Blog

Nieuwe procesregels voor de mondelinge behandeling

Bij de rechtbanken Gelderland en Midden-Nederland geldt momenteel een verplichting tot digitaal procederen. Deze rechtbanken dienen als proefkonijn voor het KEI-programma (Kwaliteit en Innovatie rechtspraak). Ondanks dat ik er prettige ervaringen mee heb gehad, heeft de pilot geen doorgang mogen vinden: De verplichting om elektronisch te procederen (digitaal procederen) is per aanname van het wetsvoorstel van 26 maart 2019 ingetrokken. KEI is daarmee dood. Maar: niet helemaal… de mondelinge behandeling in rechtszaken krijgt een andere vorm.

Basisplan digitalisering rechtspraak

Het digitaal procederen heeft vooralsnog geen doorgang gekregen, omdat de schaal de complexiteit van het digitaliseringsproces zijn onderschat. Andere rechtbanken konden het digitale systeem daarom niet verder in gebruik nemen. Toch gaat de Raad voor de rechtspraak door met digitalisering van de rechtspraak. De digitalisering gaat echter in een andere vorm plaatsvinden. Daarvoor heeft de Raad voor de rechtspraak een basisplan vastgesteld. Dit basisplan moet zorgen voor een reset van de digitalisering. “Have you tried turning it off and on again” is kennelijk de beste oplossing.

Verplichting voor digitaal procederen ingetrokken

Om dit mogelijk te maken is vereist dat het verplicht digitaal procederen bij de rechtbank Gelderland en de rechtbank Midden-Nederland wordt ingetrokken. Daardoor geldt nu weer voor alle rechtbanken hetzelfde uniforme procesrecht.

Basisplan digitalisering

Het nieuwe basisplan digitalisering stelt de digitale toegankelijkheid van rechtzoekenden tot de rechtspraak en een beter beheersbare aanpak voorop. Dit basisplan bepaalt dat men op basis van het huidige procesrecht steeds per zaakstroom op vrijwillige basis kan starten met digitale indiening van processtukken. Het dossier van partijen wordt dan digitaal beschikbaar en voor de rechtspraak wordt een digitaal werkdossier ontwikkeld. Als dit resultaat heeft kan er geleidelijk weer een verplichting tot digitaal procederen komen. Voor deze digitalisering wordt een algemene maatregel van bestuur opgesteld die aan de Tweede en Eerste Kamer wordt voorgehangen. We houden deze voortgang nauwlettend in de gaten. Wat ons betreft gaan we weer snel digitaal procederen!

Verruiming van de mogelijkheden van de mondelinge behandeling

Tot die tijd moeten we het dus doen met procederen op papier, en eventueel onverplicht digitaal procederen. Zijn we wat dat betreft dan weer terug naar de situatie vóór KEI? Nee. Althans: niet helemaal. Immers: KEI zag niet alleen op digitaal procederen, maar ook op een verbetering van het procesrecht, waaronder ten aanzien van de mondelinge behandeling (de terechtzitting).

Met de aanname van het wetsvoorstel is er dan ook niet alleen een intrekking van de verplichting tot digitaal procederen gekomen, maar ook een verruiming van de mogelijkheden van de mondelinge behandelingen in het civiele procesrecht. Dit in lijn met een aantal wel goed uitgevallen punten van de KEI-pilot.

Zo kan de rechter ambtshalve of op verzoek van de procespartijen in alle gevallen en in elke stand van het geding een mondelinge behandeling bevelen. Tijdens die mondelinge behandeling kan de rechter niet alleen partijen in de gelegenheid stellen om hun stellingen toe te lichten, maar ook

  • partijen verzoeken om hem inlichtingen te geven,
  • partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen,
  • een schikking beproeven,
  • met partijen overleggen hoe het vervolg van de procedure zal verlopen, en
  • die aanwijzingen geven of die proceshandelingen bevelen die hij geraden acht, voor zover de rechter dit in overeenstemming acht met de eisen van een goede procesorde.

Tijdens de mondelinge behandelingen kunnen partijen ook getuigen en partijdeskundigen laten horen. Daarvoor is wel een voorafgaande toestemming van de rechter nodig.

Tijdens de mondelinge behandeling ondervraagt de rechter de partijen. Nieuw is dat partijen ook elkaar vragen mogen stellen. De rechter kan daar wel een stokje voor steken: hij kan beletten dat aan een bepaalde vraag gevolg wordt gegeven.

Schikking in proces-verbaal

Partijen kunnen dus ook een schikking beproeven bij een mondelinge behandeling. Komt er dan een schikking tot stand, dan eindigt de procedure. Van die schikking wordt een proces-verbaal opgemaakt. Een proces-verbaal van een schikking door de rechtbank heeft als meerwaarde (ten opzichte van een ‘gewone’ schikking bij onderhandse vaststellingsovereenkomst) dat de uitgifte daarvan geschiedt in executoriale vorm. Dat wil zeggen dat de verbintenissen die partijen in het proces-verbaal opnemen ook direct uitvoerbaar zijn. Stel dat de tegenpartij zijn afspraken niet nakomt, dan hoef je dus niet eerst opnieuw naar de rechter, maar kan je direct een deurwaarder inschakelen.

Pleidooi?

Het pleidooi – als afzonderlijke proceshandeling – komt in eerste en tweede aanleg te vervallen. De rechter moet partijen altijd in de gelegenheid stellen om hun standpunt over de zaak mondeling toe te lichten.

Proces-verbaal geeft zakelijke samenvatting van de zitting

Het proces-verbaal van een zitting bevat overigens een zakelijke samenvatting van het verhandelde ter zitting. Dit proces-verbaal kan ambtshalve worden opgesteld door de rechter, of op verzoek van een partij die daarbij belang heeft.

Verklaringen van partijen, getuigen of deskundigen kunnen in het proces-verbaal in zijn geheel worden opgenomen. Partijen mogen dan eventuele wijzigingen op het proces-verbaal maken.

Proces-verbaal door beeld- of geluidsopnamen

Het proces-verbaal vindt nu doorgaans plaats door een schriftelijke samenvatting van wat er ter zitting is behandeld. De griffier werkt dit uit. Het aangenomen wetsvoorstel bepaalt nu dat het proces-verbaal ook met beeld- of geluidsopname kan. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen daarvoor wel nadere regels worden opgesteld.

Welke wijzigingen zijn er geschrapt?

Een aantal wijzigingen in het procesrecht worden niet doorgevoerd, naast de digitalisering. Zo blijven de dagvaarding en het verzoekschrift de relevante documenten voor indiening van een zaak bij een gerecht. De procesinleiding en het oproepingsbericht zijn dus ingetrokken. Helaas zijn wijzigingen met betrekking tot de invoering en aanscherping van termijnen buiten beschouwing gelaten.

Conclusie

Kortom, met de aanname van deze wet komt er een aantal wijzigingen in het procesrecht die losstaan van de digitalisering. Het zorgt voor een versterkte regiefunctie van de rechter en uitgebreidere mogelijkheden op de mondelinge behandeling. Dit gaat nu voor alle gerechten in eerste aanleg en hoger beroep gelden.

De nieuwe procesregels treden in werking per 1 oktober 2019.

Gerelateerde berichten