Toelichting op de SIDN geschillenregeling

Toelichting op de SIDN geschillenregeling

Wanneer een geschil over een .nl domeinnaam ontstaat, kunnen partijen naar de civiele rechter. Dit kost vaak veel tijd en veel geld. Bij dit soort geschillen is er gelukkig ook een alternatief voor de civiele rechter, namelijk de arbitrageprocedure van de World Intellectual Property Organization (hierna: WIPO). Voordelen van deze procedure zijn de relatief snelle uitspraak, het gratis mediationproces voorafgaand aan de uitspraak en de deskundigheid van de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (hierna: SIDN) en WIPO. De uitspraak zal gebaseerd zijn op de SIDN geschillenregeling (hierna: de regeling). Hieronder zal ik deze regeling (versie 31 december 2013) per artikel toelichten en uitleggen hoe zo’n procedure doorgaans verloopt met als doel een leidraad te zijn bij de regeling.

Algemene opmerkingen

De geschillenregeling is van toepassing op alle domeinnamen met het toplevel domein “.nl”. De regeling laat de mogelijkheid open om, tijdens de procedure of in plaats van de procedure, naar de civiele rechter te gaan. De uitspraak van een rechter zal voorgaan op de uitspraak van de geschillenbeslechter.

Wie kan op grond waarvan wat vorderen?

“Artikel 1. Wat kan via de regeling gevorderd worden?”

Op grond van de regeling kan de Eiser slechts één type vordering instellen. Eiser kan namelijk alleen vorderen dat zij – in plaats van de huidige domeinnaamhouder – de nieuwe houder  van de domeinnaam wordt. De vordering strekt enkel tot een verplichte overdracht van de domeinnaam. De geschillenbeslechter is niet bevoegd uitspraken te doen met betrekking tot andere vorderingen, zoals het vorderen van schadevergoeding of een proceskostenveroordeling.

“Artikel 2. Op welke gronden kan een vordering worden ingediend?”

De Eiser dient zijn eis te baseren op de volgende (cumulatieve) gronden:

  1. de domeinnaam van de domeinnaamhouder is identiek aan, of stemt zodanig overeen, dat er verwarring kan ontstaan met een:
    1. naar Nederlands recht beschermd merk of handelsnaam, waarvan Eiser rechthebbende is; of
    2. in een Nederlandse gemeentelijke geregistreerde persoonsnaam, dan wel een naam van een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon of een naam van een in Nederland gevestigde vereniging of stichting waaronder Eiser aan het maatschappelijk verkeer deelneemt; en
  2. de domeinnaamhouder heeft geen recht op, of legitiem belang bij, de domeinnaam; en
  3. de domeinnaam is te kwader trouw geregistreerd of wordt te kwader trouw gebruikt.

Indien de vordering van Eiser niet op deze gronden is gebaseerd, zal het mediationproces niet aanvangen en zal de geschillenbeslechter zich niet bevoegd verklaren.

Bij grond a gaat het in de praktijk in de meeste gevallen om een beschermd merk of handelsnaam. Een geschil met een persoonsnaam, publiekrechtelijke rechtspersoon of een vereniging of stichting komt minder vaak voor.
Een merk is een geregistreerd teken. Een merk kan als een woordmerk en/of beeldmerk worden geregistreerd.
Een handelsnaam hoeft daarentegen niet te zijn geregistreerd om voor bescherming in aanmerking te komen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is registratie van de handelsnaam bij de KvK niet vereist. Een handelsnaam is beschermd als deze door de desbetreffende onderneming wordt gevoerd. Een aanwijzing hiervoor kan zijn dat de onderneming bij het publiek onder deze naam bekendstaat.
In veel gevallen hebben de geschillen betrekking op een domeinnaam die de merknaam bevat, waarachter met of zonder koppelteken een generiek woord wordt toegevoegd, zoals shop of onderdelen. Ook komt vaak voor dat de domeinnaam in slechts beperkte mate van de merknaam of handelsnaam afwijkt.
De geschillenrechter oordeelt of deze generieke toevoeging of deze kleine afwijking voldoende is om het gevaar van verwarring weg te nemen.

Grond b ziet op het ontbreken van een recht op, of belang bij, de domeinnaam van de huidige domeinnaamhouder. De regeling zegt in het volgende artikel iets over hoe Verweerder dit tegendeel mogelijk kan bewijzen. Dit zal ik bij het volgende artikel van de regeling toelichten.
Hier wil ik ingaan op de Oki Data criteria. Deze zijn in de praktijk ontwikkeld en zien op het wederverkopen van producten van een bepaald merk. Deze vier criteria kunnen worden gebruikt om een legitiem belang bij de domeinnaam aan te tonen.

  1. De domeinnaamhouder moet daadwerkelijk de goederen of diensten van het merk op zijn website aanbieden;
  2. De domeinnaamhouder moet de website gebruiken om uitsluitend de betreffende merkenrechtelijk beschermde goederen of diensten te verkopen;
  3. De domeinnaamhouder mag niet zoveel domeinnamen met de merknaam registreren dat het voor de merkhouder niet meer mogelijk is het merk in een domeinnaam te gebruiken;
  4. De website moet nauwkeurig omschrijven wat de relatie is tussen de domeinnaamhouder en de merkhouder.

Ook over grond c zegt de regeling iets ten aanzien van de mogelijke bewijsvoering door partijen. Hier zal ik ook bij de toelichting van het volgende artikel op terugkomen.
In de praktijk wordt onder te kwader trouw met name verstaan het lokken van publiek naar de website door gebruik van de merk- of handelsnaam van een ander. Op deze wijze wordt meegelift op de bekendheid van de ander. Voor te kwader trouw is voldoende dat er sprake is van registratie te kwader trouw of gebruik gebruik te kwader trouw. Er hoeft niet te zijn voldaan aan beide.

Daarnaast kan ook een vermoeden bestaan van te kwader trouw, bijvoorbeeld indien de domeinnaamhouder de website aanpast of de domeinnaam verhuist na kennisneming van het geschil. Door deze gedraging erkent de Verweerder impliciet dat zij hiervoor fout zat.

“Artikel 3. Voorbeelden van mogelijke bewijslevering door partijen”

Zoals hierboven vermeld, noemt de regeling zelf ook een aantal voorbeelden van bewijslevering.

Ten aanzien van grond b (het legitiem belang) geeft de regeling aan dat de domeinnaamhouder een legitiem belang kan aantonen door onder andere de volgende omstandigheden:

  1. voordat de domeinnaamhouder kennisnam van het geschil gebruikte hij de domeinnaam om te goeder trouw producten of diensten aan te bieden, of trof de domeinnaamhouder hiervoor voorbereidingen;
  2. de domeinnaamhouder is algemeen bekend onder de domeinnaam; of
  3. de domeinnaamhouder gebruikt de domeinnaam voor legitieme niet-commerciële doeleinden, zonder daarbij consumenten op misleidende wijze te lokken.

Indien van één van deze omstandigheden sprake is, is nog niet gezegd dat de eis sowieso zal worden afgewezen. Het is enkel een aanwijzing dat domeinnaamhouder een legitiem belang bij de domeinnaam heeft.

In principe is het aan de Eiser om aan te tonen dat de domeinnaamhouder de domeinnaam te kwader trouw (grond c) gebruikt. Dit valt ook af te leiden uit de voorbeelden die de regeling geeft voor de bewijsvoering. Deze voorbeelden zijn immers gericht op het aantonen van te kwader trouw en niet op het ontkennen van te kwader trouw. Om te kwader trouw aan te tonen geeft de regeling de volgende voorbeelden:

  1. De domeinnaam is met name geregistreerd of verworven om deze voor een hoger bedrag te verkopen, te verhuren of op andere wijze over te dragen;
  2. De domeinnaam is geregistreerd om het Eiser onmogelijk te maken deze te registreren;
  3. De domeinnaam is hoofdzakelijk geregistreerd om activiteiten van Eiser te verstoren; of
  4. De domeinnaam wordt gebruikt om commercieel voordeel te behalen door internetgebruikers met gebruikmaking van de verwarring naar een website van de domeinnaamhouder te lokken.

De eerste drie voorbeelden zien op het registreren van de domeinnaam. De laatste ziet op het gebruik hiervan.

De procedure

“Artikel 4. Het aanhangig maken van een procedure”

De Eiser maakt een procedure aanhangig bij WIPO door een eis op te stellen conform de model-eis. De eis dient vervolgens inclusief bijlagen te worden gemaild naar het WIPO Arbitration and Mediation Center. Aan het indienen van de eis zijn kosten verbonden, mits het uiteindelijk tot een uitspraak van de geschillenbeslechter komt. Indien tot een oplossing wordt gekomen in het mediation proces, dan is Eiser de kosten niet verschuldigd. Er hoeft pas te worden betaald als een geschillenbeslechter is benoemd.

De gemaakte kosten kunnen achteraf niet worden verhaald op de verliezende partij.

“Artikel 5. Melding van Eis”

Binnen drie dagen na ontvangst van de eis zal worden gecontroleerd of de eis aan alle vereisten voldoet. Indien de eis hieraan voldoet, zal de eis inclusief een instructiebrief worden verstuurd aan de domeinnaamhouder. In deze instructiebrief staan onder meer de stappen die domeinnaamhouder moet ondernemen indien hij zich wil verweren en de aanvangsdatum van de procedure.

Als de eis niet aan alle vereisten blijkt te voldoen, wordt de Eiser hierover geïnformeerd en heeft zij vijf dagen om de gebreken te verbeteren.

“Artikel 6. Bevriezing domeinnaam”

Wanneer het SIDN op de hoogte is gesteld van de ontvangst van de eis, werkt zij niet meer mee aan de opheffing of wijziging van houder van de desbetreffende domeinnaam, totdat de procedure is beëindigd. De domeinnaam wordt “bevroren”.

“Artikel 7. Het verweer”

De domeinnaamhouder doet er verstandig aan zich tegen de eis te verweren. Op de eerste plaats, omdat het de Eiser inzicht geeft in de situatie van de domeinnaamhouder. Dit kan van pas komen tijdens het mediation proces.
Ten tweede is voor toegang tot dit mediation proces vereist dat verweer is aangetekend. Zonder verweer komt er direct een uitspraak en zal geen mediation plaatsvinden.

Tot slot is het verweer uiteraard van belang, indien het uiteindelijk tot een beslissing van de geschillenbeslechter komt. Zonder dat verweer is aangetekend, zal de geschillenbeslechter alleen kijken naar de eis. Het lijkt voor de hand te liggen dat het aantekenen van verweer de kansen voor een gunstige uitspraak voor de domeinnaamhouder vergroot. In het verweerschrift kan beargumenteerd worden aangegeven dat aan de gronden waarop de eis is gebaseerd, niet is voldaan.

Het verweer dient uiterlijk twintig dagen na de aanvangsdatum van de procedure aan WIPO te worden gemaild. Dit verweerschrift dit overeenkomstig het model-verweerschrift te worden ingediend. De bijlagen moeten aan deze e-mail worden bijgevoegd. De Eiser dient deze mail ook te ontvangen (door middel van een CC).

Op de site van WIPO staan een aantal praktische richtlijnen waaraan het verweerschrift dient te voldoen. Zo dient deze (inclusief bijlagen) bijvoorbeeld kleiner te zijn dan 10 MB, tenzij afwijkende afspraken zijn gemaakt.
WIPO bevestigt vervolgens aan beide partijen de ontvangst van het verweerschrift (of het verstrijken van de termijn, zonder dat verweerschrift is ingediend). Indien een verweerschrift is ingediend, zal binnen enkele dagen het mediation proces aanvangen. Is geen verweerschrift ingediend, dan dient Eiser de verschuldigde kosten aan het instituut te voldoen en zal de geschillenbeslechter overgaan tot het doen van een uitspraak.

“Artikel 8. Mediation”

Het mediation proces begint binnen vijf dagen nadat WIPO het verweerschrift aan SIDN heeft toegezonden. Het mediation proces is vrijwillig en vertrouwelijk. Aan het mediation proces zijn geen kosten verbonden. Indien partijen een advocaat of jurist voor de mediation aanstellen, kan deze hiervoor wel uren in rekening brengen.

Het mediation proces gaat als volgt. Er zal een mediator worden aangewezen. Deze mediator zal een aantal keer (afhankelijk van drukte en bereikbaarheid van partijen) met partijen bellen. Hij hoort de wensen van partijen aan en bekijkt aan de hand daarvan of partijen het eventueel eens kunnen worden. Hij zal dan niet alleen kijken naar een eventuele overdracht van de domeinnaam, maar ook of partijen elkaar misschien iets anders te bieden hebben.

De informatie die aan de mediator wordt doorgegeven is vertrouwelijk, deze informatie zal ook niet worden doorgespeeld naar de geschillenbeslechter.

Het mediation proces eindigt dertig dagen na aanvang, tenzij de mediator al eerder tot de conclusie is gekomen dat mediation geen oplossing zal gaan bieden. De periode van het mediation proces kan met instemming van beide partijen tweemaal worden verlengd met nog eens dertig dagen.

Blijkt de mediation succesvol, dan laat de mediator dit aan beide partijen en WIPO weten en zal de procedure worden beëindigd. De kosten die Eiser eigenlijk zou hebben wanneer het geschil door de geschillenbeslechter zou zijn beslecht, is de Eiser niet meer verschuldigd.

Als de mediation niet succesvol is, laat de mediator dit ook weten aan beide partijen en WIPO. De Eiser is dan verplicht binnen tien dagen het verschuldigde bedrag te voldoen, waarna de procedure zal worden hervat. Laat de Eiser dit na, dan wordt de procedure beëindigd.

“Artikel 9. Benoeming van de geschillenbeslechter”

Als de betaling van Eiser is ontvangen, wordt binnen vijf dagen een geschillenbeslechter benoemd. Vervolgens wordt deze benoeming aan partijen kenbaar gemaakt.

“Artikel 10. Taak en bevoegdheid geschillenbeslechter”

De geschillenbeslechter zal het geschil als onpartijdige en onafhankelijke partij te behandelen. Als de geschillenbeslechter een persoonlijke of zakelijke band heeft met één van de partijen of voorafgaand aan de benoeming al een mening over de zaak aan één van de partijen heeft kenbaar gemaakt, dan dient de geschillenbeslechter zich te verschonen. Dit houdt in dat de geschillenbeslechter wordt vervangen.

De geschillenbeslechter oordeelt over de toelaatbaarheid, de relevantie en de waardering van het door partijen aangeleverde bewijsmateriaal. Als er door de domeinnaamhouder geen verweerschrift is ingediend, zal de geschillenbeslechter alleen kijken naar de eis. In de meeste gevallen zal deze dan worden toegewezen, tenzij de eis onrechtmatig of ongegrond lijkt. Hieruit blijkt ook maar weer het belang van een (goed) verweerschrift.

“Artikel 11. Nadere stukken”

Nadat eis en verweerschrift zijn ingediend, het mediation proces is afgesloten en een geschillenbeslechter is benoemd, kan door de geschillenbeslechter aan partijen worden gevraagd om standpunten nader schriftelijk toe te lichten of om aanvullende stukken in te dienen. Ook is het mogelijk dat partijen op eigen initiatief aanvullende stukken aanleveren. Of deze worden toegelaten is echter aan de geschillenbeslechter.

Stukken die niet op de juiste wijze zijn ingediend of stukken die aan de mediator ter beschikking zijn gesteld, zullen niet tot de procedure worden toegelaten.

“Artikel 12. Sluiting van de schriftelijke procedure”

Nadat de benoeming van de geschillenbeslechter heeft plaatsgevonden, is de schriftelijke procedure in principe gesloten. Zoals bij Artikel 11 besproken, kunnen nadere stukken in sommige gevallen nog wel worden toegelaten.

“Artikel 13. Mondelinge behandeling”

Het geschil wordt in principe niet mondeling behandeld, tenzij de geschillenbeslechter dit noodzakelijk acht voor het nemen van een beslissing.

“Artikel 14. Uitspraak”

Als de schriftelijke procedure is gesloten, stuurt de geschillenbeslechter binnen 14 dagen (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) de schriftelijke uitspraak aan WIPO. Uiterlijk drie dagen na ontvangst van de uitspraak, zal WIPO deze naar partijen toesturen. Naast de beslissing over het geschil omvat de uitspraak:

  1. de gronden voor de in de uitspraak gegeven beslissing;
  2. de naam van de geschillenbeslechter;
  3. de namen en woonplaats(en) van de partijen; en
  4. de datum van de uitspraak.

Algemene bepalingen over de procedure

“Artikel 15. Contact”

De partijen mogen geen rechtstreeks contact hebben met de geschillenbeslechter. De communicatie tussen partijen en de geschillenbeslechter gaat via WIPO.

“Artikel 16. Communicatie: de wijze waarop stukken moeten worden aangeleverd”

In principe zal alle communicatie via e-mail verlopen. In de eis en het verweerschrift kunnen partijen een voorkeur voor andere wijze van communicatie aangeven, wanneer kennisgeving via e-mail onmogelijk is. Partijen kunnen kiezen voor kennisgeving per aangetekende post of per fax. In principe is ieder ander denkbaar communicatiemiddel mogelijk, zolang er maar een bevestiging van ontvangst is. De kennisgevingen aan WIPO dienen te worden verstuurd aan het volgende e-mailadres: domain.disputes@wipo.int.

WIPO zal zich ervoor inspannen dat de eis en de bijbehorende stukken – inclusief instructiebrief – daadwerkelijk bij de domeinnaamhouder terecht komen. De stukken zullen naar alle e-mailadressen worden gestuurd die zijn weergegeven in de openbaar toegankelijke registratiegegevens van het register van SIDN en aan alle andere door Eiser genoemde e-mailadressen van de domeinnaamhouder, of naar het e-mailadres dat de domeinnaamhouder heeft aangegeven als voorkeuradres.

Als stukken per e-mail worden ingediend, worden deze op het tijdstip waarop deze zijn verzonden (indien dit kan worden vastgesteld) als ingediend beschouwd. Indien stukken per fax worden ingediend, geldt het tijdstip vermeld op de bevestiging van de verzending. Wanneer stukken per aangetekende post worden verstuurd, geldt het tijdstip vermeld op het ontvangstbewijs.

“Artikel 17. Procestaal van de geschillenbeslechting”

Als zowel Eiser als Verweerder in Nederland woonachtig of gevestigd zijn, zal de taal van de procedure de Nederlandse taal zijn. In uitzonderlijke gevallen kan de geschillenbeslechter beslissen dat Engels de procestaal is, of dat Engelse stukken mogen worden ingediend.

Indien Eiser of Verweerder niet in Nederland woonachtig of gevestigd is, zal de taal van de procedure de Engelse taal zijn. Hiervoor geldt dan het tegenovergestelde van wat hierboven staat: in uitzonderlijke gevallen kan de geschillenbeslechter beslissen dat Nederlands de procestaal is, of dat Nederlandse stukken mogen worden ingediend.

WIPO of de geschillenbeslechter mag van partijen verlangen dat bij elk stuk, dat in een andere dan de procestaal wordt ingediend, een vertaling wordt bijgevoegd.

“Artikel 18. Niet nakomen regeling”

Als een partij niet of op aan onvolledige wijze voldoet aan de regeling, verbindt de geschillenrechter daaraan de gevolgen die hem juist voorkomen. Het kan zijn dat daardoor stukken niet tot het proces worden toegelaten.

“Artikel 19. Minnelijke schikking of andere wijze van beëindiging van het geschil”

De procedure kan in een drietal gevallen voortijdig (voordat de geschillenbeslechter uitspraak heeft gedaan) worden beëindigd, namelijk:

  1. als partijen tot een schikking zijn gekomen voordat de geschillenbeslechter een beslissing heeft genomen;
  2. als blijkt dat het niet nodig of niet mogelijk is om de procedure voort te zetten; of
  3. als Eiser de eis tijdens de procedure intrekt.

Zo’n voortijdige beëindiging van de procedure zal door WIPO aan partijen en SIDN worden gemeld, zodat SIDN de bevriezing van de domeinnaam (Artikel 6) beëindigt.

Op verzoek van Eiser kan de procedure tijdelijk worden geschorst om zo alsnog tot een schikking te komen.

Bij elke voortijdige beëindiging zullen de kosten betaald door Eiser niet worden teruggegeven, tenzij er nog geen geschillenbeslechter is benoemd en de kosten dus nog niet verschuldigd zijn.

Gevolgen van de uitspraak

“Artikel 20. Meewerken aan uitspraak door SIDN”

Als de geschillenbeslechter de vordering uit de eis toewijst, zal SIDN – na verloop van tien dagen nadat zij hiervan op de hoogte is – meewerken aan de wijziging van domeinnaamhouder van de desbetreffende domeinnaam. Als SIDN binnen deze tien dagen bewijs ontvangt van Verweerder dat het geschil voor de civiele rechter zal worden gebracht, dan zal SIDN niet aan de wijziging van de domeinnaamhouder meewerken.

Bij een toegewezen vordering dient de Eiser zelf een aanvraag tot wijziging van de domeinnaamhouder in te dienen bij SIDN en een overeenkomst van dienstverlening met SIDN te sluiten. De overeenkomst van SIDN met Verweerder eindigt door de wijziging van de domeinnaamhouder.

“Artikel 21. Samenloop met procedure voor de rechter”

Deelname aan deze WIPO procedure weerhoudt Eiser en Verweerder niet om het geschil, buiten deze regeling om, voor te leggen aan de civiele rechter.

“Artikel 22. Publicatie uitspraak”

De uitspraak wordt in principe door WIPO of SIDN in zijn geheel openbaar gemaakt, tenzij de geschillenbeslechter hierover anders beslist.

Kosten

“Artikel 23. Kosten”

De kosten die Eiser verschuldigd is voor het starten van de procedure op het moment dat een geschillenbeslechter is benoemd, bestaan uit het honorarium van de geschillenbeslechter en administratiekosten. Zolang de betaling niet is ontvangen, is WIPO niet gehouden de zaak verder te behandelen.

Is de betaling niet volledig ontvangen, dan wordt de eis geacht te zijn ingetrokken en wordt de procedure stopgezet. Indien naar het oordeel van WIPO of de geschillenbeslechter kosten moeten worden gemaakt die niet reeds door het betaalde bedrag zijn gedekt, kunnen partijen worden gevraagd deze aanvullende kosten te vergoeden.

Overige bepalingen

“Artikel 24. Exoneratie”

WIPO, SIDN, de geschillenbeslechter, de betrokken registrar en de bestuurders of werknemers van deze instituten zijn niet aansprakelijk jegens Eiser of Verweerder voor welke schade dan ook, voortvloeiend uit handelen of nalaten in het kader van de regeling.

“Artikel 25. Wijzigingen regeling”

SIDN kan de regeling wijzigen of vervangen voor een nieuwe regeling. Geschillen die dan reeds aanhangig zijn gemaakt, zullen dan op grond van de “verouderde” regeling worden behandeld.