Blog

Hoge Raad: Oude afspraken gelden bij nieuwe planning!

Eerder dit jaar – op 23 maart 2018 – heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de vraag of een overeenkomst betreffende de levering van een computersysteem rechtsgeldig is beëindigd. Het gerechtshof heeft geoordeeld dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden en heeft de vorderingen uit ongedaanmaking en schadevergoeding toegewezen. In cassatie wordt geklaagd dat ten onrechte zou zijn geoordeeld dat de overeenkomst is ontbonden. De overeenkomst zou namelijk niet zijn ontbonden, maar zijn opgezegd.

De overeenkomst

De zaak betreft een geschil tussen de Stichting Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) en de softwareontwikkelaar Alert Life Sciences Computing (ALSC). Partijen hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan ALSC aan JBZ een computersysteem levert ten behoeve van de bedrijfsvoering van JBZ. De afspraken zijn vastgelegd in een raamovereenkomst en enkele bijlagen.

Afgesproken is dat het project op 1 januari 2012 af moet zijn. Indien het project niet op 1 januari 2012 af is, of indien aannemelijk is dat het project niet op 1 januari 2012 af zal zijn, dan voorziet de overeenkomst in een mogelijkheid de overeenkomst te beëindigen.

Daarbij merk ik alvast op dat beëindiging een juridisch onduidelijke term is. Althans het is de overkoepelende term van nakoming, opzegging, ontbinding en vernietiging. Allerlei wijzen waarop de overeenkomst kan worden beëindigd. Deze onduidelijkheid zal later in de zaak een belangrijke rol spelen.

Vertraging en nieuwe planning

Er doet zich enige vertraging in het project voor, waardoor nieuwe afspraken omtrent de planning worden gemaakt. Met name de tussentijdse opleverdata van testomgevingen worden aangepast. Over de einddatum, of over de gevolgen van het niet halen daarvan, worden geen nieuwe afspraken gemaakt.

JBZ wil van de overeenkomst af

Na het maken van de nieuwe planning wil JBZ toch van de overeenkomst af, omdat zij verwacht dat de oorspronkelijke einddatum niet zal worden gehaald.

JBZ kiest er voor de overeenkomst op 3 oktober 2011 (buitengerechtelijk) te ontbinden. ALSC geeft geen gevolg aan de ontbinding en het komt tot een gerechtelijke procedure.

Rechtbank: geen verzuim, dus geen ontbinding

In de procedure bij de rechtbank vordert JBZ een verklaring voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden op 3 oktober 2011, dan wel rechtsgeldig is opgezegd tegen 3 oktober 2012 (met inachtneming van een opzegtermijn van 1 jaar).

De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst niet rechtsgeldig is ontbonden. ALSC was immers niet in verzuim. JBZ heeft ALSC immers niet (deugdelijk) in gebreke gesteld.

Ook oordeelt de rechter dat geen sprake is van een situatie waarin verzuim intreedt zonder ingebrekestelling. Gezien de strekking van de overeenkomst is volgens de rechtbank geen sprake van fatale termijnen die zijn verstreken. De overeenkomst geeft immers aan dat sprake is van indicatieve tussentijdse opleverdata.

Wel verklaart de rechtbank voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig is opgezegd tegen 3 oktober 2012.

Hof: wel ontbinding, want fatale termijn in eerste overeenkomst

JBZ gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank, omdat zij – gezien de mogelijkheid tot schadevergoeding – toch een ontbinding wenst. En met succes. Het hof verklaart voor recht dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden en wijst de vorderingen uit ongedaanmaking en uit schadevergoeding toe.

Het hof stelt vast dat in de nieuwe planning een tijdpad is overeengekomen, waardoor de beoogde einddatum niet meer kan worden gehaald. Of deze einddatum kwalificeert als een wettelijke fatale termijn (art. 6:83 sub a BW) wordt in het midden gelaten. Het hof oordeelt echter wel dat deze einddatum contractueel als fatale termijn wordt gezien. In die zin dat aan het niet halen van die einddatum het gevolg wordt verbonden dat de overeenkomst kan worden beëindigd. Zoals eerder aangegeven, zijn in de nieuwe planning geen afspraken gemaakt over de einddatum, of de gevolgen van het niet halen daarvan. De vraag is dus in hoeverre JBZ een beroep toekomt op de oude afspraken onder de oude planning.

Het hof oordeelt dat een redelijke uitleg van de overeenkomst meebrengt dat indien de nieuwe planning niet wordt gehaald, dat dan kan worden teruggevallen op de oude afspraken. In deze oude afspraken staat dat indien het project niet op 1 januari 2012 af is, of indien aannemelijk is dat het project niet op 1 januari 2012 af zal zijn, dat de overeenkomst dan kan worden beëindigd. Zoals hiervoor beschreven, heeft het hof vastgesteld dat die einddatum niet kan worden gehaald in de nieuwe planning. En dus dat de overeenkomst door JBZ mocht worden ontbonden, aldus het hof.

De Hoge Raad: beëindiging mogelijk, maar hoe?

De Hoge Raad gaat gedeeltelijk mee met het oordeel van het hof. In die zin dat ook de Hoge Raad oordeelt dat een redelijke uitleg van de overeenkomst meebrengt dat indien de nieuwe planning niet zou worden gehaald, dat dan kon worden teruggevallen op de oude afspraken. Daarmee is er dus een grond voor JBZ om de overeenkomst te beëindigen.

Maar dat betekent niet dat de overeenkomst daadwerkelijk kan worden ontbonden. Zoals hierboven beschreven, kan een beëindiging ook een opzegging inhouden. De Hoge Raad stuurt de zaak dus terug naar het hof met de opdracht om te onderzoeken of met de beëindiging, zoals genoemd in de overeenkomst, een opzegging of een ontbinding is bedoeld.

rechtspraak

Maak duidelijke afspraken!

De les die uit deze zaak kan worden getrokken is: Maak duidelijke afspraken!

In deze zaak is dat duidelijk fout gegaan. Allereerst doordat in de overeenkomst niet is gespecificeerd wat met een beëindiging wordt bedoeld. Vervolgens is ook fout gegaan dat bij het maken van de nieuwe planning geen afspraken zijn gemaakt over de einddatum en de gevolgen van het niet halen van die datum.

Gerelateerde berichten