Blog

Reputatieschade door persoonlijke heksenjacht op Twitter

Op Twitter en andere social media worden heel wat ongenuanceerde uitspraken gedaan. Er wordt op deze media veel geprovoceerd. Op basis van de vrijheid van meningsuiting is dit in veel gevallen toegestaan, maar er zijn gevallen waarin de provocatie zo stelselmatig plaatsvindt, ongenuanceerd is en op onjuiste beweringen is gestoeld dat dit leidt tot schade in welke vorm dan ook. De vraag is in hoeverre een verbod kan worden opgelegd ten aanzien van deze uitingen in een zogenoemde “heksenjacht”.

Een casus waarin sprake was van zo’n “heksenjacht” deed zich voor in onderstaande uitspraak van 11 maart 2016.

Feiten

Gedaagde is exploitant en eigenaar van het bedrijf Join the Pipe, een bedrijf dat onder andere herbruikbare plastic flessen verkoopt. In januari 2010 besluit gedaagde mee te doen met een ontwerpwedstrijd voor herbruikbare plastic flessen georganiseerd door de eiser in deze zaak: Dopper. De wedstrijd wordt gewonnen door een werknemer van Hapro Internationaal en dus niet door gedaagde. Na doorontwikkeling van de fles komt Dopper uiteindelijk tot de welbekende Dopperfles.

Vervolgens laat gedaagde zich sinds de nazomer van 2015 publiekelijk uit over Dopper en haar eigenaar. In de meeste van deze tweets wordt Dopper op sprekende wijze beticht van plagiaat.

Vervolgens verzoekt de eigenaar van Dopper aan de gedaagde tevergeefs om te stoppen met deze berichtgeving. Hierna wordt een kort geding gestart tegen gedaagde, waarin wordt een verbod op deze berichtgeving wordt gevorderd.

Twitter, Tweet, Bird, Funny, Cute, Blue, Messaging

Reputatieschade en verweer

Dopper is van mening dat gedaagde er met zijn uitingen op Twitter bewust op uit is om Dopper en meer specifiek de reputatie van Dopper schade toe te brengen, waarmee gedaagde onrechtmatig zou handelen jegens Dopper.

Gedaagde brengt hiertegen in dat zijn berichtgeving niet onrechtmatig is, omdat hij binnen de kaders blijft van de vrijheid van meningsuiting die een kritische, publicerende burger toekomt. Daarnaast is gedaagde van mening dat zijn tweets steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal, omdat de Dopper daadwerkelijk een kopie zou zijn van een Russisch ontwerp.

Voorts brengt de vrijheid van meningsuiting mee dat een zekere mate van overdrijven en provoceren is toegestaan. Dit geldt met name voor social media waar ironie en overdrijving gewend is.

De bescherming van de goede naam vs. de vrijheid van meningsuiting

De voorzieningenrechter constateert dat in het geschil twee belangrijke rechten tegenover elkaar staan, te weten enerzijds het recht van Dopper op bescherming van de goede naam van haar onderneming tegen lichtvaardig gepubliceerde beschuldigingen en anderzijds de vrijheid van gedaagde om zijn mening te uiten over hetgeen hij in de maatschappij waarneemt.

Om antwoord te geven op de vraag aan welk van deze rechten meer belang dient te worden gehecht zijn verschillende factoren in het spel. Het hangt af van de in onderling verband te beschouwen omstandigheden, waaronder de aard van de gepubliceerde beschuldigingen, de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die beschuldigingen betrekking hebben, de ernst van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen, de mate waarin ten tijde van de publicatie de beschuldigingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal en de inkleding van de beschuldigingen (Hoge Raad 24 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AD2221).

Er komt in beginsel geen voorrang toe aan één van de bovenstaande rechten.

Heksenjacht

De voorzieningenrechter is al met al van oordeel dat in deze zaak sprake is van beschuldigingen waarvan de aard en ernst niet door voldoende onderliggende feitelijke vaststellingen en enig deugdelijk onderzoek worden gedragen en die zodanig ernstig zijn dat ze voor Dopper ernstige gevolgen kunnen hebben.

Gedaagde voert volgens de voorzieningenrechter een ongenuanceerde “heksenjacht” tegen Dopper. Op grond hiervan komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat het recht van Dopper op bescherming van de goede naam van haar onderneming in dit geval dient te prevaleren boven het recht op vrijheid van meningsuiting van gedaagde.

Social enterprise

Daarbij komt dat Dopper een social enterprise is wat inhoudt dat zij een onderneming is met een maatschappelijke missie. Dit gaat volgens de voorzieningenrechter gepaard met een kwetsbare positie ten aanzien van lichtvaardige beschuldigingen van handelingen in strijd met dit profiel. Dit soort beschuldigingen leiden snel tot reputatieschade die moeilijk is te herstellen. In dit kader zijn de gemaakte beschuldigingen des te erger.

Verbod wordt toegewezen

De voorzieningenrechter besluit op grond van bovenstaande argumenten het gevraagde verbod toe te wijzen. De voorzieningenrechter verbiedt gedaagde uitingen te doen over Dopper waarin zonder verwijzing naar een vaststelling in rechte wordt medegedeeld of gesuggereerd dat Dopper zich met het produceren en in het verkeer brengen van de Dopper schuldig maakt aan plagiaat, auteursrechtinbreuk en/of illegale kopie, de ontwerpwedstrijd waarin de Dopper het winnend ontwerp is geworden niet eerlijk is verlopen, en/of de productie van de Dopper niet op een eerlijke wijze aan de producent daarvan is gegund.

Tevens wordt er een dwangsom opgelegd van EUR 1.000,- voor iedere dag dat gedaagde geen gehoor geeft aan dit verbod.

Gerelateerde berichten