg afspraken goed op papier – of wellicht in een smart contract – te zetten.

Gerelateerde berichten