Blog

Een billijke vergoeding voor musici (en auteurs en kunstenaars)

Afgelopen week stond het groot in Trouw: ‘musici zijn het zat om voor nop te komen spelen’. In dat artikel staat dat grote concertzalen musici vragen om tijdens hun gratis lunchconcerten te komen spelen, maar dat er dan weinig tot geen budget is voor de musici. Vandaag kwam er een vervolg: vandaag wordt er een rapport aan de minister van OCW aangeboden waarin staat dat er 25 miljoen nodig is om kunstenaars eerlijk te kunnen betalen.

Niet alleen voor musici, maar ook voor werkenden in andere cultuursectoren (denk aan fotografen, schrijvers, grafisch ontwerpers en vertalers) is het niet vanzelfsprekend dat er netjes betaald wordt. Sterker nog: in sommige sectoren wordt een auteur of kunstenaar al gauw ingeruild voor een ander als hij of zij klaagt over de vergoeding. Platform Makers publiceerde hier afgelopen jaar een boekje over met een veelzeggende titel: ‘werken voor een kratje bier’.

Mag dit nu zomaar? Nee, de auteur heeft recht op een billijke vergoeding.

Contractenrecht

Het uitgangspunt is echter dat partijen in principe met elkaar mogen afspreken wat zij zelf willen. Dit is het beginsel ‘contractvrijheid’ en staat in ons civiele recht hoog in het vaandel. Het idee hierbij is dat partijen zo veel mogelijk vrij moeten worden gelaten in wat zij met elkaar kunnen afspreken. Als deze afspraken door beide partijen worden aanvaard, kunnen partijen bovendien op de inhoud van die overeenkomsten vertrouwen. Als gevolg daarvan ontstaat er rechtszekerheid. Ook een overeenkomst waarbij de ene partij er duidelijk veel meer op vooruit gaat dan de ander is mogelijk, denk aan de eenvoudige vriendendienst of een dienst die je verricht om je CV te verbeteren.

Uitzondering 1: Bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden of dwaling

Toch is deze contractvrijheid lang niet onbeperkt. Zo staat in de artikelen 3:44 en 6:228 BW dat een overeenkomst die is gesloten onder invloed van bedreiging, bedrog, misbruik van omstandigheden of dwaling vernietigbaar is. De reden hiervoor is dat die partij niet vrij was in de beslissing om de overeenkomst te sluiten.

Uitzondering 2: De redelijkheid en billijkheid

Een andere beperking van de contractvrijheid staat in artikel 6:248 BW. Op grond van de redelijkheid en billijkheid kan de rechter de overeenkomst aanvullen of beperken. Op grond van artikel 6:248 kan een afgesproken vergoeding te laag zijn (waardoor de overeenkomst moet worden aangevuld) of kan de afgesproken vergoeding buiten beschouwing worden gelaten (waardoor de overeenkomst moet worden beperkt).

De redelijkheid en billijkheid zijn een open norm, die door de rechter moet worden uitgelegd. Toch volgt uit de jurisprudentie dat partijen in ieder geval rekening moeten houden met ‘de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij’.

Uitzondering 3: Afwijkende regels

Een derde uitzondering is de situatie waarin de wetgever afwijkende regels heeft opgesteld. Omdat deze vaak van ‘dwingend recht’ zijn, kunnen partijen daar niet omheen. Voorbeelden hiervan zijn de consumentenbescherming en de werknemersbescherming. De reden hiervoor is dat de consument of de werknemer als de ‘zwakke partij’ worden gezien, in vergelijking tot respectievelijk een multinational of een werkgever.

Interessant is dat er sinds 2015 ook afwijkende regels in de wet staan voor auteurs en kunstenaars, waarin staat dat zij recht hebben op ‘een billijke vergoeding’.

Rechtsbijstandsverzekering

De billijke vergoeding

In artikel 25c van de Auteurswet staat dat de auteur van een beschermd werk het recht heeft op een billijke vergoeding in ruil voor de exploitatie van de auteursrechten. Dit artikel geldt niet alleen voor ‘auteurs’ (bijvoorbeeld de componist van een werk) maar op grond van artikel 2b van de Wet op de naburige rechten ook voor uitvoerende kunstenaars (zoals de musici).

Auteurscontractenrecht

Artikel 25c staat sinds 2015 in de Auteurswet. Het artikel maakt onderdeel uit van het hoofdstuk waarin het auteurscontractenrecht is geregeld. In dat hoofdstuk staat bijvoorbeeld ook dat de auteur recht heeft op een extra vergoeding als het werk een enorm succes blijkt (bestseller-bepaling). Ook kan de auteur de overeenkomst ontbinden als zijn auteursrechten niet voldoende worden geëxploiteerd (non usus-bepaling).

In de Memorie van Toelichting staat het doel van de invoering van het hoofdstuk (Kamerstukken II 2011-2012, 33308, nr. 3: (MvT), p.1.):

‘Dit wetsvoorstel heeft tot doel de contractuele positie van auteurs en uitvoerende kunstenaars ten opzichte van de exploitanten van hun werken te verstevigen.’

Anders dan de auteur is de exploitant meestal een professionele partij die op regelmatige basis een contract sluit en financieel sterk genoeg is om zich juridisch voor te laten lichten (Ibid.).

Om die reden bevindt de auteur zich in een zwakkere onderhandelingspositie, waardoor er niet vanzelf een billijke vergoeding wordt overeengekomen.

Bovendien dient een billijke vergoeding een groter belang dan alleen dat van de auteurs, namelijk (Kamerstukken II 2011-2012, 33308, nr. 3: (MvT), p.13):

‘Het vaststellen van een billijke vergoeding bevordert dat auteurs in staat blijven bij te dragen aan de culturele diversiteit binnen het Nederlands taalgebied. Daarom is in het tweede lid expliciet bepaald dat de vaststelling van een billijke vergoeding op een zodanige wijze plaatsvindt dat daarmee de belangen zoals genoemd in het tweede lid (behoud van culturele diversiteit, toegankelijkheid van cultuur, een doelstelling van sociaal beleid of het consumentenbelang) gediend zijn.’ (onderstreping CE)

Betekenis van het woord billijk

Maar, je raadt het al, het woord ‘billijk’ is vaag. Om die reden kan artikel 25c (jammer genoeg) geen concrete aanknopingspunten bieden.

In de zoektocht naar de betekenis van het woord ‘billijk’ moet er uiteraard naar de wetsgeschiedenis worden gekeken. Daaruit volgt dat de hoogte van de billijke vergoeding in ieder geval afhangt van de omstandigheden van het geval. Relevante omstandigheden zijn ‘de aard en de omvang van de verleende exploitatiebevoegdheden, de marktverhoudingen en de exploitatierisico’s’ (Kamerstukken II 2012-2013, 33308, nr. 6, p. 6).

Verder zijn de omvang van het werk, het genre en de onderhandelingspositie van de auteur relevante aspecten die moeten worden meegewogen (Kamerstukken II 2012-2013, 33308, nr. 6, p. 19.).

Hierbij moet rekening worden gehouden met wat in de branche gebruikelijk is, mits dat billijk is (Kamerstukken I 2014-2015, 33308, C: (MvA), p. 6.). De vergoeding kan onder omstandigheden ook samenhangen met de exploitatie-opbrengst (Handelingen II 2014-2015, 52, p. 12).

Praktijk

Alhoewel de bedoelingen goed zijn geweest, heeft de invoering van artikel 25c Auteurswet nog niet tot gevolg dat auteurs en kunstenaar tegenwoordig een billijke vergoeding ontvangen.

Auteurs en kunstenaars zouden deze echter wel op grond van het bovenstaande kunnen afdwingen. Als zij weinig tot niks betaald krijgen, is er namelijk een kans dat de exploitant geen rekening heeft gehouden met de gerechtvaardigde belangen van de auteur (civiel recht) of dat de rechter oordeelt dat de omstandigheden van het geval niet genoeg zijn meegenomen bij de vaststelling van de vergoeding.

Uit het boekje van Platform Makers blijkt echter dat de auteur of kunstenaar niet zo makkelijk naar de rechter stapt, omdat ze bang zijn om hun baan kwijt te raken. Auteurs zeggen – en vaak alleen anoniem – dat er voor hen altijd een ander is die wel bereid is om voor het lage bedrag te werken. Door de overeengekomen vergoeding aan te vechten worden de kansen op toekomstig werk dus op zijn zachtst gezegd bemoeilijkt.

Met de invoering van het auteurscontractenrecht is er overigens een speciale Geschillencommissie opgericht, maar daarbij geldt als groot obstakel dat partijen niet verplicht zijn om te verschijnen.

Oplossingen

De exploitant

De exploitant (bijv. de uitgever) zal zich echter vaak ook niet in een situatie bevinden die om over naar huis te schrijven is. Als gevolg van bijvoorbeeld de digitalisering zullen de inkomsten in veel gevallen eenvoudigweg omlaag zijn gegaan. Daarom ligt de oplossing denk ik niet alleen bij de exploitant en zijn portemonnee.

De consument

Hier is wat mij betreft allereerst een (kleine) rol voor de consument weggelegd: concerten kunnen niet gratis zijn, want er wordt keihard voor gewerkt. Kranten kunnen niet gratis zijn, want er werken talloze journalisten aan de totstandkoming van de krant. Etcetera. Dit stukje bewustwording is met de recente nieuwsartikelen hopelijk weer eens aangezwengeld.

De wetgever

Een andere oplossing ligt denk ik bij de wetgever. De Staten-Generaal heeft een flinke stap in de richting van de auteur willen zetten, maar maakt deze stap niet af. Als gevolg daarvan is het recht op de billijke vergoeding een lege huls die nog geen verandering teweeg brengt in contracten. Bovendien wordt uitsluitsel over de betekenis van het woord ‘billijk’ nu over de schutting van de rechters gegooid, terwijl zij ook niet de perfecte billijke vergoeding uit hun duim kunnen zuigen. Zoals gezegd wordt er vandaag een rapport aan de minister van OCW aangeboden waarin staat dat er extra subsidies nodig zijn. Ik vraag mij af echter of dit het verschil gaat maken, omdat dit geld dan nog steeds niet vanzelf richting de zakken van de musici gaat.

Een mogelijkheid ligt misschien bij lid 2 van artikel 25c Auteurswet. In lid 2 staat dat de minister van OCW de hoogte van een billijke vergoeding kan vaststellen. Groot obstakel is alleen dat zowel de makers als de exploitanten het eens zijn moeten zijn over de hoogte van de vergoeding, waarna de minister er een klap op geeft. Partijen worden het alleen niet eens, dus lid 2 kan niet in werking treden. Een versoepeling van deze regeling zou een oplossing kunnen zijn.

Fair Practice Code en richtlijnen

Verder is het interessant dat belangenorganisaties een Fair Practice Code en honoreringsrichtlijnen hebben opgesteld. Deze bieden aanknopingspunten voor onderhandelingen en zorgt als het goed is voor wederom een stukje bewustwording. Helaas zijn hier ook obstakels die een oplossing in de weg staan, zoals de Mededingingswet (zie bijv. antwoord 6 van de Minister Koolmees omtrent de vergoeding voor journalisten).

Een laatste optie is om de wet nog een kans te geven en af te wachten of er veranderingen in de overeenkomst gaan komen.

Conclusie

Kortom: de auteur en de kunstenaar hebben sinds 2015 recht op een billijke vergoeding. Zo ver is het tot op heden alleen nog niet gekomen. Hier speelt een fenomeen dat we vaker tegenkomen: er zit een verschil tussen een recht hebben en je recht halen.

Wordt vervolgd!

Gerelateerde berichten