Blog

Noot IT&Recht: “Toepasselijkheid van algemene voorwaarden: nog altijd een heet hangijzer”

algemene voorwaardenNaar aanleiding van een arrest van het Hof Den Bosch hebben kantoorgenoot Nick Vrugt en ik een noot geschreven over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden.

Geschil

Het geschil betrof de uitvoering van overeenkomsten voor de automatisering van de bedrijfsvoering. Partijen hebben het geschil niet onderling weten op te lossen, en dus werd het voorgelegd aan de rechtbank.

Rechtbank niet bevoegd wegens algemene voorwaarden

Maar de rechtbank heeft geoordeeld niet bevoegd te zijn om kennis te nemen van het geschil: De FENIT-voorwaarden zouden van toepassing zijn.

Arbitrage bij de SGOA

Deze algemene voorwaarden bepalen dat geschillen ter arbitrage moeten worden voorgelegd aan de Stichting Geschillenoplossing Automatisering (SGOA).

Hoger beroep

Er wordt hoger beroep aangetekend tegen het vonnis, maar zonder resultaat. In hoger beroep bekrachtigt het Hof het vonnis van de rechtbank. Het beroep op onbevoegdheid vanwege de arbitrageclausule in de FENIT-voorwaarden wordt gehonoreerd. Deze voorwaarden zouden namelijk van toepassing zijn.

Kritiek

Wij zetten daar vraagtekens bij. Het arrest geeft maar weer eens aan hoe heet het hangijzer van algemene voorwaarden kan zijn. Onze noot kan je hier lezen op IT&Recht.nl, of zie direct bijgevoegde pdf: Wouter Dammers en Nick Vrugt – LAWFOX – Toepasselijkheid van algemene voorwaarden nog altijd een heet hangijzer – IT2218.

Tweestappentoets

In de noot bespreken wij het juridische kader voor de toepasselijkheid van algemene voorwaarden: de zogenaamde tweestappentoets.

1. zijn de algemene voorwaarden van toepassing? En

2. kan je je op de inhoud daarvan beroepen?

Het oordeel van het Hof houden we in dit opzicht tegen het licht.

Ons standpunt

Wij stellen ons op het standpunt dat het Hof wat gemakzuchtig is geweest. Het hof laat na feitelijk vast te stellen welke versie van de FENIT-voorwaarden zou zijn overeengekomen. Het voert daarvoor aan dat dit niet uit zou maken, omdat niet zou zijn gebleken van eventuele verschillen in de opeenvolgende versies.

Wat ons betreft is dit onjuist, omdat deze feiten juist van belang zijn voor de vraag welke set(s) algemene voorwaarden zijn aangeboden en aanvaard. Die stelplicht, en bij betwisting bewijslast, ligt bij de gebruiker van de algemene voorwaarden. Daaraan lijkt niet te zijn voldaan. Dit zou tot gevolg moeten hebben gehad dat de overheidsrechter toch bevoegd was kennis te nemen van het geschil.

Ook wat betreft de vereiste informatieplicht duikt het Hof langs de obstakels van het gesloten wettelijke systeem, en oordeelt dat vernietiging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De Holding lijkt de spreekwoordelijke deksel op haar neus te krijgen, doordat ze zelf eerder inmenging van de SGOA heeft geopperd.

Wat ons betreft onterecht, omdat niet concreet op het arbitragebeding lijkt te zijn gewezen, en ook op andere diensten zoals mediation en conflictpreventie kon zijn gewezen.

Het hangijzer van toepasselijkheid van algemene voorwaarden blijft heet. Het arrest kan zich aansluiten in de steeds langer wordende rij van geschillen over algemene voorwaarden.

We concluderen daarom: Wetgever, is het niet tijd om de handen uit de mouwen te steken en orde op zaken te stellen?

Gerelateerde berichten