Blog

Mag je aansprakelijkheid uitsluiten voor een mislukte software-implementatie?

In ICT-contracten is het heel gebruikelijk om een beperking van aansprakelijkheid op te nemen, of zelfs om aansprakelijkheid in zijn geheel uit te sluiten. Dat een uitputtende ICT-overeenkomst niet altijd uitkomst biedt blijkt goed uit een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van afgelopen week.

ICT-geschil

De zaak betreft een ICT geschil tussen twee professionele partijen: NBK Forwarding B.V. en een bedrijf dat voorheen GreenCat B.V. heette. NBK is een onderneming gericht op transport en logistiek. GreenCat drijft een IT-onderneming. GreenCat richt zich op licentiëring, implementatie en doorontwikkeling van softwareapplicaties die geschikt zijn voor de ondersteuning van bedrijfsprocessen van transportonderneming. Zie daar de overeenstemming: NBK kwam met GreenCat in contact voor het gebruik, de implementatie en doorontwikkeling van een softwareapplicatie. Partijen sluiten daarvoor in augustus 2009 een overeenkomst. Relevant daarbij is dat in de toepasselijke algemene voorwaarden enerzijds garanties staan opgenomen, maar anderzijds ook een beperking van de aansprakelijkheid.

Niet geheel verrassend (anders kom je niet zo snel bij de rechtbank) is er tussen partijen een geschil gerezen over de uitvoering van de overeenkomst.

ICT-deskundige

Er wordt een deskundige aangewezen die vervolgens motiveert dat de bij NBK geïnstalleerde software afwijkt van de in de overeenkomst omschreven verplichtingen van GreenCat. De functionaliteit schiet volgens de deskundige op een aantal relevante punten tekort. De onvolkomenheden zijn volgens de deskundige te wijten aan het tekortschieten van GreenCat.

Rechtbank oordeelt wanprestatie

Volgens de rechtbank blijkt uit het deskundigenbericht ook dat NBK enig verwijt kan worden gemaakt, onder meer vanwege tekortschietende kennis bij NBK over het product, maar dit laat volgens de rechtbank onverlet dat GreenCat toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst op essentiële onderdelen.

Volgens de rechtbank kunnen de tekortkomingen GreenCat worden toegerekend “nu het op de weg van GreenCat als professioneel softwareleverancier en softwareontwikkelaar ligt om zorg te dragen voor een goede uitvoering van deze op haar resulterende verplichtingen en nu niet gebleken is dat NBK een verwijt kan worden gemaakt van deze geconstateerde tekortkomingen”.

Rechtbank bespreekt verzuim en missen van ingebrekestelling

De rechtbank oordeelt vervolgens dat een ingebrekestelling noodzakelijk is voor schadevergoeding en gedeeltelijke ontbinding. Terecht, aangezien wanprestatie alleen nog niet voldoende is: de wederpartij moet in de hoofdregel nog een kans krijgen om zijn toerekenbare tekortkoming te zuiveren. Lukt dat niet, dan is er sprake van verzuim. Verzuim is een vereiste voor schadevergoeding op grond van wanprestatie en voor (gedeeltelijke) ontbinding.

Echter: de rechtbank oordeelt dat GreenCat zich in deze zaak, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval “naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid” niet op het ontbreken van een ingebrekestelling kan beroepen. Mij is echter niet bekend welke bijzondere omstandigheden in dit geval zouden spelen… Gevolg is in ieder geval dat de rechtbank GreenCat heeft veroordeeld tot het vergoeden van de door NBK geleden en te lijden schade.

Hof bespreekt verzuim, het schenden van de “Go Live”-datum en de gevolgen van ontbinding

Daarvan heeft GreenCat hoger beroep aangetekend – en deels met succes! Interessant is dat het Hof niet oordeelt dat er verzuim is op grond van de redelijkheid en billijkheid, zoals hiervoor beschreven, maar vanwege het schenden van een fatale termijn. Klaarblijkelijk hadden partijen een “go live” van de software-implementatie afgesproken, welke door het Hof wordt uitgelegd als een fatale termijn. Doordat die datum niet werd nagekomen, was er automatisch sprake van verzuim. NBK was daarom gerechtigd om de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden. GreenCat heeft echter aangevoerd dat NBK het systeem in ieder geval tot 1 januari 2015 heeft gebruikt (ondanks de ontbinding!) en dat NBK daarom nog een bedrag van EUR 20.000,- dient te voldoen aan GreenCat. Helaas voor GreenCat blijft de veroordeling in schadevergoeding echter gewoon staan.

Terug bij de rechtbank: aansprakelijkheid beperkt of niet?

Terug bij de rechtbank vordert NBK een bedrag van bijna 2 miljoen euro van GreenCat. In de procedure bij de rechtbank dient de rechtbank vast te stellen welke schade het gevolg is van de wanprestatie van Greencat.

Als verweer beroept GreenCat zich op de overeengekomen uitsluitingen en beperkingen van aansprakelijkheid in haar algemene voorwaarden. In de algemene voorwaarden heeft GreenCat haar aansprakelijkheid, behoudens gevallen van haar opzet of grove schuld, aansprakelijkheid ter zake indirecte schade uitgesloten en ter zake enige andere schade gemaximeerd tot het totaal bedrag van de facturen (in dit geval EUR 180.000,-).

NBK stelt zich daartegenover op het standpunt dat er sprake is van in de overeenkomst gegarandeerde eigenschappen die zijn uitgebleven. De garantie zou volgens NBK voorrang hebben op de beperking van aansprakelijkheid. Bovendien meent NBK dat er sprake is van “grove schuld” en “opzet” waardoor de aansprakelijkheidsbeperking niet geldt. Verder meent NBK dat het beroep op het exoneratiebeding (= een artikel waarin aansprakelijkheid is  uitgesloten of is beperkt) buiten toepassing moet blijven omdat de toepassing ervan “in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar” zou zijn.

De rechtbank oordeelt dat of een beroep op een contractueel overeengekomen exoneratiebeding kan worden gedaan afhankelijk is van “de waardering van tal van omstandigheden, zoals: de zwaarte van de schuld, mede in verband met de aard en de ernst van de bij enige gedraging betrokken belangen, de aard en de verdere inhoud van de overeenkomst waarin het beding voorkomt, de maatschappelijke positie en de onderlinge verhouding van partijen, de wijze waarop het beding tot stand is gekomen en de mate waarin de wederpartij zich de strekking van het beding bewust is geweest.” Een hele mond vol, maar voor juristen geen nieuws: dit is al vaste rechtspraak sinds 1967. Interessanter is de toepassing van deze omstandigheden op het ICT-geschil.

Kan in dit ICT-geschil een beroep worden gedaan op een feitelijke uitsluiting van aansprakelijkheid?

De rechtbank waardeert de omstandigheden van het geval als volgt af:

Allereerst stelt de rechtbank vast dat het hier gaat om twee professionele partijen die een overeenkomst met elkaar hebben gesloten. Daarbij heeft een leverancier van softwareproducten een applicatie geleverd en ontwikkeld ten behoeve van een transportbedrijf. In rechte is vast komen te staan dat de leverancier tekort is geschoten bij de uitvoering van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst end at het transportbedrijf aanzienlijke schade heeft geleden.

Van belang is dat sprake is van een deskundige leverancier aan de ene kant en dat er aan de andere zijde weliswaar ook sprake is van een professionele partij, maar dat deze niet deskundig is op het gebied van softwareproducten/applicaties.

Verder is onweersproken dat NBK aan GreenCat de gelegenheid gegeven om zich zonder enige restrictie kennis te nemen van het bedrijf en de interne processen zodat GreenCat zich een goede indruk kon vormen over welke functionaliteiten het softwareproduct diende te beschikken.

Vanaf oktober 2008 zijn partijen al over de ontwikkeling van de nieuwe software met elkaar in gesprek geweest om de wensen en mogelijkheden van een nieuw systeem in kaart te brengen. Er is geen sprake van een standaard softwareproduct, maar van een deels op maat gemaakte applicatie ten behoeve van de bedrijfsvoering van NBK.

De exoneratieclausule waarop GreenCat zich beroept is opgenomen in de algemene voorwaarden van GreenCat. De rechtbank begrijpt dat daarover niet tussen partijen is onderhandeld.

De rechtbank vult de begrippen en “indirecte schade” en “andere schade” zo in dat zij feitelijk tot een nagenoeg algehele uitsluiting van aansprakelijkheid leidt, gelet op de diensten waartoe de leverancier in deze zaak verplicht was en de schade die bij een tekortschieten daarin logischerwijze daaruit kan voortvloeien. Voor zover er bij de leverancier onvoldoende prikkel overblijft om de verplichtingen na te komen op een wijze zoals van haar in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht omdat nagenoeg alle (redelijkerwijs te verwachten) schade is uitgesloten, is dat naar het oordeel van de rechtbank een onaanvaardbaar resultaat.

Echter: anderzijds acht de rechtbank eveneens van belang de verhouding tussen de relatief geringe beloning van de leverancier tegenover de zeer grote aansprakelijkheidsrisico’s die in het geding kunnen zijn indien bij de uitvoering van de werkzaamheden een fout wordt gemaakt. Softwareleveranciers plegen om die reden dan ook standaard te bedingen dat hun aansprakelijkheid voor (in het bijzonder) gevolgschade wordt beperkt tot de hoogte van de facturen, al dan niet vermenigvuldigd met factor 2 of 3. Dat is, mede gelet op het belang van de opdrachtgevers, volgens de rechtbank ook gerechtvaardigd: immers: indien dergelijke exoneratieclausules buiten toepassing zouden blijven, dan kunnen softwareleveranciers hun aansprakelijkheidsrisico’s slechts tegen zeer aanzienlijke premies verzekeren. Die premies zouden zij dan weer dienen door te berekenen aan hun opdrachtgevers waardoor de kosten weer zeer aanzienlijk zouden stijgen. IN het algemeen zullen opdrachtgevers er meer bij gebaat zijn zelf te bepalen welke risico’s – bijvoorbeeld op bepaalde schade als gevolg van het falen van een computersysteem – zij tegen welke premies wensen te verzekeren.

In dat licht oordeelt de rechtbank dat voor zover de exoneratieclausule een algehele uitsluiting van de aansprakelijkheid inhoudt voor “indirecte” schade buiten toepassing moet blijven voor zover het schade betreft die een bedrag van het totaal aan facturen niet overstijgt – omdat een dergelijke uitsluiting van aansprakelijkheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Omdat de gevorderde schade in deze zaak dit bedrag overstijgt, kan GreenCat zich desondanks op de exoneratie beroepen, in die zin dat van de schade slechts EUR 180.000,- toewijsbaar is. Wat betreft de “andere” schade blijft de maximering tot EUR 180.000,- onverkort van toepassing.

Garanties in een overeenkomst voorrang op algemene voorwaarden?

Wat betreft de stelling van NBK dat de garantiebepaling de aansprakelijkheidsbeperking opzij zou zetten merkt de rechtbank terecht op dat van een rechtsregel dat een specifieke regel uit een overeenkomst voorrang zou hebben boven een (exoneratie)bepaling in algemene voorwaarden geen sprake is.

Opzet of bewuste roekeloosheid?

Ook oordeelt de rechtbank dat niet is gebleken van opzet of bewuste roekeloosheid. Partijen hadden namelijk samengewerkt aan een succesvolle implementatie. Daarbij dient ook in aanmerking te worden genomen dat het nieuwe software betrof, waarvan gedeeltelijk maatwerk. De rechtbank oordeelt dat software dan veelal niet direct foutloos zal opereren, maar dat dergelijke software definitieve vorm pleegt te krijgen gedurende een proces van aanpassingen. Er is daarom geen sprake van opzet of ernstig laakbaar handelen.

Welke schade?

De rechtbank gaat vervolgens nog uitgebreid in op welke schade vergoed moet worden. Hiervoor wordt verwezen naar de alinea’s 4.12-4.33 van het vonnis. Uiteindelijk beslist de rechtbank dat GreenCat aan NBK een bedrag moet betalen van meer dan EUR 200.000,- plus wettelijke rente.

Wat is het nut van dit vonnis voor de praktijk?

Dit vonnis maakt allereerst al duidelijk dat ICT-geschillen zeer complex en omvangrijk zijn en dat juridische procedures zeer lang kunnen duren. Partijen waren immers in 2009 gestart met de software-implementatie, en begin 2010 blijkt dat de afgesproken “Go Live” datum niet werd gehaald. Pas in 2013 maakt het eerste vonnis van de rechtbank duidelijk dat er sprake was van wanprestatie – na deskundigenbericht. In 2015 heeft het Hof arrest gewezen en nu, in 2016, oordeelt de rechtbank over de schadevergoeding. Het zou mij benieuwen of partijen hiervan in hoger beroep gaan – het zou me in ieder geval niets verbazen.

Daarnaast maakt het vonnis duidelijk dat een beperking of uitsluiting van aansprakelijkheid in algemene voorwaarden niet altijd soelaas biedt: want hoewel een beperking eerder door de beugel kan dan een expliciete uitsluiting, kan ook een beperking worden aangemerkt als een feitelijke uitsluiting van aansprakelijkheid. En dan kan het al naar gelang de omstandigheden van het geval soms niet redelijk zijn om je daarop te beroepen.

Ten slotte is het vonnis bij uitstek interessante rechtspraak voor iedereen die te maken heeft met ICT-transacties: de verantwoordelijkheden en (zorg-)plichten voor ICT-deskundige leveranciers ten opzichte van ICT-ondeskundige afnemers worden goed verwoord. Als ICT-deskundige leverancier moet je bijvoorbeeld zorg dragen voor een goede uitvoering van de op jou rustende verplichtingen tenzij blijkt dat de afnemer een verwijt kan worden gemaakt van de geconstateerde tekortkomingen, aldus de rechtbank in dit geval.

 

Gerelateerde berichten

Leave a comment