Blog

Houder internetaansluiting aansprakelijk voor inbreuk auteursrecht

“Mijn hond heeft mijn huiswerk opgegeten”. Dat smoesje werkte op de middelbare school al niet, en is nu ook door het Europese Hof van Justitie de prullenmand in gewezen. Heel kort gezegd dan. Want, iets genuanceerder was het (natuurlijk) wel: een internetabonnee kan zich niet zomaar verschuilen achter “het recht op bescherming van het gezinsleven” als hij inbreuk op auteursrecht heeft gemaakt. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat de houder van een internetaansluiting waarmee inbreuk is gemaakt door filesharing zich niet kan onttrekken van zijn aansprakelijkheid door gewoon een gezinslid aan te wijzen dat toegang kon hebben tot die aansluiting. Er bestaat namelijk een evenwicht tussen de relevante grondrechten. De zaak is belangrijk voor de handhaving van auteursrecht op internet.

Inbreuk op auteursrecht door filesharing

De rechtszaak was aangespannen door een Duitse Uitgeverij, Bastei Lübbe. De uitgeverij vorderde een schadevergoeding van iemand die de internetaansluiting bezat waarmee een audioboek was gedownload en via een peer-to-peer website was gedeeld met een onbeperkt aantal gebruikers. De aangesproken persoon stelde zich op het standpunt dat hij geen inbreuk op het auteursrecht had gemaakt. Zijn ouders hadden namelijk ook toegang tot de internetverbinding.

Houder van internetaansluiting wordt vermoed inbreukmaker te zijn

Volgens de vaste Duitse rechtspraak kon de houder van een internetaansluiting waarmee inbreuken op het auteursrecht zijn gemaakt, worden vermoed de inbreukmaker te zijn, wanneer hij zorgvuldig is geïdentificeerd aan de hand van zijn IP-adres, en er geen enkele andere persoon toegang kon hebben tot deze aansluiting op het tijdstip van de inbreuk.

AuteursrechtWeerlegging van vermoeden

Echter, dit vermoeden kon worden weerlegd wanneer andere personen toegang tot die aansluiting konden hebben.

Bescherming van het privé- en gezinsleven

Sterker nog, indien een gezinslid van deze houder over die mogelijkheid zou beschikken, kon de houder zich aan de aansprakelijkheid voor de inbreuk onttrekken door gewoon dat gezinslid aan te wijzen, zonder dat hij aanvullende preciseringen hoeft te verstrekken over het tijdstip en de aard van het gebruik van de internetaansluiting door dat gezinslid. Dit werd namelijk beschermd door het grondrecht op bescherming van het gezinsleven.

Evenwicht tussen grondrechten

Het Europese Hof van Justitie maakt daar nu korte metten mee: Er moet een juist evenwicht worden gevonden tussen verschillende grondrechten, zoals in dit geval het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en het intellectuele-eigendomsrecht enerzijds, en het recht op eerbiediging van privé- en gezinsleven, anderzijds.

Geen evenwicht tussen grondrechten

Dat evenwicht is er niet als er een bijna-absolute-bescherming wordt verleend aan de gezinsleden van de houder van een internetaansluiting wanneer inbreuken op het auteursrecht zijn gemaakt door filesharing.

Bewijs van weerlegging vermoeden van inbreuk

Als de auteursrechthebbende dan in een rechtszaak verzoekt om overlegging van bewijsmateriaal dat die gezinsleden gebruik zouden hebben gemaakt van de internetaansluiting waardoor de inbreuk zou zijn veroorzaakt, en dit verzoek wordt afgewezen, dan zou de vaststelling van de vermeende inbreuk op het auteursrecht en de identificatie van de inbreukmaker onmogelijk worden gemaakt. Daardoor zouden de grondrechten op een doeltreffende voorziening in rechte en op intellectuele eigendom ernstig worden aangetast.

Bescherming van gezinsleven is niet absoluut

Een houder van een internetaansluiting kan zich bij inbreuk op auteursrecht via die internetaansluiting dus niet verschuilen achter het argument “bescherming van het gezinsleven” terwijl hij verwijst naar één van die gezinsleden zonder enig bewijs te leveren dat het dat betreffende gezinslid betrof die de inbreuk heeft gepleegd.

Is de houder van internetaansluiting altijd aansprakelijk voor inbreuk?

Betekent dit dan dat een rechthebbende altijd de houder van een internetaansluiting kan aanspreken, ongeacht welke gebruiker van de verbinding de inbreuk heeft gepleegd?

…Niet als er een andere doeltreffende voorziening voorhanden is

Nee. Het Europese Hof van Justitie oordeelt dat dit niet opgaat indien de rechthebbende een andere doeltreffende voorziening in rechte kan treffen, waardoor geen ontoelaatbaar geachte inmenging in het gezinsleven hoeft plaats te vinden. Dat zou bijvoorbeeld zo kunnen zijn als de wettelijke aansprakelijkheid van de houder van de betrokken internetaansluiting kan worden vastgesteld.

In deze rechtszaak heeft het Europese Hof van Justitie dit onderzoek overgelaten aan de betreffende rechtbank in Duitsland. Deze rechtbank dient na te gaan of er in het Duitse recht eventueel andere voorzieningen, procedures en rechtsmiddelen zijn op grond waarvan de rechtbank kan gelasten dat de informatie wordt verstrekt die vereist is om in deze omstandigheden de inbreuk op het auteursrecht en de identiteit van de inbreukmaker vast te stellen.

Wat betekent dit in de praktijk?

In de praktijk betekent dit arrest dat een houder van een internetaansluiting (de internetabonnee) zich niet per definitie kan verschuilen achter de bescherming van privé- en gezinsleven door een ander gezinslid aan te wijzen die de inbreuk zou hebben gepleegd. De grondrechten op bescherming van intellectueel eigendom en het recht op privacy staan op gelijke voet. Welk recht voor gaat op het andere, is altijd afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Zo kan het recht op bescherming van het gezinsleven voor gaan als er andere doeltreffende middelen bestaan om de inbreuk op andere wijze vast te stellen. Dat zal in de praktijk nogal lastig zijn, aangezien het IP-adres vaak het enige aanknopingspunt is. Het vermoeden dat de houder van de internetaansluiting de inbreukmaker is, kan daarmee blijven bestaan.

Gerelateerde berichten