Blog

Juridische kwesties na de ontwikkeling van een website

In juni deed de Rechtbank Amsterdam uitspraak over een aantal vraagstukken die zich na de ontwikkeling van een website kunnen voordoen. Wie is bijvoorbeeld de auteursrechthebbende op de website? En wie op de verschillende onderdelen? En wie is de rechthebbende op de domeinnaam?

In deze blog worden het vonnis en deze vragen onder de loep genomen.

De feiten: ontwikkeling van Jheronimus Bosch-websites

Eiseres in deze zaak is een stichting die erop gericht is om de kennis van het werk van Jheronimus Bosch te verdiepen. Dat doet zij door middel van moderne technische hulpmiddelen. Gedaagde in deze zaak is een kunstwetenschapper en informaticus die zich bij het onderzoeksteam van de stichting heeft gevoegd.

Gedaagde heeft kennis en ervaring met zogenaamde stitching en registration technieken. Bij stitching gaat het om honderden overlappende foto’s van een schilderij die vervolgens digitaal aan elkaar worden gehecht tot een naadloos geheel. Daardoor wordt de indruk gewekt dat het schilderij in zeer hoge resolutie is gefotografeerd. Bij registration gaat het om gestitchte foto’s in verschillende soorten licht die over elkaar heen worden gelegd. Door middel van een curtain viewer kunnen de verschillende lagen van het schilderij zichtbaar worden gemaakt.

In 2013 besloot gedaagde om een domeinnaam te registreren op naam van hemzelf en op naam van de stichting. Op die website (hierna: de ‘Showcase-website’) was een pagina te zien met schilderijen uit een museum in Venetië. Ook stond er informatie op over het project van de stichting en over de stichting zelf. Op een subdomeinnaam had gedaagde een gedeelte ingericht waarop teamleden van het onderzoeksteam bestanden konden opslaan en delen (hierna: de onderzoeksportal).

In 2014 spraken partijen af dat gedaagde ook een publieke website zou ontwikkelen waarop schilderijen van Bosch konden worden bekeken. In 2016 heeft gedaagde die publieke website op de door hem geregistreerde domeinnaam gepubliceerd. De stichting was daar niet van op de hoogte. Een tentoonstelling over de werken van Bosch was op dat moment al voorbij.

Na onenigheid besluit gedaagde uit het onderzoeksteam te stappen en ontstaan er een aantal juridische geschillen.

Eerdere geschillen

In een eerste kort geding oordeelde de rechter dat gedaagde de stichting in staat moest stellen de publieke website op nader door partijen overeen te komen wijze te bewerken en de domeinnaam uitsluitend op naam van de stichting te stellen. Ondanks dat vonnis lukte het partijen niet om afspraken te maken over de website.

Later is er door de stichting een nieuwe website gelanceerd waarop enkele werkzaamheden van gedaagde werden getoond (de gestitchte beelden en de curtain viewer). In een tweede kort geding heeft de rechter geoordeeld dat dit was toegestaan.

De belangrijkste vragen in dit geding

De belangrijkste vragen in dit geding zijn:

  1. Wie is de auteursrechthebbende op de verschillende websites?
  2. Is de onderzoeksportal een databank die via het auteursrecht beschermd is?
  3. Is de stichting rechthebbende op de domeinnaam die gedaagde heeft laten registreren?
  4. Heeft gedaagde zich schuldig gemaakt aan wanprestatie omdat hij zijn verplichtingen niet is nagekomen?
  5. Is gedaagde auteursrechthebbende op de curtain viewer en de gestitchte beelden?

 

1. Auteursrechthebbende websites

Showcase Website

Wat betreft de Showcase-website is de stichting van mening dat zij exclusief auteursrechthebbende is op grond van artikel 8 van de Auteurswet of anders dat ze met gedaagde gezamenlijk rechthebbende is.

De rechtbank oordeelt als volgt. De stichting kan de auteursrechthebbende op een website zijn als de zij het werk openbaar heeft gemaakt als van haar afkomstig zonder dat daarbij de naam van een natuurlijk persoon werd vermeld.

Dat is niet zo, omdat de naam van gedaagde wel werd vermeld. Omdat gedaagde de website op eigen initiatief en zelfstandig door gedaagde is ontwikkeld, is er ook geen sprake van een gemeenschappelijk werk.

Publieke Website

Ook de publieke website is geen gemeenschappelijk werk omdat de verschillende bijdragen te onderscheiden zijn. De rechtbank oordeelt:

[Het] is niet doorslaggevend of uit een samenwerking een zelfstandig werk is ontstaan, maar of het werk het resultaat is van een zodanige samenwerking van de makers, dat ieders afzonderlijke bijdrage niet meer te scheiden is en buiten het verband van het geheel geen voorwerp van afzonderlijke beoordeling meer kan zijn.

2. Auteursrechtelijke bescherming databank

De stichting stelt dat het onderzoeksportal een gemeenschappelijk werk is waarvan de stichting en gedaagde gezamenlijk rechthebbende zijn. De rechter besluit eerst te oordelen of de onderzoeksportal überhaupt bescherming toekomt.

De website waarop onderzoekers documenten kunnen opslaan heeft volgens de rechter wel het karakter van een databank, maar is niet als databank beschermd omdat bij de structuur van de databank zelf geen creatieve keuzes zijn gemaakt. Voor bescherming is namelijk vereist dat de structuur of vorm van de databank creatief is, en niet de bestanden in die databank.

Nb: de rechtbank doet geen uitspraak over het Databankenrecht uit de Databankenwet maar alleen over het auteursrecht op de databank!

3. Domeinnaam

De stichting vordert een verklaring voor recht dat zij rechthebbende is op de domeinnaam die gedaagde heeft laten registreren.

De rechtbank oordeelt dat gedaagde ten tijde van de registratie van de domeinnaam lid was van het onderzoeksteam en al was begonnen met werkzaamheden voor het project. De domeinnaam is vervolgens gebruikt ten behoeve van het project. Onder deze omstandigheden moet de stichting als de rechthebbende worden gezien, aldus de rechtbank.

4. Wanprestatie?

De stichting stelt zich op het standpunt dat gedaagde zijn verplichtingen niet is nagekomen. Dit ging om verplichtingen ten aanzien van de ontwikkeling van de publieke website.

De rechtbank oordeelt als volgt:

  • er zijn geen schriftelijke afspraken gemaakt;
  • er zijn geen concrete opleverpunten overeengekomen;
  • de website is te laat opgeleverd;
  • deze gang van zaken kan niet, althans niet uitsluitend, gedaagde worden verweten. Gedaagde was namelijk afhankelijk van de input van andere teamleden;
  • vraag is wat de stichting van gedaagde had kunnen verwachten en of ze zelf ook rekenschap moet geven van de weinig professionele aanpak;
  • gedaagde was al teamlid en kreeg geen aanvullende vergoeding voor het ontwikkelen van de website;
  • gedaagde heeft ook na de lancering nog onderhoudswerkzaamheden verricht;
  • de website is positief ontvangen.

Als gevolg daarvan is gedaagde niet toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Ook is er geen sprake van een onrechtmatige daad.

De rechtbank oordeelt verder nog dat de stelling dat gedaagde niet bereid is om de inlogcodes van de publieke websites en de onderzoeksportal af te staan ook niet leidt tot een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst.

5. Auteursrechthebbende curtain viewer en gestitchte beelden

Gedaagde heeft zelf ook nog wat vorderingen (vorderingen in reconventie).

De belangrijkste vorderingen komt neer op de volgende vraag: kan gedaagde als auteur van de zogenaamde curtain viewer en gestitchte beelden worden aangemerkt?

Curtain viewer

De rechter oordeelt dat gedaagde inderdaad de auteursrechthebbende is op de broncode en gebruikersinterface van de curtain viewer. De stichting stelde dat de software een open source-karakter had, waardoor de werken niet beschermd zijn. Volgens de rechtbank zit dat zo:

De stelling dat [gedaagde] de broncode van de curtain viewer zelf ook als open source software heeft vrijgegeven, kan BRCP evenmin baten; dat [gedaagde] de software kosteloos – terwijl er wel andere licentievoorwaarden kunnen gelden – beschikbaar stelt, neemt immers niet weg dat er sprake is van een werk in de zin van artikel 10, lid 1, sub 12 Auteurswet dat auteursrechtelijk wordt beschermd.

Omdat de gebruikersinterface voldoende oorspronkelijk karakter kent – er is immers sprake van keuzes met esthetische waarde – is ook die beschermd.

Gestitchte beelden

Wat betreft de gestitchte beelden oordeelt de rechter dat deze beelden niet kunnen worden onderscheiden van de foto’s. De gestitchte beelden zijn daarom gemeenschappelijke werken. Omdat de fotograaf zijn rechten aan de stichting had overgedragen zijn de gedaagde en de stichting de auteursrechthebbenden op de beelden.

Conclusies

Deze rechtszaak toont nog maar weer eens aan dat goede afspraken essentieel zijn. Met goede afspraken kunnen vragen over het auteursrecht, over de inhoud van de verplichtingen en over de domeinnamen worden voorkomen. Boven alles scheelt het partijen veel geld, tijd en moeite. Hulp nodig? Contact ons!

 

Gerelateerde berichten