Blog

In de “Twilight Zone”: Is de opzegging van een exploitatieovereenkomst wel of niet toegestaan?

Begin juli heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de langlopende zaak tussen de leden van de Nederlandse popgroep Golden Earring en haar muziekuitgeverij. De zaak is hiermee echter nog niet afgelopen. De Hoge Raad heeft namelijk geoordeeld dat het hof opnieuw moet beoordelen of de Golden Earring de exploitatieovereenkomsten met de muziekuitgever kan beëindigen.

Wat is er aan de hand?

De zaak was als volgt. De Nederlandse popgroep de Golden Earring is de auteursrechthebbende op de muziekwerken van de Golden Earring. De muziekuitgeverij bestaande uit Nanada, Dayglow en Nada Music (hierna: Nanada) heeft de uitgaverechten verkregen op een aantal muziekwerken van de popgroep.

Niet alle muziekwerken waren ondergebracht bij Nanada. De uitgaverechten van de internationale hits “Radar Love”, “When the Lady Smiles” en “Twilight Zone” waren in eerste instantie wel bij Nanada ondergebracht, maar deze zijn sinds 1990 ondergebracht bij Snamyook Music, de eigen muziekuitgeverij van bandlid George Kooymans.

Vanwege een vertrouwensbreuk heeft de advocaat van de Golden Earring in 2010 aan Nanada bericht alle tussen partijen bestaande muziekuitgavecontracten buitengerechtelijk te ontbinden. In de gerechtelijke procedure wordt subsidiair gevorderd de overeenkomsten te beëindigen vanwege “gewijzigde omstandigheden”.

Nanada vordert dat voor recht wordt verklaard dat de door de Golden Earring ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding van de met Nanada gesloten overeenkomsten en de subsidiair ingeroepen opzegging van deze overeenkomsten wegens gewijzigde omstandigheden rechtsgevolg missen. Dit zou tot gevolg hebben dat Nanada nog steeds kan beschikken over de door de popgroep overgedragen muziekuitgaverechten van de muziekwerken.

Eerste aanleg en hoger beroep

De rechtbank oordeelde dat Nanada te weinig aan promotie en exploitatie had gedaan en dat de Golden Earring daarom het recht had om de overeenkomsten te ontbinden. In hoger beroep werd dit vonnis vernietigd. Het hof oordeelde dat de popgroep nooit eerder hadden geklaagd over de promotie en exploitatie door Nanada, en dat zij daarom niet het recht had de overeenkomsten te ontbinden. Volgens het hof mocht de popgroep de overeenkomst wel opzeggen – zonder een zwaarwegende reden.

Duurovereenkomst voor onbepaalde tijd

Partijen zijn het er in cassatie over eens dat uit de uitgeefovereenkomsten kwalificeren als duurovereenkomsten en dat op de muziekuitgeverij een “voortdurende inspanningsverplichting rust tot promotie en exploitatie van de muziekwerken”.

De Hoge Raad kwalificeert de overeenkomst als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd, ook al is de overeenkomst aangegaan voor de duur van het auteursrecht (70 jaar na overlijden van de maker). De Hoge Raad trekt de vergelijking met andere overeenkomsten die eindigen door het intreden van een bepaalde gebeurtenis, zoals het intreden van de pensioengerechtigde leeftijd bij arbeidsovereenkomsten. Ook deze overeenkomsten zijn overeenkomsten voor onbepaalde tijd.

Opzegbaar?

Dat de overeenkomsten kwalificeren als duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd betekent niet dat de overeenkomsten niet opzegbaar zijn. De Hoge Raad stelt op basis van vaste rechtspraak vast dat een voor onbepaalde tijd gesloten duurovereenkomst in beginsel wel opzegbaar is. Ook als in de overeenkomst geen mogelijkheid tot opzegging is opgenomen. Dat de overeenkomsten een goederenrechtelijke overdracht bevatten (er zijn immers (uitgave)rechten overgedragen) doet hier volgens de Hoge Raad niet aan af. Na een geldige opzegging is terugoverdracht van de uitgaverechten vereist op grond van de redelijkheid en billijkheid.

Exploitatiecontract ook opzegbaar?

De Hoge Raad stelt vast dat bij de totstandkoming van de Wet auteurscontractenrecht aandacht is besteed aan een eventuele opzegmogelijkheid van exploitatiecontracten. De wetgever heeft toen afgezien van het opnemen van een mogelijkheid tot opzegging van exploitatiecontracten. Zij heeft gekozen voor een systeem waarbij de maker het exploitatiecontract kan ontbinden als de uitgever het werk niet (meer) voldoende exploiteert (artikel 25e Auteurswet).

De Hoge Raad concludeert hieruit dat het niet wenselijk is dat exploitatiecontracten zonder meer opzegbaar zijn, omdat dit rechtsonzekerheid voor de uitgever zou meebrengen. Dit komt de bereidheid tot investeren, en daarmee uiteindelijk ook de makers, niet ten goede.

Conclusie

Ook al was de Wet auteurscontractenrecht nog niet in werking getreden ten tijde van het sluiten van de contracten: De Hoge Raad acht dit toch relevant. De Hoge Raad overweegt dan ook dat voor de opzegging van de exploitatiecontracten een zwaarwegende grond is vereist. Hiervan was volgens de Hoge Raad geen sprake, althans dit is door het hof niet voldoende gemotiveerd. De zaak wordt daarom voor verdere behandeling doorverwezen naar een ander hof. Dit andere hof zal nu opnieuw moeten beoordelen of de popgroep de overeenkomsten kon ontbinden wegens onvoldoende exploitatie of een zwaarwegende reden had om de overeenkomsten op te zeggen. Wordt vervolgd!

Gerelateerde berichten

Leave a comment