Blog

Onduidelijke verwijzing naar algemene voorwaarden: toch van toepassing?

Een heet hangijzer in het contractenrecht is de toepasselijkheid van algemene voorwaarden. In algemene voorwaarden staan doorgaans bepalingen die belangrijk zijn voor de gebruiker van die algemene voorwaarden. Het is belangrijk dat de gebruiker zich ook daadwerkelijk op deze voorwaarden kan beroepen. Zoals vaker op deze blog geschreven, geldt voor de toepasselijkheid van algemene voorwaarden een tweestappentoets:

  1. De algemene voorwaarden dienen te zijn overeengekomen; en
  2. De wederpartij dient een redelijke mogelijkheid te zijn gegeven om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.

Als aan deze twee stappen is voldaan, dan zijn de algemene voorwaarden van toepassing. En kan de gebruiker zich hierop beroepen.

Maar wat nu als onduidelijk is welke voorwaarden zijn overeengekomen? Het gebeurt in de praktijk geregeld dat in een offerte bijvoorbeeld is vermeld dat dé FENIT voorwaarden van toepassing zijn, maar onduidelijk blijft welke versie van deze FENIT voorwaarden wordt bedoeld (versie uit 1994? of uit 2003?).

De vraag is in hoeverre dan aan de eerste stap is voldaan. In hoeverre is sprake van aanbod en aanvaarding van de algemene voorwaarden?

Visser/Avéro

In 1997 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan de zaak Visser/Avéro waarin onduidelijk was welke algemene voorwaarden tussen partijen waren overeengekomen. In deze zaak had de gebruiker van de algemene voorwaarden verwezen naar twee van elkaar verschillende sets algemene voorwaarden. Partijen hadden verder geen afspraken gemaakt over wanneer welke set van toepassing zou zijn. De Hoge Raad oordeelde dat voor de wederpartij niet begrijpelijk was welke van de sets wanneer van toepassing zou zijn, en dat daarom geen van beide sets van toepassing was.

Onduidelijk aanbod?

In een meer recente soortgelijke zaak uit 2013 oordeelde het Hof overeenkomstig het arrest van de Hoge Raad. Ook deze zaak betrof een aanvaarde offerte waarin meerdere (tegenstrijdige) sets algemene voorwaarden waren genoemd. Het Hof oordeelde dat wanneer onduidelijk is welke algemene voorwaarden onderdeel zijn van het aanbod van de gebruiker, dit aanbod niet kan worden geacht te zijn aanvaard door de wederpartij.

Maar…

Bovengenoemde arresten zijn beredeneerd vanuit het oogpunt van de totstandkoming van overeenkomsten door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW). De conclusie die wordt getrokken is dat als het aanbod onduidelijk is, dat dit aanbod wordt geacht niet te zijn aanvaard. De aanvaarding door de wederpartij stemt dan namelijk niet overeen met het door de gebruiker gedane aanbod (artikel 3:35 BW).

Wanneer echter wordt beredeneerd vanuit het systeem van de algemene voorwaarden, dan is deze onduidelijkheid mogelijk niet relevant. Voor de toepasselijkheid van algemene voorwaarden maakt het namelijk niet uit dat de wederpartij niet weet welke algemene voorwaarden door haar zijn geaccepteerd. Artikel 6:232 BW luidt namelijk als volgt:

“Een wederpartij is ook dan aan de algemene voorwaarden gebonden als bij het sluiten van de overeenkomst de gebruiker begreep of moest begrijpen dat zij de inhoud daarvan niet kende.”

Voor de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is het dus alleen relevant dat de wederpartij de gelding van de algemene voorwaarden heeft aanvaard. Niet relevant is dat de wederpartij weet welke (versie van de) set algemene voorwaarden is geaccepteerd. In de literatuur wordt dan ook wel eens het standpunt verdedigd dat de verschillende sets – waarnaar wordt verwezen – naast elkaar van toepassing zijn, ook als er onduidelijkheid over bestaat over welke set nu precies is bedoeld. Bij eventuele tegenstrijdigheid tussen de sets zal de rechter via uitleg moeten vaststellen welke bepalingen van toepassing zijn.

De situatie van onduidelijkheid wordt in dit geval juridisch gelijk getrokken met de situatie dat meerdere sets algemene voorwaarden van toepassing worden verklaard zonder dat er onduidelijkheid is. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een gebruiker zowel de branchevoorwaarden als haar eigen algemene voorwaarden van toepassing verklaart (cumulatieve verwijzing), of wanneer een gebruiker op bepaalde werkzaamheden algemene voorwaarden X en op andere werkzaamheden algemene voorwaarden Y van toepassing verklaart (alternatieve verwijzing).

Conclusie

Kortom: de onduidelijkheid in het aanbod van algemene voorwaarden blijft een lastige kwestie. Vanuit het algemene contractenrecht beredeneerd, kan worden gesteld dat een onduidelijk aanbod niet wordt geacht te zijn aanvaard.

Puur vanuit de algemene voorwaarden bekeken, kan echter worden beargumenteerd dat de onduidelijkheid niet relevant is. Artikel 6:232 BW bepaalt namelijk dat het niet uitmaakt dat de wederpartij niet weet welke algemene voorwaarden zij accepteert.

Om enige discussie op dit punt te voorkomen en het risico te minimaliseren dat de algemene voorwaarden niet van toepassing blijken, raden wij aan om duidelijk en consequent één of meerdere sets algemene voorwaarden van toepassing te verklaren.

Gerelateerde berichten