Blog

“ISIS is vooropgezet plan van zionisten”: de grenzen van uitingsvrijheid op social media

“ISIS heeft niets met Islam te maken.. is vooropgezet plan van zionisten die bewust Islam willen zwart maken” tweette een medewerker van het Nationaal Cyber Security Center (NCSC) recent. De tweet leidde direct tot schorsing van de dame in kwestie. Het NSCS lichtte toe dat de uitlatingen van de gedetacheerde ambtenaar rechtstreeks betrekking hadden op het werk van de organisatie. Het mag geen verrassing heten dat voornoemde tweet voor commotie zorgde. Het leidde echter ook tot vragen, zoals ik ook in mijn praktijk heb ondervonden: Waar ligt nu de grens? Hoe ver mag een werknemer gaan op social media als Facebook en Twitter? Is het toegestaan om berichten te censureren? Of is alles toegestaan onder het mom “vrijheid van meningsuiting”?

 

Sinds de opkomst van het internet, en met name de ontwikkelingen rondom Web 2.0 en social media is het uiten van je mening op internet bijzonder laagdrempelig geworden. Dat een mening niet alleen gevolgen kan hebben voor de persoon die de uiting zelf doet, maar ook voor derden, behoeft geen toelichting. Meningen kunnen – zeker op digitale schandpalen als klachtenwebsites en fora – al gauw leiden tot negatieve effecten voor bedrijven of personen. Uitingen die in strijd zijn met de wet, zoals smadelijke of lasterlijke uitingen zijn natuurlijk altijd verboden. Maar hoe zit het met scheldpartijen? Politieke uitingen? Onconventionele meningen?

 

In principe geldt dat een uiting vrij moet kunnen worden gedaan: we kennen het recht op de vrijheid van meningsuiting. Het verwijderen, blokkeren of niet-toestaan van een bericht op social media betreft een beperking van die vrijheid. Zo’n beperking kan slechts toegestaan zijn wanneer dit onder een van de uitzonderingen op het recht op vrijheid van meningsuiting valt, zoals opgenomen in onze Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat betekent dus dat een mening niet zomaar beperkt kan worden.

 

En dat kan ver gaan: de uitingsvrijheid gaat zo ver dat het ook het recht omvat om ideeën te verspreiden (of tot zich te nemen) die aanstoot geven, schokken of verontrusten. Juist onconventionele ideeën zijn dus beschermd onder de uitingsvrijheid.

 

De vrijheid van meningsuiting mag alleen worden beperkt als deze beperking

–       is voorzien bij (kenbare) wet;

–       een legitiem doel dient;

–       noodzakelijk is in een democratische samenleving in het belang van bijvoorbeeld de nationale veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de bescherming van de goede naam of rechten van derden.

 

Gezien de beladen context in bovengenoemde situatie – de vrouw werkte in de uitoefening van een ambtelijke functie, het moment waarop de uiting is gedaan, en de wijze waarop de tweet is gepost – vind ik de reactie van het NSCS niet onbegrijpelijk.

 

Wat betreft het werk van ambtenaren kan men ook aansluiting vinden in bijvoorbeeld de Aanwijzingen Externe Contacten Rijksambtenaren. In dat licht dient een ambtenaar de afweging te maken of de uitlatingen de reputatie / het functioneren van zijn werkgever kunnen schaden en het eigen recht op vrijheid van meningsuiting. Een politieke uiting in een gevoelige zaak als deze kan goed mogelijk het functioneren van het NSCS schaden.

 

Of een beperking van de vrijheid van meningsuiting, een schorsing, of een ontslag naar aanleiding van een ongewenste online uiting is toegestaan blijft echter steeds een kwestie van beoordeling van de feiten en omstandigheden van het geval.
In ieder geval heeft de ambtenaar in kwestie de gewraakte tweet na alle commotie snel verwijderd. “Realiseer mij de politieke gevoeligheid in relatie tot mijn werk. Dit was nimmer mijn bedoeling”, lichtte ze toe.

Gerelateerde berichten

Leave a comment