Blog

Mogen contractonderhandelingen “zomaar” worden afgebroken?

Op ITenRecht las ik recent een uitspraak over het afbreken van contractonderhandelingen (precontractuele fase) met betrekking tot een IT-project.

De zaak betrof, kort gezegd, een project om een escrow-systeem te ontwikkelen voor het op een veilige manier vooruitbetalen van reizen. De ontwikkeling van het systeem mislukt echter. In de ontwikkelovereenkomst is echter een verplichting opgenomen dat partijen een exploitatieovereenkomst sluiten. De rechtbank beslist uiteindelijk dat het eiseres in dit geval niet vrij staat om de onderhandelingen over de exploitatie af te breken, omdat de gesloten ontwikkelovereenkomst de verplichting bevat om (ook) een exploitatieovereenkomst te sluiten. Omdat een voortzetting van het project echter niet realistisch is, kan gedaagde in plaats van nakoming van die verplichting tot het sluiten van een exploitatieovereenkomst een schadevergoeding van eiseres vorderen.

Deze uitspraak is een mooie aanleiding om eens een blog te wijden aan de precontractuele aansprakelijkheid.

Precontractuele fase

De fase waarin wordt onderhandeld over de te sluiten overeenkomst wordt de precontractuele fase genoemd. Partijen dienen zich in de precontractuele fase te gedragen volgens de
eisen van redelijkheid en billijkheid. Dit betekent dat een partij ook rekening moeten houden met de gerechtvaardigde belangen van de andere partij(en).

Dit kan tot gevolg hebben dat het een partij in sommige gevallen niet is toegestaan om de contracthandelingen af te breken. Althans niet zonder een schadevergoeding te betalen. Dit wordt de precontractuele aansprakelijkheid genoemd.

pen

Precontractuele aansprakelijkheid: 3-fasen?

Lange tijd werd – naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad (Plas/Valburg) – aangenomen dat er ten aanzien van de precontractuele aansprakelijkheid onderscheid moest worden gemaakt tussen 3 fasen.

Fase 1

De eerste fase is de fase waarin de onderhandelingen nog niet (ver)gevorderd zijn. Partijen zijn in deze fase in beginsel vrij om de onderhandelingen af te breken

Fase 2

De tweede fase is de fase van gevorderde onderhandelingen. In deze fase mogen partijen de onderhandelingen afbreken, maar de afbrekende partij moet dan wel de door de wederpartij gemaakte onderhandelingskosten (negatief contractsbelang) vergoeden.

Fase 3

De laatste fase is de fase waarin de onderhandelingen zo ver gevorderd zijn dat partijen erop mochten vertrouwen dat er een overeenkomst tot stand zou komen. Partijen mogen de onderhandelingen in deze laatste fase in beginsel niet meer afbreken. De wederpartij kan in het geval van in deze fase afgebroken onderhandelingen vorderen dat de afbrekende partij verplicht wordt om door te onderhandelen. Of zij kan alle gederfde winst en gemaakte kosten (positief contractsbelang) vorderen.

Is deze fase-indeling achterhaald?

In 2008 heeft de Hoge Raad echter het arrest CBB/JPO gewezen, waarin deze 3-fase-indeling lijkt te worden verlaten. Althans in het arrest wordt niet verwezen naar het eerder genoemde Plas/Valburg-arrest, en worden nog maar 2 fasen onderscheiden.

In het arrest CBB oordeelt de Hoge Raad dat partijen in beginsel vrij zijn om onderhandelingen af te breken zonder dat dit snel leidt tot verplichting tot schadevergoeding. De partij die de onderhandelingen afbreekt is alleen schadeplichtig als het afbreken van die onderhandelingen op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen van de overeenkomst of in verband met andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn.

In dit arrest worden dus nog maar 2 fases onderscheiden:

  1. Partijen zijn vrij om de onderhandelingen af te breken; en
  2. Partijen zijn niet vrij om de onderhandelingen af te breken en zijn schadeplichtig.

De fase waarin de afbrekende partij de door de wederpartij gemaakte kosten voor de onderhandelingen met vergoeden, is dus verdwenen.

In de literatuur wordt verschillend gedacht over de vraag of de bovenstaande 3-fase-indeling daadwerkelijk is verlaten. Het kan namelijk ook zo zijn dat van de tweede fase in het arrest CBB/JPO in elk geval geen sprake was, en dat de Hoge Raad die fase daarom niet heeft behandeld.

Een afsluitende tip: sluit een LOI!

Kortom, er bestaat momenteel onduidelijkheid over de vraag hoeveel precontractuele fasen er kunnen worden onderscheiden. In elk geval is het belangrijk om je ervan bewust te zijn dat een partij niet altijd vrij is om onderhandelingen over een contract af te breken.

Indien je onderhandelt over een contract met grote belangen is het aan te raden om een letter of intent (LOI) te sluiten. Daarin kunnen afspraken worden gemaakt over of partijen al dan niet aansprakelijk zijn bij het afbreken van onderhandelingen. En zo ja, alleen voor de gemaakte kosten (negatief contractsbelang, fase 2) of ook voor de gederfde winst (positief contractsbelang, fase 3). Ook kan er in een LOI bijvoorbeeld een vast bedrag worden overeengekomen dat de afbrekende partij dient te vergoeden aan de wederpartij.

Gerelateerde berichten