Blog

Leverancier niet verantwoordelijk voor content of voor functioneren met nieuwe software

Afgelopen week heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een interessant arrest gewezen in een geschil tussen een webwinkel en een reclamebureau. Een must-read voor zowel afnemers als leveranciers van online producten en diensten. In deze zaak was de webwinkel niet tevreden met de dienstverlening door het reclamebureau en wenste het niet over te gaan tot betaling van facturen, en eiste bovendien schadevergoeding. Het reclamebureau meende aan zijn verplichtingen te hebben voldaan, en eiste betaling van de facturen plus schadevergoeding. Partijen twisten vervolgens over wie waarvoor verantwoordelijk was, en wie wat moest betalen. Het reclamebureau trekt in dit geval aan het langste eind, en de webwinkel moet betalen. Het arrest geeft maar weer eens aan dat het verstandig is om altijd goede afspraken te maken.

Wat was er aan de hand?

Het reclamebureau heeft sinds 2004 in opdracht van een webwinkel een zestal webwinkels ontwikkeld. Daarnaast heeft het bureau ook in opdracht de online marketing van de webwinkels verzorgd, onder meer via Google Adwords. Partijen zijn daarvoor overeengekomen dat de webwinkels steeds voor een vaste prijs werden ontwikkeld, en dat de onlinemarketingwerkzaamheden werden verricht tegen betaling van de gemaakte AdWordskosten plus een opslag van 15%.

De webwinkels zijn vervolgens stuk voor stuk door het reclamebureau ontwikkeld en opgeleverd en door de webwinkel in gebruik genomen. Ook de onlinemarketingwerkzaamheden zijn door het reclamebureau verricht. Het reclamebureau factureerde daarom de afgesproken bedragen. Op een gegeven moment bleef betaling van een aantal facturen (voor de ontwikkeling van twee webwinkels en voor onlinemarketingwerkzaamheden) uit.

Het reclamebureau heeft de webwinkel daarom verzocht om betaling en vervolgens ook gesommeerd tot betaling. Betaling bleef echter uit. Het reclamebureau heeft daarom beslag gelegd ter verzekering van haar vordering.

De zaak komt voor de rechter

De zaak komt voor de rechtbank. Het reclamebureau vordert zo’n 80.000 euro aan onbetaalde facturen en schadevergoeding. De webwinkel verweert zich. Het verweer van de webwinkel komt er op neer dat het reclamebureau geen “deugdelijke prestatie” zou hebben geleverd. De webwinkel beroept zich daarbij op ontbinding en opschorting.

Wat oordeelt de rechtbank?

De rechtbank gaat daar niet in mee: de webwinkel zou niet hebben aangevoerd dat het reclamebureau niet aan zijn verplichtingen zou hebben voldaan. Ook zou er geen beroep zijn gedaan op een opschortingsrecht. De webwinkel wordt veroordeeld tot een bedrag van circa 50.000 euro. De schadevergoeding die de webwinkel van het reclamebureau vordert (zo’n 80.000 euro) wordt afgewezen, omdat er geen sprake zou zijn van verzuim of ingebrekestelling.

De zaak komt bij het gerechtshof

De webwinkel komt tegen het vonnis van de rechtbank in beroep. Hij voert aan dat hij wel bevoegd zou zijn tot opschorting van zijn betalingsverplichting, en dat hij wel zou hebben betoogd dat het reclamebureau de opdracht niet deugdelijk had uitgevoerd.

Zo zou het reclamebureau twee webwinkels niet hebben opgeleverd. Daarvoor verwijst de webwinkel naar een lijst met onvolkomenheden ten aanzien van een van de webwinkels, en naar een rapport van een ingeschakeld bedrijf. Daarbij is aangegeven dat de webwinkel wel bereid is om deze factuur te betalen, zodra de onvolkomenheden zijn opgelost. De andere factuur wil hij niet betalen omdat hij daarvan ontbinding heeft gevorderd.

Wat oordeelt het hof?

Het hof volgt de webwinkel in het verweer dat wel een juridische grondslag zou zijn aangevoerd, namelijk ontbinding en opschorting.

Maar helaas voor de webwinkel: dat helpt hem niet. Hoewel de webwinkel wel een beroep heeft gedaan op ontbinding en opschorting, slaagt dit beroep echter niet. De klachten over de niet deugdelijke prestatie blijken namelijk niet gegrond.

Het reclamebureau heeft er namelijk op gewezen dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen het ontwikkelen van een webwinkel en het voorzien van de webwinkel van inhoud (content). Voor de content was de webwinkel zelf verantwoordelijk. Daarin is zij zelf tekort geschoten door deze niet, of op een onjuiste wijze, aan te leveren.

Bovendien zijn de webwinkels zelf, waarvoor de betaling verschuldigd is, gewoon ontwikkeld, opgeleverd en in gebruik genomen.

Sterker nog: Volgens het rapport dat nota bene door de webwinkel zelf is overgelegd bleek zelfs dat de website er netjes uit zag. Wel stelt het rapport dat er voor meer traffic en een betere conversie flink wat aanpassingen moeten worden gedaan, maar dat de website daarom niet volledig opnieuw opgebouwd moet worden. (Het advies uit het rapport om de website opnieuw op te bouwen blijkt namelijk met name uit het feit dat de website ondertussen (3 jaar na ontwikkeling) verouderd is.)

Kortom: de website is opgeleverd, in gebruik genomen, en werkt. Het hof meent dan ook dat er geen grond is om betaling van de facturen tegen te houden.

En ook ten aanzien van de onlinemarketingwerkzaamheden meent het hof dat de facturen in principe betaald moeten worden. Een beroep op opschorting slaagt hier niet, omdat de opschorting op de ontwikkeling van de webwinkels ziet – en niet op de onlinemarketingwerkzaamheden. Bovendien is de samenwerking inmiddels beëindigd, kunnen de verweten tekortkomingen (fouten in de gevoerde reclamecampagnes) daarom niet meer worden hersteld, en kan dus ook geen beroep (meer) worden gedaan op opschorting.

De webwinkel lijkt dus op alle fronten in het ongelijk te worden gesteld. Een minuscuul lichtpuntje aan de horizon lijkt echter hoop te geven: het hof oordeelt dat voor een beroep op schadevergoeding door de webwinkel geen ingebrekestelling nodig is, omdat herstel niet meer mogelijk was en er daardoor sprake is van een zogenaamde blijvende onmogelijkheid in de nakoming. Maar helaas voor de webwinkel: de schadevergoeding blijkt grotendeels (van de 80.000 blijft slechts 360 euro over) ongegrond.

Opmerking daarbij verdient de gevorderde schade wegens omzetderving. Zo stelt de webwinkel dat bezoekers geen bestellingen konden plaatsen bij de ontwikkelde webwinkel via Google Chrome. Dat lijkt inderdaad een terecht punt. Maar de feiten wijzen anders uit: Google Chrome bestond op het moment van ontwikkeling nog niet. Volgens hef hof behoefde het reclamebureau daarom geen rekening te houden met bestellingen via Google Chrome: “De ontwerper van een website kan en behoeft een website niet geschikt te maken voor op dat moment nog niet bekende programma’s”.

Conclusie

Het arrest van het hof geeft een mooi voorbeeld van hoe de verantwoordelijkheid van de softwareleverancier zich verhoudt tot de afnemer, zowel ten aanzien van resultaat (de webwinkels) als ten aanzien van dienstverlening (de onlinemarketingwerkzaamheden).

Spreek je niets af, of slechts in geringe mate, dan ben je aangewezen op de wet. De Nederlandse wet regelt wel veel, zoals voor opdrachtovereenkomsten en schadevergoeding, maar als juridische leek wil je liever niet terugvallen op regelingen waar je bij het aangaan van een samenwerking geen rekening mee hebt gehouden. Nu loopt het goed af voor het reclamebureau, maar het had gemakkelijk anders uit kunnen vallen als de webwinkel wat beter verweer had gevoerd (veel zaken worden als onvoldoende gemotiveerd of als onduidelijk weggeveegd). Als leverancier doe je bijvoorbeeld verstandig aan om jouw verantwoordelijkheid af te kaderen in de overeenkomst: waarvoor ben je wel verantwoordelijk, en wat is de verantwoordelijkheid van de afnemer? Wanneer is een resultaat deugdelijk opgeleverd (acceptatieprocedure), en hoe ver reikt jouw verplichting tot het leveren van diensten? Als afnemer doe je er juist goed aan om goed te omschrijven wat jouw verwachtingen en eisen zijn: waar moet de leverancier aan voldoen om de opdracht goed uit te voeren? Wanneer ben je tevreden en geldt een resultaat als deugdelijk opgeleverd? En bepaal bijvoorbeeld dat je pas verplicht bent te betalen als resultaat X door jou wordt geaccepteerd.

Het lijkt een open deur, maar deze zaak bewijst het maar weer: Goede afspraken zorgen voor minder ‘gedoe’.

Gerelateerde berichten

Leave a comment