Blog

IPR regelt toepasselijk recht online publicatie

Recent heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een interessante zaak over het internationaal privaatrecht (hierna: IPR) met raakvlakken met het internetrecht. Het IPR met betrekking tot het internet kan in sommige gevallen anders luiden dan het ‘normale’ IPR, omdat de gevolgen soms omvangrijker zijn. Zo zijn bijvoorbeeld de gevolgen van een online publicatie in veel meer landen merkbaar dan de gevolgen van een publicatie in een lokale krant.
Deze zaak gaat over de (on)rechtmatigheid van publicaties op het internet en heeft betrekking op de vraag of het hof met juistheid heeft geoordeeld dat het Engelse recht van toepassing.

IPR regelt bevoegdheid en toepasselijk recht op internet

Het IPR is een tak van het recht waarin regels worden voorgeschreven voor internationale situaties. Een belangrijk onderdeel van het IPR is het bevoegdheids- of jurisdictierecht. Het IPR is in veel gevallen te vinden in verdragen in verordeningen. In dit arrest staan de (inmiddels verouderde) EEX-Verordening en de Rome II-Verordening centraal. De EEX-Verordening regelt welke rechter bevoegd is, de Rome II-Verordening regelt het toepasselijke recht.

Verbod op publicatie online beschuldiging?

De zaak betreft een Dahabshiil, een financiële organisatie waarvan het hoofdkantoor is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. Het klantenbestand van Dahabshiil bestaat in Nederland voornamelijk uit hier wonende Somaliërs, die via Dahabshiil geld overmaken naar familie en vrienden in Somalië. De eiser in deze zaak is een in 2007 uit Somalië gevluchte vluchteling die in Nederland verblijft. De eiser is voorzitter van de Stichting Associated Somali Journalists en journalistiek verantwoordelijk voor de plaatsing op het internet van diverse publicaties waarin Dahabshiil onder meer wordt beschuldigd van banden met terrorisme en het aanzetten tot moord.
De eiser heeft geen gehoor gegeven aan sommaties van Dahabshiil om de beschuldigende publicaties van de websites te verwijderen.

Hof wijst verbod toe op grond van Engels recht

Het hof heeft in zijn arrest een deel van de door Dahabshiil gevorderde geboden en verboden toegewezen. Verder heeft het hof aan die geboden en verboden ten laste van de eiser een dwangsom verbonden van EUR 250,- per dag. Dit heeft het hof gedaan op grond van het Engelse recht, omdat het van oordeel is dat dit op grond van het IPR het toepasselijke recht in deze zaak is.

Hoge Raad bekrachtigt het arrest van het Hof

De Hoge Raad bekrachtigt het arrest van het hof. Hieronder zal worden ingegaan op de belangrijkste motiveringen hiervoor.

EEX: ‘Centrum van de belangen’

Bij de EEX-Verordening (de verordening die de rechtsmacht binnen de EU regelt) moet volgens vaste rechtspraak bij de inbreuk op persoonlijkheidsrechten op het internet (zoals deze, de reputatie van Dahabshiil wordt immers aangetast) onder het begrip ‘de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen’ worden verstaan het land waar het ‘centrum van de belangen’ van het slachtoffer liggen.

Rome II: ‘het land waar de schade zich voordoet’

Het gaat hier echter niet om het bepalen van de rechtmacht (door middel van de EEX-Verordening), maar om het bepalen van het toepasselijke recht. De Hoge Raad stelt vast dat de Rome II-Verordening van toepassing is ten aanzien van de bepaling van het toepasselijke recht.
Artikel 4 lid 1 van de Rome II-Verordening kent een soortgelijk begrip als de EEX-Verordening, namelijk het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad is het recht van ‘het land waar de schade zich voordoet’.

Connexiteit EEX en Rome II

Uit punt 7 van de considerans van de Rome II-Verordening blijkt dat van belang wordt geacht de Rome II-Verordening strookt met de EEX-Verordening. Op basis hiervan oordeelt het hof – volgens de Hoge Raad terecht – dat in dit geval ook onder het ‘het land waar de schade zich voordoet’ moet worden verstaan het land waar het ‘centrum van de belangen’ van het slachtoffer. De rechtsmachtregels van de EEX-Verordening zijn dus analoog toepasbaar op het bepalen van het toepasselijk recht op grond van de Rome II-Verordening.

In dit geval heeft het centrum van haar belangen in Engeland (hier is bijvoorbeeld haar hoofdkantoor gevestigd). Engels recht is dus van toepassing, aldus de Hoge Raad en het Hof.

 

Gerelateerde berichten