Blog

Rechtbank: archivering = verwijdering

Op 25 april 2016 moest de rechter zelf verschijnen voor de rechter.  Een moeder (hierna: verzoekster) had de rechtbank Limburg en het hof ‘s-Hertogenbosch verzocht om alle dossiers rond haar gezin uit het archief te verwijderen. De dossiers die de gerechtelijke instanties in het archief bewaarden bevatten verschillende persoonsgegevens van de verzoekster en haar gezin. De uiteindelijke verzoekschriftprocedure deed zich voor bij de Rechtbank Gelderland.

Ondertoezichtstelling

Bij beschikking van 5 juli 2011 heeft de kinderrechter van de rechtbank Limburg de

dochter van verzoekster onder toezicht gesteld van Bureau Jeugdzorg. Het hof ‘s-Hertogenbosch heeft die beschikking vervolgens vernietigd en het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling alsnog afgewezen.

Verzoek

Verzoekster heeft de rechtbank Limburg en het hof ‘s-Hertogenbosch aangeschreven met het verzoek alle dossiers van verzoekster en haar gezin uit het archief te verwijderen. Verzoekster beroept zich op de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp). De dossiers zouden een negatief beeld van haar en haar gezin schetsen en zij vindt het bezwaarlijk dat de informatie raadpleegbaar blijft. Zij acht het niet in het belang van haar dochter dat de dossiers nog langer worden bewaard.

Verweer

De gerechtsbesturen van de rechtbank en het hof verweren zich tegen het voornoemde verzoek. Zij zijn van mening dat het hier gaat om archiefbescheiden waarop de Archiefwet van toepassing is en dat zij dus wettelijk verplicht is de dossiers te bewaren. Daarnaast zou artikel 8e Wbp van toepassing zijn, inhoudende dat de dossiers en de

daarin voorkomende persoonsgegevens van verzoekster en haar gezin zijn verzameld omdat dat noodzakelijk was voor de uitoefening van de publieke taak van de rechtbank en het hof, namelijk rechtspreken.

Archivering = verwijdering

De rechtbank overweegt dat in artikel 3 van de Archiefwet is bepaald dat de overheidsorganen “zijn verplicht de onder hen berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden”.

De rechtbank ziet niet in waarom de gerechtsbesturen in dit geval anders zouden moeten handelen. De rechtbank is van oordeel dat de dochter van verzoekster niet wordt geschaad door het bewaren van de dossiers in de archieven, omdat de dossiers zich bevinden in het archief en dus niet in omloop zijn. De archivering houdt in feite al een verwijdering in, doordat de dossiers zich niet meer in de actieve administratie bevinden en dus niet meer vrij raadpleegbaar zijn. Op degenen die wel inzage in de dossiers hebben rust een geheimhoudingsplicht uit hoofde van hun functie.

Geen absoluut recht op de verwijdering van gegevens

Verder overweegt de rechtbank dat in artikel 36 Wbp is bepaald dat “degene aan wie

kennis is gegeven van hem betreffende persoonsgegevens, de verantwoordelijke kan verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wet anderszins in strijd met een wettelijke voorschrift worden verwerkt.”

De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat het hof ‘s-Hertogenbosch geen grond voor ondertoezichtstelling aanwezig heeft geacht en de beschikking in eerste aanleg heeft vernietigd, niet kan leiden tot de conclusie dat de verwerkte persoonsgegevens onjuist zijn in de zin van de Wbp.

Artikel 36 Wbp beoogt niet om persoonsgegevens bestaande uit indrukken, meningen en conclusies te verwijderen, maar enkel om onjuiste gegevens te verwijderen.

Gerelateerde berichten