Blog

Zoekresultaten over veroordeelde advocaat moeten worden verwijderd

In 2016 is door de rechtbank bepaald dat Google zoekresultaten over een veroordeelde advocaat op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) moest verwijderen. Nu heeft ook het hof geoordeeld dat dit inderdaad het geval is: Een nieuw hoofdstuk in de reeks uitspraken over “het recht om te worden vergeten”.

Recht om te worden vergeten

Het recht om te worden vergeten houdt in dat personen het recht hebben om zoekresultaten die persoonsgegevens bevatten uit een zoekmachine te laten verwijderen. Of een verwijdering uit de zoekresultaten is gerechtvaardigd, is afhankelijk van een belangenafweging waarbij de fundamentele rechten van de verschillende partijen worden afgewogen. Het gaat daarbij met name om het recht op privacy van de betrokkene, en het recht op informatie en vrijheid van meningsuiting van de internetgebruiker en de zoekmachine.

In 2014 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Google / Costeja het recht om te worden vergeten erkend. In 2017 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen in een soortgelijke zaak. Hierin is bepaald hoe in Nederland uitleg dient te worden gegeven aan het recht om te worden vergeten. In eerdere blogs is al aandacht besteed aan de vuistregels bij het recht om te worden vergeten en de uitspraak van de Hoge Raad.

De zaak

In deze zaak waren de feiten als volgt. Een in Engeland voor verboden wapenbezit veroordeelde Nederlandse advocaat wenste twee links betreffende zijn strafrechtelijk verleden verwijderd te hebben uit de zoekresultaten van Google. Ten aanzien van deze verwijdering heeft hij het daartoe bestemde Google formulier ingevuld. Google wees het verzoek van de advocaat af. Vervolgens heeft de advocaat om bemiddeling gevraagd door de voorloper van de Autoriteit Persoonsgegevens, namelijk het College bescherming persoonsgegevens. Het verzoek om bemiddeling wordt door het college afgewezen, omdat de strafrechtelijke veroordeling van een recente datum is en de berichtgeving een publiek belang dient.

Naar aanleiding van de afwijzing van beide verzoeken start de advocaat een rechtszaak tegen Google waarin hij vordert dat Google de betreffende zoekresultaten alsnog verwijderd, althans dat de rechter Google hiertoe verplicht.

Google stelt zicht op het standpunt dat de zoekresultaten het publiek belang dienen. De advocaat speelt een belangrijke rol in de maatschappij, waardoor het publiek belang heeft bij informatie over zijn strafrechtelijk verleden. De zoekresultaten hoeven daarom volgens Google niet te worden verwijderd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt allereerst vast dat sprake is van een verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens door Google, omdat de persoonsgegevens tot identificatie van de advocaat als veroordeelde kunnen leiden. Op grond van artikel 16 Wbp is de verwerking van bijzondere persoonsgegevens – waaronder strafrechtelijke persoonsgegevens – in beginsel verboden, enkele uitzonderingen daargelaten.

De rechtbank is het niet eens met het argument van Google dat iedere advocaat per definitie een dusdanige maatschappelijke rol heeft dat het publiek steeds belang heeft bij informatie over het strafrechtelijk verleden van de advocaat. Daarbij is ook relevant dat het in dit geval een advocaat betreft die adviseert bij zakelijke contracten. De veroordeling heeft geen relatie met de professionele werkzaamheden van de advocaat, aldus de rechtbank.

De rechtbank oordeelt dat de zoekresultaten door Google dienen te worden verwijderd, omdat het persoonlijke belang van de advocaat in dit geval zwaarder weegt dan het publieke belang.

Verwerking van strafrechtelijke gegevens

Het hof is het met het oordeel van de rechtbank eens.

In hoger beroep stelt Google dat zij niet zelf strafrechtelijke persoonsgegevens heeft verwerkt, maar hier enkel naar heeft verwezen, en dus geen inbreuk heeft gemaakt op artikel 16 Wbp. Het hof oordeelt dat Google de in de bronpagina vermelde gegevens wel degelijk verwerkt, onder meer door deze gegevens aan het publiek ter beschikking te stellen.

Daarnaast stelt Google dat zij niet de intentie heeft gehad om strafrechtelijke gegevens te verwerken en het verbod uit artikel 16 Wbp te overtreden.
Het hof overweegt dat Google “al sinds het buitengerechtelijke verwijderverzoek van [verweerder] wist dat er aanmerkelijke kans bestond dat zij zulke gegevens betreffende [verweerder] verwerkte en dat zij door niet aan dat verzoek te voldoen de kans dat zij dat zou blijven doen op de koop toe heeft genomen.”

Relatie tussen de gegevens en werk

Het hof oordeelt verder dat in dit specifieke geval geen relatie bestaat tussen het feit waarvoor de advocaat is veroordeeld en zijn werkzaamheden, namelijk het adviseren bij zakelijke contracten. Het belang van het publiek om kennis te nemen van de veroordeling van de advocaat (recht op informatie en recht op vrijheid van meningsuiting) weegt in dit geval niet op tegen het recht op privacy van de advocaat.

Conclusie

Deze uitspraak betekent niet per definitie dat iedere veroordeelde recht heeft op verwijdering van berichten betreffende zijn of haar veroordeling uit de zoekresultaten van een zoekmachine. Per specifiek geval dient een afweging te worden gemaakt van de betrokken belangen. Kort gezegd komt het neer op de vraag of het belang van het publiek om kennis te kunnen nemen van de veroordeling zo groot is dat inmenging in de privacy van de veroordeelde is gerechtvaardigd. Bij deze beoordeling zijn onder meer de gezichtspunten uit de eerder genoemde blogs van belang. Neem dit dus mee wanneer je een verwijderingsverzoek doet bij een zoekmachine.

Meer weten?

[maxbutton id=”4″]

Gerelateerde berichten

Leave a comment