Blog

Sampling & fonogrammenrecht: de Kraftwerk-zaak

Afgelopen week was het groot nieuws: het nummer Dark Horse van Katy Perry lijkt te veel op het nummer Joyful Noise van Marcus Tyrone Gray.

Omdat dit een Amerikaanse zaak is, staat niet vast dat er in Nederland op dezelfde manier over zou zijn geoordeeld. In Nederland hebben we hiervoor de Vaste Commissie Plagiaat van Buma Stemra (hier staan de uitspraken). De normale rechter kan overigens ook over dit soort zaken oordelen.

Deze week was er echter nog meer muzieknieuws: Het Hof van Justitie oordeelde afgelopen dinsdag o.a. over de vraag wanneer een “sample” als een reproductie moet worden aangemerkt. Dat oordeel heeft ook gevolgen voor Nederland: het bepaalt wanneer de fonogramproducent tegen sampling kan optreden.

De feiten – Kraftwerk vs. Pelham en Haas

Deze zaak is in Duitsland gestart en de eisers zijn de leden van de band Kraftwerk. Kraftwerk heeft in 1977 een fonogram gepubliceerd met daarop het nummer ‘Metall auf Metall’.

Gedaagden hebben een nummer gecomponeerd dat ‘Nur mir’ heet en ook op een fonogram is verschenen, namelijk in 1997.

Volgens Kraftwerk hebben gedaagden twee seconden van het nummer Metall auf Metall overgenomen en maken gedaagden daardoor o.a. inbreuk op de naburige rechten van eisers als fonogramproducenten.

De richtlijn 2001/29

De wetgeving die belangrijk is in dit geschil, is de richtlijn betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (2001/29).

In deze richtlijn staat dat de fonogramproducent – kort gezegd – het recht heeft om “de volledige of gedeeltelijke reproductie van het materiaal toe te staan of te verbieden“.

Ook staat er in de richtlijn dat de fonogramproduct het recht heeft de fonogram, met inbegrip van kopieën ervan, ter beschikking van het publiek te stellen.

In de richtlijn staat tot slot ook dat het recht van de fonogramproducent mag worden beperkt, in die zin dat citeren ten behoeve van kritieken, recensies of soortgelijke doeleinden mogelijk is.

Naar aanleiding van deze artikelen besloot de Duitse rechter prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie.

Intermezzo: een richtlijn?

Een richtlijn is EU-regelgeving. Toch heeft een richtlijn grote impact op alle landen van de EU, omdat een richtlijn in nationale regels moet worden omgezet (ook wel: geïmplementeerd). Bij zogenaamde verordeningen zit dat net anders: die werken rechtstreeks – dus zonder dat deze zijn omgezet in nationale wetgeving – door.

Deze richtlijn is dus in alle EU-landen in nationale wetgeving omgezet. In Nederland staan de rechten voor fonogramproducenten in de Wet op de Naburige Rechten.

Vragen aan het Hof van Justitie

De interessantste vragen komen op het volgende neer:

1)      Is er sprake van een inbreuk op (…) het uitsluitende recht van een fonogramproducent tot reproductie van zijn fonogram, wanneer van zijn fonogram minieme geluidsfragmenten worden overgenomen en op een ander fonogram worden vastgelegd?

2)      Is een fonogram dat minieme geluidsfragmenten bevat die van een ander fonogram zijn overgenomen een kopie van het andere fonogram (…)?

(…)

4)      Wordt een werk of ander materiaal voor citeerdoeleinden gebruikt (…) wanneer niet herkenbaar is dat een werk of ander materiaal van een derde wordt gebruikt?

(…)

Intermezzo: het Hof van Justitie?

Het Hof van Justitie is de rechtsprekende instantie van de EU en is in Luxemburg gevestigd. Het Hof oordeelt niet over specifieke (feitelijke) zaken, maar kan duidelijkheid verschaffen over EU-wetgeving. Die legt zij uit, waarna de lokale nationale rechter die regels op de specifieke zaak kan toepassen.

Het Hof legt dus alleen Europese regels uit, en dus niet onze eigen, of in deze zaak de Duitse, Wet op de Naburige rechten. Maar omdat onze wet gebaseerd is op de Europese regels, moet onze eigen wet in lijn met Europese wetgeving en rechtspraak worden uitgelegd. Het doel daarvan is dat de regels in de hele EU op dezelfde manier worden uitgelegd. Deze uitspraak doet er dus toe!

Wat betekent ‘gedeeltelijke reproductie’?

Als een sample als een reproductie kan worden aangemerkt, heeft de fonogramproducent het recht om het gebruik toe te staan of te verbieden. Een belangrijke beslissing dus.

Het Hof oordeelt dat de richtlijn zo moet worden uitgelegd dat:

een fonogramproducent op grond van het hem door deze bepaling verleende recht om reproductie van zijn fonogram toe te staan of te verbieden, kan beletten dat een geluidsfragment van zijn fonogram, hoe kort dan ook, door een derde wordt overgenomen en op een ander fonogram wordt vastgelegd, tenzij dat fragment in een gewijzigde en voor het oor onherkenbare vorm op laatstgenoemd fonogram wordt vastgelegd (r.o. 39, onderstreping toegevoegd).

Daarbij benadrukt het Hof dat de ‘samplingtechniek’ een vorm is van artistieke expressie die onder de door artikel 13 van het Handvest beschermde vrijheid van kunsten valt (r.o. 35). En:

Bij de uitoefening van deze vrijheid kan de gebruiker van een geluidsfragment (sample), wanneer hij een nieuw werk vervaardigt, besluiten een van een ander fonogram overgenomen fragment dusdanig te wijzigen dat dit fragment bij het beluisteren van zijn werk niet meer herkenbaar is (r.o. 36).

Als de onherkenbare vorm als een ‘reproductie’ zou worden aangemerkt, zou dat niet alleen strijdig zijn met de in de omgangstaal gebruikelijke betekenis van dat begrip, in de zin van (…) de rechtspraak, maar eveneens voorbijgaan aan het (…) vereiste van een rechtvaardig evenwicht (r.o. 37).

Om die reden oordeelt het Hof dat een sample geen reproductie is als het fragment in een gewijzigde en voor het oor onherkenbare vorm wordt vastgelegd. Een geluidsfragment dat wél herkenbaar is, moet als een reproductie worden aangemerkt en kan het gebruik verboden worden door de fonogramproducent van het originele nummer.

Is een sample een ‘kopie’?

Indien een sample als een kopie van het fonogram moet worden aangemerkt, mag alleen de fonogramproducent de kopie ter beschikking van het publiek stellen. Ook dit is dus een interessante kwestie.

Allereerst benadrukt het Hof het doel van de bepaling: “de fonogramproducent de mogelijkheid te bieden de voor de productie van de fonogrammen gedane investeringen, die bijzonder hoog en riskant kunnen zijn, terug te verdienen” (r.o. 44).

Het Hof legt vervolgens uit dat materiaal waarop al het geluid of een substantieel deel is opgenomen een kopie vormt (r.o. 46). Dat geldt volgens het Hof echter niet voor materiaal met muziekfragmenten.

Om die reden oordeelt het Hof dat:

een fonogram dat muziekfragmenten bevat die van een ander fonogram zijn overgenomen geen „kopie” van dat fonogram in de zin van die bepaling is, aangezien op dat fonogram niet het gehele andere fonogram of een wezenlijk gedeelte daarvan is overgenomen (r.o. 55).

Is een sample een citaat?

Als een sample als een citaat moet worden aangemerkt, kan dit betekenen dat de fonogramproducent zijn rechten niet kan uitoefenen. Om die reden wordt de citaatregeling ook wel de citaatexceptie genoemd, aangezien dit een uitzondering betreft op het exclusief recht van de fonogramproducent.

Het Hof oordeelt:

Wanneer de maker van een nieuw muziekwerk een van een fonogram overgenomen geluidsfragment (sample) gebruikt dat bij het beluisteren van dat nieuwe werk herkenbaar is, kan het gebruik van dat geluidsfragment, naargelang van de omstandigheden van het geval, met name gelijkstaan aan „citeren” (…) mits dat gebruik is bedoeld om de dialoog met het werk waarvan het geluidsfragment is overgenomen aan te gaan, (…), en de (…) voorwaarden zijn vervuld (r.o. 27).

Maar: van een dergelijk dialoog kan geen sprake zijn wanneer het betrokken werk niet kan worden herkend. Om die reden wordt geoordeeld dat het begrip ‘citeren’ niet ziet op een situatie waarin het betrokken werk niet kan worden herkend aan de hand van het citaat.

Dit heeft als gevolg dat de citaatexceptie niet van toepassing is als het betrokken werk niet kan worden herkend.

Conclusies

Uit dit arrest volgt dat een herkenbare sample als een reproductie kan worden aangemerkt. Dat kan betekenen dat sampling alleen nog maar met toestemming van de fonogramproducent mogelijk is. Toch staat de citaatexceptie daar waarschijnlijk aan in de weg: een herkenbaar fragment kan – naargelang van de omstandigheden van het geval – gelijkstaan aan citeren. Als vervolgens de citaatexceptie van toepassing is, kan sampling zo toch mogelijk zijn zonder tussenkomst van de fonogramproducent.

Onherkenbare sampling is mogelijk omdat een sample geen reproductie en geen kopie betreft. De fonogramproducent kan zich tegen dat gebruik dus niet verzetten.

Wel is van belang dat het Hof in deze zaak dus niet heeft geoordeeld dat Kraftwerk in het ongelijk moet worden gesteld. Het Hof heeft namelijk alleen maar EU-regels uitgelegd. Het is nu aan de Duitse rechter om te beoordelen wie als winnaar en wie als verliezer uit de bus komt.

Gerelateerde berichten