Blog

Hof: Leverancier van falende webshop moet gewoon betaald worden

Een recent arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden toont aan dat je als afnemer van een ICT-product zoals een webshop op tijd aan de bel moet trekken als je niet tevreden bent over de verrichte werkzaamheden. In deze blog behandel ik deze zaak. Vervolgens geef ik tips voor de praktijk. Waaraan moet een ingebrekestelling voldoen?

Mislukte websiteontwikkeling en onbetaalde facturen

In dit geval ging het om een bedrijf dat handelt in aanhangwagens en onderdelen ervan (De Boer Aanhangwagens B.V., hierna de “Afnemer”). De Afnemer heeft in oktober 2013 een mondelinge overeenkomst gesloten met het bedrijf Visualmedia. Visualmedia houdt zich bezig met het ontwerpen en ontwikkelen van webshops (hierna: de “Leverancier”). De Leverancier bevestigd later in de maand de mondelinge overeenkomst per e-mail.
Een jaar later, in oktober 2014, is de website af. De Leverancier zet de webshop live.
De Afnemer is echter niet tevreden met de resultaten. Ze heeft daarom besloten om een aantal facturen niet te voldoen.
Partijen hebben nog wat minnelijk overleg, om te kijken of ze samen tot een oplossing kunnen komen, maar dit heeft geen resultaat.

Rechter geeft Leverancier gelijk: Afnemer moet betalen

De Leverancier stapt vervolgens naar de rechter. Bij de kantonrechter vordert de leverancier betaling van de facturen van een tweede termijn ter hoogte van ongeveer 10.000 euro. De Afnemer verweert zich tegen deze vordering, en stelt ook een tegeneis in. De Afnemer vordert een verklaring voor recht dat de overeenkomst is ontbonden, en dat de eerste termijn terugbetaald moet worden. Voor zover die tegeneis niet zou worden toegewezen, vordert de Afnemer een verklaring voor recht dat de overeenkomst is vernietigd, eveneens met veroordeling tot terugbetaling.
De kantonrechter heeft de vorderingen van de Leverancier toegewezen, en die van de Afnemer afgewezen. De Afnemer  moet dus gewoon betalen voor een webshop waarmee ze niet tevreden is.

Hoger beroep: Leverancier is verplichtingen nagekomen

De Afnemer laat het er niet bij zitten, en besluit in hoger beroep te gaan.

Afnemer: Webshop vol tekortkomingen

Uit het arrest van het Hof blijkt dat de Afnemer zich beroept op tekortkomingen in de navigatie, vindbaarheid en vulling van de website met productgegevens. Daarop baseert de Afnemer dat ze niet was gehouden tot betaling (met een beroep op opschorting), en haar vordering tot ontbinding van de overeenkomst.

Leverancier: Geen ingebrekestelling

De Leverancier verweert zich daartegen. Zij meent dat zij over deze beweerdelijke tekortkomingen nooit in gebreke is gesteld. Doordat er geen ingebrekestelling was, is zij nooit in verzuim geraakt. Ook toen de website live ging, heeft de Afnemer niet geprotesteerd of aangegeven dat de webshop niet aan de daaraan te stellen eisen voldeed. Partijen hebben daarna wel overleg te had over de vulling van de website met artikelen, maar daarover heeft de Afnemer nooit geklaagd. Ook niet na ontvangst van een tweede factuur. Pas bij het verweer van de advocaat in de zaak bij de kantonrechter stelde de Afnemer zich op het standpunt dat de Leverancier toerekenbaar tekort zou zijn geschoten, omdat de webshop niet volledig zou zijn gevuld met producten, omdat de navigatie binnen de webshop niet naar behoren zou functioneren, en omdat de webshop niet of nauwelijks via Google gevonden zou kunnen worden. De Leverancier is echter op geen enkel moment aangemaand om die gebreken te herstellen, en dus zou er geen verzuim zijn – meent de Leverancier. Omdat er geen sprake is van verzuim, is ook een ontbinding niet mogelijk en ook geen opschorting van de betalingsverplichting door de Afnemer.

Hof: Geen ingebrekestelling, niet tijdig geklaagd, geen verzuim, geen ontbinding

Het Hof volgt de Leverancier daarin. De enige schriftelijke mededelingen die voorafgaand aan de inleidende dagvaarding door de Afnemer omtrent enige tekortkomingen van de Leverancier zijn gedaan blijken te zien op een andere tekortkoming (ten aanzien van een gegeven omzetgarantie). Dat zou nu niet meer spelen. Nergens anders blijkt dat de Leverancier had kunnen begrijpen dat de Afnemer in die fase ook wenste te klagen over de vulling van de webshop met artikelen, dan wel de gebrekkige werking (navigatie)  of bereikbaarheid van de website (Google). Ook daarnaast is niet aangevoerd door de Afnemer dat iets anders de ontbinding of de opschorting zou kunnen rechtvaardigen.
De brief die pas na de inleidende dagvaarding was gestuurd stelt dat de Leverancier al in verzuim zou zijn, en dat, mede gelet op de op dat moment kenbaar gemaakte bevindingen een minnelijke regeling kan worden beproefd. Dit kwalificeert niet als een ingebrekestelling, stelt het Hof. Ook in de conclusie van antwoord komt geen ingebrekestelling voor, doordat dit niet kan worden beschouwd als een aansporing aan het adres van de Leverancier om alsnog, lopende de procedure, binnen enige termijn, de opgesomde tekortkomingen deugdelijk na te komen. Het Hof oordeelt daarom dat de Leverancier niet in verzuim is gebracht.
De vorderingen van de Afnemer worden dus wederom afgewezen.

De betekenis van het arrest voor de praktijk

Het arrest is niet zo opmerkelijk, de feiten des te meer. Maar bad cases make bad caselaw: als de Afnemer nog voor de livegang van de website, zo nodig daarna, tijdig zou hebben geklaagd en de Leverancier in de gelegenheid had gesteld om een aantal opgesomde tekortkomingen binnen een redelijke termijn alsnog deugdelijk na te komen, en de Leverancier was dat niet nagekomen, dan was er waarschijnlijk niets aan de hand geweest voor de Afnemer. Ze had dan hoogstwaarschijnlijk gewoon schadevergoeding kunnen eisen en de overeenkomst geheel of gedeeltelijk kunnen ontbinden.

De Afnemer is hier echter niet de eerste in: het gaat geregeld mis in ICT-projecten. Samenwerkingen kunnen anders verlopen dan in eerste instantie bedoeld was. Termijnen worden niet gehaald. Betalingen blijven uit. Er ontstaat schade. Praten heeft geen zin meer. En dan moet er dus een boze brief volgen.

De boze brief

In het meest positieve geval valt het probleem mee, en kan je het probleem samen op lossen. Even rond de tafel zitten, of de telefoon op nemen doet vaak wonderen. Zelfs als je denkt dat de relatie al verstoord is. De Afnemer dacht hier waarschijnlijk dat dit wel zou werken, maar doordat er geen terechte ingebrekestelling was gestuurd, stond ze hier in feite al met 1-0 achter.

Ook komt het geregeld voor dat je de andere partij direct aansprakelijk wil stellen voor alle geleden schade en wil je onder de overeenkomst uit. Dan heb je geen zin om een tweede kans te geven. Maar dat kan dus niet zomaar, zoals je zult begrijpen.

De wet stelt namelijk dat je niet zomaar schadevergoeding kan krijgen en vaak ook dat je een overeenkomst niet zomaar kan beëindigen. De tekortschietende partij, ook wel de schuldenaar genoemd, moet je meestal nog een mogelijkheid bieden om alsnog zijn afspraken na te komen. Je moet als het ware een tweede kans bieden. Een boze brief waarin je van de daken schreeuwt dat de relatie ten einde is en dat je daarom schadevergoeding vraagt is dus niet voldoende.

Vereisten aan de ingebrekestelling

Je moet de schuldenaar daadwerkelijk de mogelijkheid geven om de fouten te herstellen, binnen een redelijke termijn. Is er niet op tijd betaald? Geef dan nog een laatste termijn voor betaling. Is iets niet naar wens geleverd? Laat weten waar de pijn zit, en dat het voor een bepaalde datum herstelt moet zijn. Blijft herstel dan uit? Dan heb je meestal wel een tal van juridische mogelijkheden in het verschiet. Uiteraard moet het daarbij wel gaan om afgesproken punten – het moet gaan om opeisbare prestaties. Zo kan je van een bakker ook niet vorderen dat hij een bloemkool moet leveren: dat is niet afgesproken.

De gestelde termijn moet overigens wel redelijk zijn. Een te korte termijn is niet genoeg: de schuldenaar moet echt de mogelijkheid hebben om beterschap te geven. Daarnaast moet het ook duidelijk zijn wát nog moet worden nagekomen. En daarvoor heb je natuurlijk wel een grondslag nodig, zoals een contract of een belofte in een e-mail.

Zonder ingebrekestelling geen verzuim, zonder verzuim geen schadevergoeding en ontbinding

Als de brief aan deze vereisten voldoet, dan is deze te kwalificeren als een zogenaamde ingebrekestelling. Die ingebrekestelling is meestal vereist om schade te kunnen vorderen op grond van wanprestatie. Zonder ingebrekestelling is er vaak geen wanprestatie. Op basis van de wet geldt dat, als de schuldenaar ook na de gestelde termijn de gestelde gebreken niet herstelt, hij dan – juridisch gezegd – in verzuim is. Pas bij verzuim is een schuldenaar vaak schadeplichtig. Let er overigens wel op dat je contractueel ook iets anders (minder of juist extra vereisten voor verzuim) kunt afspreken. En uiteraard zijn er gevallen waarin dingen toch minder zwart-wit liggen.

Soms geen ingebrekestelling vereist

Een ingebrekestelling is echter niet altijd nuttig en ook niet nodig. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat je hebt afgesproken dat een bepaalde hardware geleverd zou worden, maar dat de hardware door een brand is verwoest. In zo’n geval is nakoming “blijvend” (of soms tijdelijk) onmogelijk, en kan een ingebrekestelling achterwege blijven.

Ook geeft de wet een aantal voorbeelden wanneer geen ingebrekestelling vereist is, en verzuim “van rechtswege” in treedt. Denk daarbij aan het overschrijden van een fatale termijn: de website moet voor 3 maart klaar zijn, anders heb ik er niets meer aan. Bijvoorbeeld vanwege een bepaalde actieweek. Van belang is dan wel om goed af te spreken dat die datum ook een fatale datum is.

Ook als een verplichting uit onrechtmatige daad of schadevergoeding niet wordt nagekomen, kan direct sprake zijn van verzuim. En ten slotte geeft de wet het voorbeeld dat er direct sprake is van verzuim, zonder dat een ingebrekestelling is vereist, als uit een mededeling van de schuldenaar kan worden afgeleid dat hij niet meer zal nakomen (“Het is klaar, ik ga helemaal niets meer voor je doen, de software ga ik niet leveren.” of “Ik ga niet betalen”).

Wat veel juristen vergeten is dat deze lijst niet uitputtend is bedoeld. Ook in sommige andere gevallen kan een ingebrekestelling achterwege blijven. Een voorbeeld uit de rechtspraak is het geval waarin de strekking van de “boze brief” in de gegeven omstandigheden duidelijk moet zijn geworden aan de schuldenaar: namelijk herstel van gebreken.

Overigens is van deze situaties in bovengenoemde zaak niet gebleken. De hoofdregel blijft dan dat een ingebrekestelling vereist is.

Conclusie

Natuurlijk kunnen “boze brieven” in veel situaties bijzonder nuttig zijn. Sterker nog: de bovengenoemde zaak laat zien dat je zonder boze brief je rechten kan verspelen. Met de boze brief kunnen situaties worden geëscaleerd, zodat de ernst van de situatie eindelijk eens door dringt tot de tekortschietende partij. Maar let er dus op: als je ook schadevergoeding wil kan het nodig zijn dat de boze brief voldoet aan een aantal extra eisen. En in zo’n geval red je het niet met alleen boos zijn…

Gerelateerde berichten