Blog

Nederlandse staat aansprakelijk voor onjuiste uitspraken over downloaden

Op 5 september 2018 heeft de Haagse rechtbank geoordeeld dat de Nederlandse staat aansprakelijk is voor schade die is ontstaan door haar standpunt dat downloaden uit illegale bron zou zijn toegestaan. Volgens de rechtbank gaf de Nederlandse staat jarenlang een te ruime interpretatie aan de thuiskopie-exceptie. En verkondigde zij deze te ruime – onjuiste – interpretatie in de pers.

De vraag is wat de gevolgen van deze uitspraak zijn. Hieronder zal ik de uitspraak verder toelichten.

Het standpunt van Nederland

De Nederlandse staat had gedurende 10 jaar, namelijk van 2004 tot 2014, het standpunt dat het downloaden uit dat het maken van privé kopieën uit illegale bron onder de reikwijdte van de thuiskopie-exceptie zou vallen. Onder meer in het parlementaire debat, zoals in kamerstukken, maar ook in de media werd dit standpunt verkondigd.

In die periode bevestigde de Nederlandse rechter de juistheid van dit standpunt ook meermaals in die periode. Mede vanwege verschillende kamerstukken uit het parlementaire debat. De rechter oordeelde dit bijvoorbeeld in de zaak Eyeworks tegen FTD.

Arrest HvJ: ACI Adam

In 2014 bepaalde het Europese Hof van Justitie (HvJ) echter dat dit standpunt onjuist is. Het HvJ heeft in het arrest ACI Adam namelijk geoordeeld dat het standpunt van Nederland in strijd was met de in 2004 geïmplementeerde Auteursrechtrichtlijn. Volgens het HvJ was de Nederlandse thuiskopie-exceptie, waarin zij geen onderscheid maakte tussen privé kopieën uit legale bron en privé kopiëen uit illegale bron, te ruim.

Het gevolg van deze uitspraak is dat Nederland haar thuiskopie-exceptie moet beperken tot het maken van privé kopieën uit legale bron. 

De Nederlandse staat heeft de wetgeving naar aanleiding van deze uitspraak niet aangepast. Maar geeft aan de thuiskopie-exceptie sindsdien een minder ruime interpretatie, waardoor het maken van privé kopieën uit illegale bron niet meer is toegestaan. In de media wordt dit ook wel het “downloadverbod” genoemd.

Oordeel Haagse rechtbank

De Haagse rechtbank bepaalt nu dat de Nederlandse staat – gedeeltelijk – aansprakelijk is voor de gevolgen van de uitlatingen dat het maken van privé kopieën uit illegale bron was toegestaan.

“Gedeeltelijk” in die zin dat dit niet geldt voor uitlatingen die zijn gedaan in het parlementaire debat. Daarvoor geldt namelijk dat Kamerleden en bewindslieden daar op grond van artikel 71 van de Grondwet niet op kunnen worden aangesproken.

Maar voor uitlatingen gedaan in de media geldt deze zogenaamde “immuniteit” niet. Voor uitlatingen gedaan onder meer in een persbericht en aan de NOS is de Nederlandse staat dus wel aansprakelijk.

rechtspraak

Tot slot: de gevolgen

Het gevolg van deze uitspraak is dat de aansprakelijkheid van de Nederlandse staat voor de onjuiste uitlatingen in de pers vaststaat. En dat iedereen die daardoor schade heeft geleden een claim kan indienen.

Het woord “daardoor” is daarbij heel erg belangrijk. Er dient namelijk een causaal verband (oorzaak-gevolg) te zijn tussen de uitlatingen in de pers (de onrechtmatige handeling) en de geleden schade. De eiser dient dit aan te tonen. Dat lijkt me in dit geval vrij lastig.

Hoe is immers aan te tonen dat juist door de uitlatingen in de pers de schade is ontstaan? En dat deze schade dus niet door de uitlatingen in het parlementaire debat is ontstaan? Met andere woorden: hoe is aan te tonen welke mensen iets hebben gedownload op basis van de uitlatingen in de pers?

Kortom, ik ben benieuwd of er claims zullen worden ingediend. En zo ja, hoe de betreffende eisers tot een berekening van de schade komen.

De Nederlandse staat kan overigens nog in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank.

Gerelateerde berichten