Blog

Is Facebook gehouden (onrechtmatige) content te verwijderen en bepaalde gebruikersgegevens te verstrekken?

Een tijdje geleden heeft de voorzieningenrechter in Den Haag een vordering om Facebook te verplichten bepaalde gegevens te verwijderen afgewezen. In dezelfde zaak is een vordering tot het verstrekken van de beschikbare gebruikersgegevens wel toewezen.

In de zaak stonden een aantal Facebookgroepen centraal, waarin werd gesproken over oplichting door een online parfumwinkel. Dit ging zo ver dat zelfs verschillende persoonsgegevens van de eigenaar van de webshop in deze groepen werden gedeeld.

De eigenaar van de webshop eist dat Facebook de gebruikersgegevens van de beheerders van de Facebookgroepen aan hem verstrekt.  Daarnaast wil hij dat Facebook de van hem bekendgemaakte persoonsgegevens verwijdert.

Perfume, Bottle, Glass, Cosmetics, Fragrance

Eerste vordering: het verstrekken van gebruikersgegevens

De voorzieningenrechter wijst erop dat uit eerdere jurisprudentie volgt dat op een social network als Facebook onder omstandigheden de plicht kan rusten gebruikersgegevens aan derden te verstrekken. Dit is met name het geval wanneer voldoende aannemelijk is dat de gepubliceerde informatie jegens de derde onrechtmatig en schadelijk is, de derde een reëel belang heeft bij de verkrijging van de gegevens, aannemelijk is dat in het concrete geval geen minder ingrijpende mogelijkheid bestaat om de gegevens te achterhalen en een afweging van de belangen van alle partijen dit rechtvaardigt.

Doordat in de Facebookgroepen wordt geschreven dat de webshop malafide is en hier meerdere persoonsgegevens en andere vertrouwelijke informatie is gedeeld, is de voorzieningenrechter van oordeel dat sprake is van onrechtmatige en schadelijke informatie.

Vanwege het feit dat de Facebookgroepen inmiddels zijn verwijderd, maar dat de gebruikers kenbaar hebben gemaakt dat ze hun acties zullen voortzetten, komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de eigenaar een reëel belang heeft bij de verkrijging van de gegevens.

De eigenaar heeft al meerdere tevergeefse pogingen gedaan om de gegevens te verkrijgen. De voorzieningenrechter oordeelt daarom dat geen minder ingrijpende mogelijkheden bestaan om de gegevens te achterhalen.

Ten aanzien van de belangenafweging oordeelt de voorzieningenrechter dat het belang van Facebook om de gegevens niet te verstrekken (Facebook als neutraal medium waar gebruikers anoniem hun mening kunnen geven) slechts beperkt is. Het belang van de eigenaar van de webshop is groter.

Facebook heeft niet betwist dat voldaan is aan bovenstaande voorwaarden daarom wordt de vordering toegewezen voor, althans zover Facebook daadwerkelijk beschikt over de gebruikersgegevens.

Welke gegevens?

De voorzieningenrechter geeft ook antwoord op de vraag welke gebruikersgegevens Facebook dient te verstrekken. Dit zijn – voor zover bij Facebook bekend – naam en adres die zijn verstrekt bij de registratie; het IP-adres dat is gebruikt bij de registratie; datum en tijdstip van de registratie; en datum, tijdstip en IP-adressen van logins van de afgelopen twee maanden van alle (voormalige) gebruikers die tussen 10 oktober 2015 en heden beheerder zijn geweest van de desbetreffende Facebookgroep.

Tweede vordering: het verwijderen van de persoonsgegevens

Ten aanzien van de tweede vordering – het verwijderen van de persoonsgegevens – oordeelt de voorzieningenrechter het volgende:

“[Eiser] heeft op zichzelf niet betwist dat zich (leverings)problemen bij [parfumwebshop] hebben voorgedaan. Hij stelt zich slechts op het standpunt dat hij daar niet verantwoordelijk voor is omdat hij [parfumwebshop] in 2008 heeft verkocht aan zijn vader. Dat kan evenwel niet zonder meer worden aangenomen, nu aanwijzingen bestaan dat [eiser] na 2008 nog betrokken is geweest bij de bedrijfsvoering van [parfumwebshop]. Facebook heeft producties overgelegd waaruit volgt dat [eiser] zich na 2008 nog heeft gepresenteerd als eigenaar van [parfumwebshop], onder meer op zijn eigen LinkedIn-profiel. In deze procedure kan dan ook niet worden vastgesteld dat de beschuldigingen in het geheel geen basis hebben. Of de uitingen op Facebookgroep 3 niettemin onrechtmatig zijn jegens [eiser], kan slechts in een procedure tussen [eiser] en de beheerders van Facebookgroep 3 worden vastgesteld.”

Niet kan worden gesteld dat de beschuldigingen in zijn geheel geen basis hebben, mede door gedragingen van de eigenaar zelf. Of de plaatsing van de content (persoonsgegevens) onrechtmatig is, dient in een andere procedure te worden bepaald.

Facebook is dus niet gehouden de desbetreffende gegevens te verwijderen.

Gerelateerde berichten