Blog

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen: een eerste analyse

Op 10 november 2017 is een voorstel ingediend voor de nieuwe “Wet bescherming bedrijfsgeheimen”. Deze wet regelt de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsgeheimen tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken van deze informatie. In deze blog zal een eerste analyse van deze wet worden gemaakt.

Waarom?

Dit voorstel voor de Wet bescherming bedrijfsgeheimen strekt tot implementatie van de Europese richtlijn betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie.

Het idee achter de richtlijn en het wetsvoorstel is dat bedrijven investeren in het verkrijgen, ontwikkelen en toepassen van knowhow en informatie. Deze investering is onder meer van invloed op het innovatief vermogen en de concurrentiepositie van bedrijven. Vanwege met name de globalisering en het toenemende gebruik van informatie- en communicatietechnologie worden bedrijven steeds vaker blootgesteld aan oneerlijke praktijken die zijn gericht op het onrechtmatig gebruik van knowhow en informatie. De richtlijn en het wetsvoorstel hebben tot doel om meer rechtsbescherming te bieden voor houders van bedrijfsgeheimen.

Wat is een bedrijfsgeheim?

Op grond van het wetsvoorstel is een “bedrijfsgeheim” informatie die aan de volgende drie vereisten voldoet:

  1. De informatie is geheim, doordat deze niet in het geheel of niet in de juiste samenstelling en ordening van haar bestanddelen algemeen bekend is bij, of gemakkelijk toegankelijk is voor, degenen die zich gewoonlijk bezighouden met dit soort informatie;
  2. De informatie bezit handelswaarde omdat deze geheim is; en
  3. De informatie is – door degene die daar rechtmatig over beschikt – onderworpen aan redelijke maatregelen om deze geheim te houden.

Onrechtmatig gebruik

Een bedrijfsgeheim is beschermd tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruik en het openbaar maken ervan.

Het verkrijgen van een bedrijfsgeheim zonder de toestemming van de houder van het bedrijfsgeheim is onrechtmatig wanneer het bedrijfsgeheim is verkregen door onbevoegde toegang tot – of het zich onbevoegd toe-eigenen of kopiëren van – documenten die het bedrijfsgeheim bevatten of waaruit het bedrijfsgeheim kan worden afgeleid. Ook kunnen andere gedragingen die in strijd zijn met eerlijke handelspraktijken kwalificeren als een onrechtmatige verkrijging van een bedrijfsgeheim.

Het gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim is onrechtmatig wanneer het bedrijfsgeheim zonder de toestemming van de houder van het bedrijfsgeheim wordt gebruikt of openbaar wordt gemaakt door een natuurlijke persoon of rechtspersoon die het bedrijfsgeheim op onrechtmatige wijze heeft verkregen (zie voorgaande alinea).
Daarnaast is het gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim onrechtmatig als dit in strijd is met een geheimhoudingsovereenkomst (NDA) of een (contractuele) verplichting die strekt tot beperking van het gebruik van het bedrijfsgeheim.

Geen exclusief recht

Om innovatie en concurrentie te bevorderen, heeft de Wet bescherming bedrijfsgeheimen niet tot gevolg dat exclusieve rechten worden verkregen op bedrijfsgeheimen. De bescherming is alleen een gevolg van de maatregelen die de houder van de geheime informatie heeft genomen om die geheim te laten blijven. Het is dan ook geen intellectueel eigendomsrecht. Dit betekent onder meer dat onafhankelijke ontdekking of ontwerp niet leidt tot een onrechtmatige verkrijging. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het merkenrecht, waarbij de merkrechthebbende wel een exclusief recht wordt toegekend. Ook als iemand hetzelfde teken als het merk onafhankelijk zou hebben ontworpen, dan is toch sprake van een inbreuk. Deze wet beoogt niet tot het verkrijgen van zo een exclusief recht.

Rechtsmiddelen

Op grond van het wetsvoorstel krijgt de houder van een bedrijfsgeheim een aantal rechtsmiddelen om onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen tegen te gaan.

De houder van een bedrijfsgeheim kan bij de rechter:

  • een verbod vorderen op het gebruik het bedrijfsgeheim;
  • een verbod vorderen op de productie van goederen die door middel van het bedrijfsgeheim zijn geproduceerd;
  • verlof vragen om (bewijs)beslag te mogen leggen op de vermeende inbreukmakende goederen;
  • een vordering instellen tot het terugroepen van de markt van de vermeende inbreukmakende goederen;
  • vernietiging vorderen van de vermeende inbreukmakende goederen;
  • vernietiging vorderen van de documenten schade die het bedrijfsgeheim bevatten; en
  • (onder bepaalde voorwaarden) schadevergoeding vorderen.

De richtlijn maakt het mogelijk dat nationale wetgeving verder reikende bescherming biedt dan de richtlijn. Het was bijvoorbeeld mogelijk om in het wetsvoorstel de mogelijkheid tot het vorderen van een volledige proceskostenveroordeling op te nemen. Zoals bij intellectuele eigendomsrechten het geval is (artikel 1019h Rv). De Nederlandse wetgever heeft hier tot op heden echter geen noodzaak tot gezien. Uit de toelichting bij het wetsvoorstel blijkt dat de Nederlandse wetgever van mening is dat de richtlijn een evenwichtig pakket van maatregelen biedt.

Conclusie

De Wet bescherming bedrijfsgeheimen zal de positie van houders van bedrijfsgeheimen aanzienlijk verbeteren. Het sluiten van (goede) geheimhoudingsovereenkomsten (NDA’s) zal nog belangrijker worden. Handelen in strijd hiermee kan namelijk kwalificeren als onrechtmatig gebruik van een bedrijfsgeheim. De houder van het bedrijfsgeheim heeft op grond van deze wet verschillende rechtsmiddelen tot zijn beschikking om daartegen op te treden.

Op 9 juni 2018 dient de richtlijn in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. De wet zal dus uiterlijk op die datum in werking moeten treden.

Gerelateerde berichten