Blog

Verplicht in- en uitchecken: NS schendt privacy niet

Eind augustus oordeelde de rechter als volgt: de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft terecht het verzoek afgewezen om handhavend op te treden tegen de NS.

Het verzoek om handhavend op te treden kwam van een man uit Almere. Onder andere vanwege de verplichting om in en uit te checken was hij van mening dat de NS zijn privacy had geschonden.

Deze uitspraak is niet zo verrassend, maar toch interessant genoeg om hier kort te bespreken.

De feiten: verplicht in- en uitchecken

Wat is dit nu voor zaak? Het gaat hier om een beroep van een reiziger tegen het oordeel van de AP. Dit beroep moet worden ingesteld bij de bestuursrechter, die vervolgens beslist of het oordeel van de AP terecht was. Een beroep wordt voorafgegaan door een bezwaar, maar het bezwaar vindt plaats bij de AP zelf. Over bezwaar en beroep bij de AP schreven we eerder al een blog, zie hier.

De eiser in deze zaak is zoals gezegd een reiziger uit Almere, en de verweerder is de AP. Derde partij in deze zaak is de NS.

De reiziger verzocht de AP in 2017 om handhavend op te treden tegen de NS. Toentertijd was de AVG nog niet van toepassing, waardoor in deze zaak gekeken moet worden naar de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).

De reden voor het verzoek was dat de NS in strijd zou handelen met deze wet omdat:

  • het verplicht is om in en uit te checken. Dit is niet noodzakelijk en anoniem reizen is daardoor niet mogelijk.
  • de anonieme kaart niet écht anoniem is omdat je gedwongen wordt om te pinnen (contant betalen is beperkt mogelijk). Daarbij is de pinpas weer tot een persoon te herleiden.

De AP heeft besloten niet handhavend op te treden richting de NS, omdat de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst die eiser heeft met de NS. Ook is de verwerking nodig om fraude tegen te gaan. Bij pinbetalingen zou er geen sprake zijn van verwerking van betaalgegevens.

avg

Heeft de AP juist geoordeeld?

De rechtbank stelt voorop dat er op grond van artikel 7 van de Wbp alleen persoonsgegevens mogen worden verzameld voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden. Ook moet de gegevensverwerking zijn toegestaan op een van de in artikel 8 van de Wbp opgesomde gronden. Verder geldt dat de verwerking noodzakelijk moet zijn met het oog op het omschreven doel van de verwerking.

In deze zaak speelt de volgende vraag: is de gegevensverwerking van de NS noodzakelijk voor de uitvoering van de overeenkomst tussen de reiziger en de NS?

De doelen

Volgens de rechtbank zijn de doelen voor de verwerking door de NS voldoende welbepaald en uitdrukkelijk omschreven.

AP heeft beslissing voldoende gemotiveerd

De rechter oordeelt dat de AP voldoende heeft gemotiveerd dat de verwerking noodzakelijk is en niet onevenredig is voor de uitvoering van de overeenkomst. De AP vond namelijk:

  • dat de NS moet kunnen controleren of er betaald is voor het abonnement;
  • dat de NS moet kunnen controleren of iemand binnen het traject reist of binnen de voordeeluren reist;
  • dat van belang is dat de NS gegevens verwerkt voor de ‘Regeling geld terug bij vertraging’;
  • dat van belang is dat de reisgegevens technisch en organisatorisch gescheiden worden opgeslagen van de overige persoonsgegevens van de reiziger.

Alternatieven mogelijk?

Ook oordeelt de rechter dat de AP voldoende heeft gemotiveerd dat de persoonsgegevens niet op een andere – minder nadelige – wijze konden worden verwerkt om de overeenkomst uit te kunnen voeren. Zo zou het reizen met twee ov-chipkaarten minder waarborgen bieden en maakt directe anonimisering het onmogelijk om o.a. de service Geld Terug bij Vertraging te verlenen.

Pinbetalingen

Wat betreft de pinbetalingen oordeelt de rechter dat er wel mogelijkheden bestaan om cash te betalen. De AP hoefde hierin geen aanleiding te zien om nader onderzoek te doen naar het anoniem aanschaffen en opladen van een ov-chipkaart.

Tot slot oordeelt de rechtbank dat de gegevensverwerking niet in strijd is met artikel 8 EVRM.

Conclusies

Uit dit vonnis blijkt dat de NS onze reisgegevens mag verwerken omdat dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst tussen ons en de NS. Ook kan op die manier fraude worden voorkomen. Belangrijk is dat deze uitspraak is gebaseerd op de Wet bescherming persoonsgegevens en niet op grond van de AVG. Toch is goed voorstelbaar dat de rechter hetzelfde zou hebben geoordeeld als de AVG van toepassing was geweest.

De verplichtingen die in dit vonnis centraal stonden, zijn namelijk ook in de AVG terug te vinden. Zo mogen persoonsgegevens ook nu alleen voor welbepaalde en uitdrukkelijk omschreven doelen worden verwerkt (artikel 5 lid 1b AVG), moet de verwerking gebaseerd zijn op een rechtsgrond (artikel 6 AVG) en moet de verwerking noodzakelijk (toereikend) zijn (artikel 5 lid 1c AVG).

Deze uitspraak toont nog eens aan dat er verschillende rechtsgronden bestaan om gegevens te mogen verwerken. De bekendste daarvan is ‘toestemming’, maar dat is zeker niet de enige. Twee andere belangrijke betreffen de rechtsgronden die in dit vonnis naar voren kwamen: i) noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst en ii) gerechtvaardigde belangen. Zie daarvoor artikel 6 AVG.

Vragen over privacy? Neem contact met ons op!

Gerelateerde berichten