Blog

Modelrecht: bescherming van dierenarmbandjes

Inmiddels weet u wellicht dat intellectuele eigendomsrechten op allerlei producten kunnen rusten. Vorige maand schreef ik bijvoorbeeld over auteursrechten op het interieur van een schoenenwinkel.

Eind september deed de Rechtbank Den Haag een uitspraak over een ander product waar je niet meteen aan denkt bij bescherming van intellectueel eigendom: dierenarmbanden.

In deze zaak gaat het om dierenarmbanden die met maar liefst 12 modelregistraties beschermd zijn. Ook is de naam van de producten beschermd via het merkenrecht en wordt er een beroep gedaan op het auteursrecht.

Anders dan je zou verwachten gaat de zaak echter niet over de vraag of er sprake is van inbreuk. Daarover bestaat namelijk tussen partijen geen discussie. De zaak draait om de vorderingen die eiseres heeft ingesteld.

De feiten: een speelgoedproducent en een groothandel in speelgoed

Eiseres in deze zaak, Spin Master, is een speelgoedproducent. In 2018 heeft zij “Twisty Petz” geïntroduceerd; dit zijn armbanden die kunnen veranderen in kleine dieren:

(afbeeldingen uit vonnis)

IE-bescherming

Zoals gezegd heeft eiseres aardig wat gedaan om de dierenarmbanden goed te beschermen. Zo heeft ze een EU-merk aangevraagd voor de naam ‘Twisty Petz’ en 12 Gemeenschapsmodellen laten inschrijven. Ook doet ze een beroep op enkele niet-ingeschreven modelrechten en auteursrechten op de armbandjes.

Gedaagde: een groothandel

De gedaagde partij is een groothandel in speelgoed. Zij verkoopt dierenarmbanden die zij aanbiedt onder de naam Twisty Petz.

Omdat eiseres vermoedt dat er sprake is van inbreuk, besluit zij beslag te laten leggen op de producten. Nadat de rechter hiertoe verlof verleend wordt er beslag gelegd op producten met daarop o.a. de naam “Twisty”.

Het geschil: de vorderingen

Eiseres vordert dat gedaagde:

  • de inbreuk op intellectuele eigendomsrechten staakt, op straffe van een dwangsom;
  • haar klanten een brief moet sturen over de inbreuk;
  • een rectificatie op haar website moet plaatsen;
  • een opgave moet doen over o.a. de producent(en) en/of leverancier(s) en het aantal ingekochte producten;
  • een schadevergoeding van 10 euro per product moet betalen;
  • haar volledige winst moet afdragen.

Erkenning

In veel rechtszaken moet de rechter beslissen of er sprake is van inbreuk, maar in deze zaak niet. Gedaagde erkent namelijk dat ze zonder toestemming identieke exemplaren van de Twisty Petz heeft ingekocht, verkocht en daar reclame voor heeft gemaakt.

Waar de rechter wel over moet beslissen, is over de vorderingen. Gedaagde is namelijk van mening dat de vorderingen niet kunnen worden toegewezen, omdat zij al een onthoudingsverklaring heeft getekend en al opgave van de verkochte armbanden heeft gedaan.

Toewijzing vorderingen?

Verbod

Wat betreft het verbod oordeelt de rechter dat dit kan worden toegewezen. Het feit dat gedaagde al een onthoudingsverklaring heeft getekend (die niet door eiser is geaccepteerd), maakt dat niet anders. Belangrijk is namelijk dat er in de onthoudingsverklaring geen boete is opgenomen, terwijl eiseres daar wel belang bij heeft. Het verbod, inclusief boete, wordt daarom toegewezen.

Rectificatie

De rechter oordeelt dat eiseres niet heeft toegelicht welk belang ze bij deze vordering heeft, nu gedaagde alle afnemers al heeft benaderd. De vordering wordt daarom afgewezen.

Opgave

Wat betreft de opgave luidt het oordeel van de rechter dat de eerdere opgave van gedaagde niet compleet was. Daarmee is het belang van het doen van opgave gegeven.

Schadevergoeding en winstafdracht

De winstafdracht wordt toegewezen omdat de toewijzing daarvan niet in geschil is. Daarover bestond namelijk tussen partijen geen discussie.

Ten aanzien van de schadevergoeding oordeelt de rechter dat het onduidelijk is hoe eiseres tot een bedrag van 10 euro is gekomen. Er bestaat daarom geen grond om de schadevergoeding toe te wijzen.

Proceskosten

De rechter oordeelt dat beide partijen op punten in het (on)gelijk zijn gesteld, zodat de proceskosten moeten worden gecompenseerd. Dit betekent dat allebei de partijen hun eigen advocaatkosten moeten betalen.

Conclusie

Deze zaak is anders dan we gewend zijn, omdat partijen geen discussie voerden over de inbreuk. In civiele zaken is het zo dat de rechter moet uitgaan van de stellingen van partijen. Dit komt er (eenvoudig gezegd) op neer dat als de ene partij een stelling inneemt en de andere partij die stelling niet betwist, de rechter de stelling als waar dient aan te nemen. Dit heet de lijdelijkheid van de civiele rechter.

Om die reden hoefde de rechter in deze zaak niet te beslissen over de inbreuk, omdat partijen het wat dat betreft met elkaar eens waren.

Toch zal de rechter waarschijnlijk zelf ook van oordeel zijn geweest dat er sprake was van inbreuk. Eiseres had haar producten immers erg goed beschermd – onder andere via het modelrecht. Het modelrecht kan een uitkomst bieden bij het beschermen van vormgeving. Anders dan het auteursrecht – waarbij twijfel kan bestaan over de omvang van de bescherming – is bij het modelrecht duidelijk wat beschermd is. Voor een modelrecht is namelijk een registratie vereist, net als bij het merkenrecht.

Meer weten over een modelregistratie of zelf te maken met inbreuk op modelrecht? Neem vrijblijvend contact met ons op.

Gerelateerde berichten