Blog

Hyperlinken naar illegale content: linke soep?

Hyperlinks zijn een belangrijk onderdeel van het internet. Het zijn de wegwijzers, waardoor je je binnen enkele muisklikken over het internet kan bewegen. De juridische gevolgen van een link kunnen dan ook heel groot zijn. Enerzijds zijn hyperlinks eigenlijk een soort van bronvermeldingen die simpelweg laten zien waar de informatie vandaan komt. Anderzijds is te beargumenteren dat de bron door middel van hyperlinks zo gemakkelijk te bereiken is dat de content die zich onder de link bevindt moet worden gezien als een onderdeel van de website waar de hyperlink is geplaatst. Zeker in het kader van auteursrecht is het daarom van groot belang hoe het plaatsen van hyperlinks te kwalificeren is. Hyperlinken naar illegale content kan mogelijk auteursrechtinbreuk opleveren. Hoe zit dat?

Die vraag deed zich voor in de zaak GeenStijl/Sanoma(Playboy). In die zaak zal het Hof van Justitie van de EU over enkele maanden uitspraak doen. De advocaat-generaal van de Europese rechter adviseert het Hof te oordelen dat hyperlinken naar een door een derde beheerde website moet zijn toegestaan. Dit advies is van groot belang, omdat het in de meeste gevallen door het Hof wordt overgenomen.

Link naar publicatie van foto’s via een clouddienst

Britt Dekker zou in het mannenblad de Playboy verschijnen. Voordat deze publicatie plaatsvond verschenen de desbetreffende foto’s echter al op het internet, namelijk op de website van de Australische clouddienst Filefactory. GeenStijl plaatste op haar website hyperlinks naar deze foto’s. De vraag is of GeenStijl door middel van deze publicatie – zonder toestemming van de auteursrechthebbende – de foto’s van Britt Dekker openbaar heeft gemaakt en dus inbreuk maakt op het auteursrecht van Sanoma, de voormalige uitgever van de Playboy.

Achtergrond: Auteursrechtinbreuk

Voor een groot aantal handelingen met betrekking tot een werk is de toestemming van de auteursrechthebbende nodig. De auteurswet vat deze handelingen samen in de termen “openbaar maken” en “verveelvoudigen” (in Europa zijn deze termen beter bekend als de “mededeling aan het publiek” en de “reproductie”).

In het geval van hyperlinken is het verveelvoudigen weinig relevant: door het plaatsen van de link wordt het bestand immers nog niet gekopieerd. De vraag die rest is dus of er sprake is van “openbaar maken” (in de zin van een “mededeling aan het publiek”).

Is een hyperlink een openbaarmaking?

Wil men spreken van een van een “openbaarmaking” in de zin van art. 12 Auteurswet, dan is in elk geval vereist dat het beschermde werk op één of andere manier aan het publiek ter beschikking wordt gesteld. Er moet sprake zijn van een “handeling bestaande in een mededeling” en een mededeling hiervan aan het “publiek”. Het Hof van Justitie van de EU heeft eerder in de Svensson-zaak bepaald dat er zowel sprake moet zijn van een “mededeling” als van een “publiek”.

Naast de hierboven bedoelde “primaire” openbaarmaking kan er ook sprake zijn van een “secundaire” openbaarmaking. Dit is een openbaarmaking van een werk dat reeds door een derde openbaar is gemaakt. Hieronder zou het op een website verwijzen naar content op een derde website door middel van een hyperlink kunnen vallen.

Ten aanzien van de secundaire openbaarmaking is door het Hof van Justitie van de EU een drietal vereisten opgesteld om te bepalen of de openbaarmaking daadwerkelijk een “mededeling aan het publiek” betreft.

In de zaak SGAE / Rafael Hoteles (een zaak betreffende een offline geschil waarbij content in een hotel via televisies werd verspreid) is bepaald dat sprake moet zijn van een:

  1. interventie
  2. nieuw publiek, en
  3. winstoogmerk (hoewel dit niet doorslaggevend is).

Mits aan deze vereisten is voldaan kan ook een secundaire openbaarmaking een relevante openbaarmaking zijn in de zin van artikel 12 Auteurswet.

Hof van Justitie oordeelt in Svensson: hyperlink naar vrij toegankelijke content geen “nieuw publiek”

In de hiervoor genoemde Svensson-zaak oordeelde het Hof dat het plaatsen van een link op een website naar een auteursrechtelijk beschermd werk – dat op een andere website is bekendgemaakt en vrij toegankelijk is – als een handeling bestaande in een mededeling aan het publiek moet worden gezien. Het Hof oordeelt daarnaast dat in dit geval geen sprake is van een nieuw publiek omdat de informatie op internet was geplaatst en daarmee vrij toegankelijk was. De toestemming van de auteursrechthebbende voor het plaatsen van de hyperlink is dan niet vereist. Er is immers niet voldaan aan de drie hiervoor genoemde vereisten.

Verschil GeenStijl / Svensson: hyperlinken naar illegale content

In het geval GeenStijl/Sanoma lag de situatie net wat anders: er werd niet gelinkt naar vrij toegankelijke legale content, maar naar relatief beperkt toegankelijke illegale content.

Wat oordeelde de Nederlandse rechter?

De rechtbank in Nederland oordeelde dat Geenstijl inbreuk maakte op het auteursrecht van Sanoma. In hoger beroep werd echter geoordeeld dat met de hyperlink geen auteursrechtinbreuk werd gepleegd – maar wel dat het plaatsen onrechtmatig was. De Hoge Raad neemt het zekere voor het onzekere en besloot prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU. Aan de hand van de antwoorden van het Hof zal de Hoge Raad dan uiteindelijk een oordeel vellen.

Advies in GeenStijl/Sanoma

De advocaat-generaal in de GeenStijl/Sanoma-zaak komt net als het Hof in de Svensson-zaak tot de conclusie dat geen sprake is van een relevante openbaarmaking. De advocaat-generaal gebruikt echter een andere grondslag, wat interessant is aangezien deze in tegenstelling is met de argumentatie van het Hof in de Svensson-zaak.

De advocaat-generaal is van oordeel dat hyperlinks die verwijzen naar auteursrechtelijk beschermde werken, die reeds vrij toegankelijk zijn op een site van een derde, niet kunnen worden gekwalificeerd als een handeling bestaande in een mededeling. De interventie waarin door middel van de hyperlinks wordt voorzien is immers niet cruciaal voor het vrij toegankelijk zijn van de werken. De werken zijn reeds vrij toegankelijk op het internet. Eerder oordeelde het Hof in Svensson dat het verwijzen door middel van een hyperlink wél moet worden gezien als een handeling bestaande in een mededeling.

In beide gevallen leidt dit tot de conclusie dat geen sprake is van een auteursrechtinbreuk door het plaatsen van hyperlinks naar een derde website.

De advocaat-generaal onderstreept daarbij nog maar eens het belang van de hyperlink:

‘Als  internetgebruikers  elke keer  dat  zij  een  hyperlink  plaatsen  naar  werken  die  vrij  toegankelijk zijn  op  een  andere  website,  bloot zouden staan het risico van een rechtszaak wegens schending van auteursrechten, zouden zij veel terughoudender zijn met deze hyperlinks. Dat zou ten koste gaan van de goede werking en de architectuur van internet en van de ontwikkeling van de informatiemaatschappij.’

Een terechte opmerking, lijkt me.

Conclusie

De advocaat-generaal in GeenStijl/Sanoma komt tot dezelfde conclusie als het Hof in de eerdere Svensson-zaak, namelijk dat het verwijzen door middel van hyperlinks naar op het internet vrij toegankelijke content is toegestaan. Het is interessant om te zien dat de argumentatie op het punt van de handeling bestaande in een mededeling nieuw is. Om deze reden is het nog maar de vraag of het Hof het advies van de advocaat-generaal in deze zaak zal volgen of dat zij toch de eerder in Svensson gekozen argumentatie zal volgen.

In alle vrijheid ­čśë hierbij nog de link naar de betreffende conclusie.

Deze blog is geschreven door Nick Vrugt en Wouter Dammers.

Gerelateerde berichten