Blog

E-mails ontvangen door de wederpartij? Bewijs het maar!

Op ITenRecht.nl kwam ik een recente uitspraak van de kantonrechter tegen met betrekking tot een auteursrechtinbreuk. Naast de auteursrechtinbreuk speelde de vraag of bepaalde e-mails al dan niet waren ontvangen. Zoals ook uit deze zaak blijkt, blijft het lastig om dit te bewijzen. In deze blog zal ik de zaak kort bespreken.

Wat was het geval?

Het volgende was aan de hand. Eiser biedt via de website www.freedisclaimer.eu een door hem geschreven disclaimer aan. De disclaimer mag gratis door gebruikers worden gebruikt, indien de gebruikers aan de daarbij gestelde gebruiksvoorwaarden voldoen. Gedaagde heeft de disclaimer op zijn eigen website geplaatst, maar heeft daarbij nagelaten om de gebruiksvoorwaarden na te leven.

E-mails en brief

Eiser stelt dat hij gedaagde op 1 december 2015, 14 december 2015, 28 december 2015 en 8 januari 2016 door middel van e-mailberichten op de hoogte heeft gesteld dat inbreuk wordt gemaakt op de auteursrechten van eiser. Eiser zou in deze e-mailberichten aan gedaagde hebben verzocht om de gebruiksvoorwaarden na te leven of om de disclaimer van de website te verwijderen. Vervolgens zou eiser op op 14 januari 2016 via de gewone post (en ook per e-mail) een brief hebben gezonden aan gedaagde, waarin gedaagde wordt gesommeerd te stoppen met het maken van auteursrechtinbreuk, de door eiser gemaakte kosten aan eiser over te maken (een bedrag ter hoogte van EUR 693,67) en een onthoudingsverklaring te tekenen. Saillant detail hierbij is dat eiser zelf advocaat is en de “bij zichzelf gedeclareerde uren” van gedaagde vordert.

Gedaagde betwist de e-mails en de brief te hebben ontvangen.

Telefoongesprek

Op 26 januari 2016 heeft een telefoongesprek tussen partijen plaatsgevonden. Eiser heeft de inhoud van dit gesprek per e-mail bevestigd. Gedaagde heeft hierop per e-mail gereageerd dat hij de eerder verstuurde e-mails en de brief nooit heeft ontvangen.

Op 5 februari 2016 stelt Eiser vast dat de disclaimer van de website van gedaagde is verwijderd. Gedaagde geeft aan dit binnen 24 uur na het telefoongesprek van 26 januari 2016 te hebben gedaan.

Vordering

Eiser vordert van gedaagde betaling van de handhavingskosten ter hoogte van (inmiddels) EUR 962,00, de wettelijke rente en de proces- en nakosten.

Wat oordeelt de kantonrechter: auteursrechten?

Eiser stelt dat zijn auteursrechten zijn geschonden, omdat de gebruiksvoorwaarden niet door gedaagde zijn nageleefd. De kantonrechter oordeelt dat dit juist is. De woordkeus en de opmaak van de disclaimer zijn het gevolg van creatieve keuzes van eiser. Daarnaast is niet gebleken dat de disclaimer is ontleend aan een ander werk. De disclaimer is dan ook auteursrechtelijk beschermd. De kantonrechter oordeelt verder dat gedaagde niet heeft voldaan aan de gebruiksvoorwaarden en dat dus sprake is van een auteursrechtinbreuk. Eiser heeft hierdoor recht op een schadevergoeding van gedaagde. In deze procedure wordt echter door eiser geen schadevergoeding gevorderd, maar vordert eiser de handhavingskosten op grond van artikel 1019h Rv. Dit zijn de kosten die eiser heeft gemaakt om haar auteursrechten te handhaven.

Handhavingskosten toewijsbaar?

De kantonrechter stelt vast dat gedaagde de ontvangst van de e-mails en de brief van voor 26 januari 2016 gemotiveerd heeft betwist. Eiser dient dan ook op grond van artikel 3:37 BW te stellen en te onderbouwen dat gedaagde deze e-mails en brief wel heeft ontvangen. De kantonrechter oordeelt dat eiser dit onvoldoende heeft gedaan: Eiser heeft slechts gesteld dat het onaannemelijk is dat gedaagde deze stukken niet heeft ontvangen, omdat de e-mails en brief naar het juiste (e-mail)adres zijn gestuurd. De kantonrechter acht dit onvoldoende.

Het gevolg dat de kantonrechter hieraan verbindt is dat gedaagde slechts handhavingskosten is verschuldigd vanaf 26 januari 2016. Ervan uitgaande dat gedaagde de e-mails en brief niet heeft ontvangen, was gedaagde immers pas op de hoogte van de inbreuk op 26 januari 2016. De handhavingskosten die gedaagde dient te vergoeden zijn dan ook slechts EUR 148,56 in plaats van de gevorderde EUR 962,00.

En de proceskosten?

Verder oordeelt de kantonrechter dat de gebruiksvoorwaarden niet voldoende duidelijk op de website zijn geplaatst. Pas als je als gebruiker bij de betreffende disclaimer op een link klikt, komt de webpagina met onder meer een lijstje gebruiksvoorwaarden in beeld. Meer voor de hand had gelegen om de gebruiksvoorwaarden direct in beeld te brengen bij de disclaimer. Door deze wijze van publiceren wordt onbewuste auteursrechtinbreuk in de hand gespeeld, aldus de kantonrechter. Besloten wordt dan ook om de proceskosten te compenseren, in die zin dat partijen ieder de eigen kosten dragen.

Gebruiksvoorwaarden

[UPDATE] Opvallend is dat in deze zaak niet wordt getoetst of de gebruiksvoorwaarden daadwerkelijk van toepassing zijn. Gebruiksvoorwaarden kwalificeren als algemene voorwaarden. Algemene voorwaarden zijn van toepassing als is voldaan aan de volgende tweestappentoets:

  1. zijn de algemene voorwaarden overeengekomen, en;
  2. kan je je op die inhoud hiervan beroepen?

Ten aanzien van de eerste stap geldt aanbod en aanvaarding. Als de algemene voorwaarden door de gebruiker zijn aangeboden en door de wederpartij zijn aanvaard, dan zijn ze overeengekomen en is voldaan aan de eerste stap.

Ten aanzien van de tweede stap geldt een informatieplicht voor de gebruiker. De wederpartij moet een redelijke mogelijkheid zijn geboden om kennis te nemen van de algemene voorwaarden. Hoofdregel hierbij is dat de algemene voorwaarden aan de wederpartij ter hand zijn gesteld. Bij elektronische handel (zoals in dit geval) mogen de algemene voorwaarden via een link ter hand worden gesteld, mits de algemene voorwaarden door de wederpartij kunnen worden opgeslagen.

Zoals gezegd, worden gebruiksvoorwaarden gezien als algemene voorwaarden. Voor gebruiksvoorwaarden geldt dan ook dezelfde tweestappentoets. In onderhavige zaak lijkt hieraan niet te zijn voldaan. Uit de feiten blijkt immers niet dat de gebruiksvoorwaarden zijn overeengekomen (er is nergens een akkoord op de algemene voorwaarden). Ook valt te betwijfelen of de gebruiksvoorwaarden deugdelijk ter hand zijn gesteld. De gebruiksvoorwaarden zijn te vinden via een link, maar staan op een pagina tussen allemaal “Veelgestelde vragen” wat niet zorgt voor veel duidelijkheid. Ik betwijfel dan ook of eiser zich wel op de gebruiksvoorwaarden kan beroepen.

Conclusie

Eiser had in deze zaak beter kunnen motiveren dat de e-mails daadwerkelijk waren aangekomen. Sluitend bewijs dat een e-mail is ontvangen is natuurlijk lastig, tenzij een reactie op of een ontvangstbevestiging van de e-mail is ontvangen. In een eerdere rechtszaak had een partij de trackinginformatie opgevraagd bij haar hostingprovider. Hieruit viel af te leiden dat het mailbericht was afgegeven aan de mailserver van de wederpartij. De rechtbank achtte dit wel voldoende om te concluderen dat de mails daadwerkelijk waren ontvangen. Wellicht dat eiser dat in deze zaak ook had kunnen proberen.

Indien eiser sluitend bewijs had willen hebben dat de e-mails en de brief door de gedaagde waren ontvangen, had hij een reactie op de e-mails kunnen vragen en de brief aangetekend kunnen versturen in plaats van met de gewone post.

Daarnaast betwijfel ik of eiser zich wel op de gebruiksvoorwaarden kan beroepen, nu niet uit de feiten blijkt dat deze zijn overeengekomen. Ook twijfelachtig is of deze deugdelijk ter hand zijn gesteld.

Gerelateerde berichten