Blog

Blauwe envelop gebaseerd op camerabeelden niet toegestaan!

Afgelopen week oordeelde de Hoge Raad dat de Belastingdienst geen gegevens meer mag gebruiken die afkomstig zijn van politiecamera’s geplaatst langs de openbare weg. De Belastingdienst gebruikte deze gegevens om na te gaan of zakelijke rijders naar waarheid het aantal gereden privékilometers hadden aangegeven. De Hoge Raad oordeelde dat deze manier van persoonsgegevensverwerking in strijd is met het recht op privacy.

Wat doet de Belastingdienst?

De Belastingdienst controleert onder meer aan de hand van gegevens, die zij heeft verkregen van langs de openbare weg geplaatste camera’s met automatische nummerplaatherkenning, of zakelijke rijders zich houden aan het toegestane aantal te rijden privékilometers.

De betreffende camera’s zijn eigendom van de politie en zijn op verschillende locaties langs de openbare weg geplaatst. De camera’s registreren automatisch iedere voorbijkomende auto. De politie kan zo verdachte personen opsporen.

Naast de politie heeft dus ook de Belastingdienst toegang tot de gegevens afkomstig van deze camera’s, doordat een convenant is gesloten tussen de politie en de Belastingdienst met betrekking tot het medegebruik van de gegevens. De Belastingdienst filtert de gegevens afkomstig van de camera’s en bewaart de gegevens die fiscaal relevant zijn. De Belastingdienst vergelijkt vervolgens de door de werknemer ingevoerde rittenregistraties met de gegevens afkomstig van de camera’s. Indien uit deze vergelijking blijkt dat de door de werknemer ingevoerde rittenregistraties niet juist kunnen zijn, dan kan een naheffing volgen door de Belastingdienst.

Het oordeel van de Hoge Raad

Allereerst stelt de Hoge Raad vast dat door het gebruik van de gegevens van de camera’s het privéleven (de privacy) van burgers wordt geraakt. Deze wijze van controle berust immers niet op slechts één of enkele waarnemingen in de openbare ruimte, maar deze berust op het “systematisch verzamelen, vastleggen, bewerken en jarenlang bewaren van gegevens over de bewegingen van voertuigen op diverse plaatsen in Nederland”.

Het recht op privacy wordt beschermd in artikel 10 van de Grondwet en artikel 8 van het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). Uit deze regelgeving vloeit voort dat een inmenging op dit recht moet berusten op een “naar behoren bekend gemaakt wettelijk voorschrift waaruit de burger met voldoende precisie kan opmaken welke op zijn privéleven betrekking hebbende gegevens met het oog op de vervulling van een bepaalde overheidstaak kunnen worden verzameld en vastgelegd, en onder welke voorwaarden die gegevens met dat doel kunnen worden bewerkt, bewaard en gebruikt.”

De Hoge Raad oordeelt dat de wet waaruit de taakstelling van de Belastingdienst blijkt, de wet op grond waarvan de Belastingdienst te weinig geheven belasting kan naheffen en de regeling over belastingheffing wegens privégebruik van auto’s voor zakelijk gebruik te algemeen zijn om aan bovengenoemd criterium te voldoen.

Een voldoende precieze wettelijke grondslag ontbreekt en de Belastingdienst mag daarom geen gebruik meer maken van de gegevens van de betreffende camera’s met automatische nummerplaatherkenning.

Wat betekent dit?

Dit arrest heeft tot gevolg dat de Belastingdienst momenteel haar naheffing niet meer mag baseren op de gegevens van de betreffende camera’s met automatische nummerplaatherkenning. Omdat het voor de Belastingdienst lastig is om op een andere manier te achterhalen of de rittenregistratie – opgevoerd door de werknemer – klopt, is het goed mogelijk dat een speciale wet zal worden opgesteld die het voor de Belastingdienst mogelijk maakt om gegevens afkomstig van camera’s met automatische nummerplaatherkenning te gebruiken. Zo’n wet zal mogelijk wel voldoende specifiek zijn om een inmenging in het privéleven van burgers rechtvaardigen, zodat de Belastingdienst de gegevens van de camera’s in de toekomst toch mag gebruiken.

Gerelateerde berichten