Internet

Het internet lijkt in onze huidige samenleving een haast onmisbare uitvinding. Internet is sinds 1993 opengesteld voor het publiek, en is sindsdien een integraal onderdeel van onze maatschappij. Het internet bestond daarvóór echter ook al: toen werd het aanvankelijk alleen gebruikt door overheden en wetenschappers. Maar doordat het internet nu dus steeds meer in belang is toegenomen, komen daarbij ook steeds complexere vragen aan de orde. Voor een goed begrip van (juridische) problemen die met internet te maken hebben, is het noodzakelijk om te weten wat het internet is en hoe het werkt.

Internet Protocol Suite

Het internet is een georganiseerd, wereldwijd publiek netwerk van autonome computernetwerken. Het is dus een netwerk van netwerken. De netwerken zijn fysiek met elkaar verbonden door allerlei verschillende technologieën. De apparaten die met het internet zijn verbonden kunnen met elkaar communiceren doordat zij op vrijwillige basis gebruik maken van dezelfde gestandaardiseerde communicatieprotocollen – zeg maar een taal. De kern van deze protocollen is het Internet Protocol Suite (IPS), ontwikkeld door de Defence Advanced Research Agency (DARPA) van het Amerikaanse leger in de jaren 1970. Het netwerk kent geen centrale punten waarvan het afhankelijk is. Het betreft dus geen gecentraliseerd of gedecentraliseerd netwerk, maar een gedistribueerd netwerk. Indien een punt om welke reden dan ook uit het netwerk wegvalt, dan kan het verkeer via een andere route alsnog op de plaats van bestemming aankomen. Dit heet packet switching. De communicatie vindt daarbij plaats in het verzenden van verschillende kleine pakketjes, die volgens de meest efficiënte route door het netwerk op zoek gaan naar hun eindbestemming. Bij de ontvanger van de pakketjes komen de pakketjes samen en vormen ze weer de oorspronkelijke informatie.

Transmission Control Protocol en Internet Protocol

Van het IPS zijn het Transmission Control Protocol (TCP) en het Internet Protocol (IP) de belangrijkste en bekendste. Deze verzorgen de voornoemde packet switched-communicatie op het internet. Ieder aangesloten apparaat heeft een eigen IP-adres. Aan de hand daarvan weten de apparaten die het verkeer regelen welke pakketjes met informatie naar welk apparatuur gestuurd moeten worden. TCP regelt dat wanneer een pakketje aankomt er een bevestiging wordt verstuurd. Wordt die bevestiging niet ontvangen, dan wordt het opnieuw gestuurd.

Internet als gelaagde infrastructuur

Het internet kan worden voorgesteld als een gelaagde infrastructuur:

  1. De toepassingslaag (applicaties)
  2. De transportlaag (TCP)
  3. De internetlaag (IP)
  4. De koppelinglaag
  5. De fysieke infrastructuur (kabels, routers, schakelaars)

De toepassingslaag en de fysieke laag is wat de normale internetgebruiker het meest ‘ziet’: in de toepassingslaag hebben de digitale gegevens de vorm van begrijpelijke informatie, zoals foto’s, video, tekst, afbeeldingen en dergelijke. De fysieke laag betreft de ‘hardware’ die we gebruiken om verbinding te maken met het internet.

Interconnectie

IP-netwerken die zelfstandig functioneren en beheerd worden heten ook wel Autonome Systemen. Binnen zo’n systeem zijn afspraken gemaakt over de route die het verkeer moet afleggen binnen dat netwerk. De apparaten kunnen binnen hun eigen netwerk met elkaar communiceren, maar niet met apparaten daarbuiten. Daarvoor zijn weer andere afspraken maken, over het uitwisselen van gegevens tussen de netwerken. Dat heet interconnectie. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van peering (met gesloten beurzen) of van transit (tegen vergoeding). Routering tussen verschillende netwerken gebeurt op basis van het Border Gateway Protocol (BGP).

Wanneer meerdere autonome systemen afspraken maken over het koppelen van hun netwerken (peering) dan ontstaat er een internetknooppunt. Het internetknooppunt in Amsterdam is een van de grootste Internet Exchanges in de wereld: de Amsterdam Internet Exchange (AMS-IX).

Internet als toepassing

De bovenstaande uitleg betreft het internet als communicatie-infrastructuur. Het moet onderscheiden worden van het internet als toepassing – ook wel het “web” of “world wide web” genoemd. Het wereldwijde web maakt gebruik van de toepassingslaag, hierboven genoemd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het Hypertext Transfer Protocol (HTTP). Daarmee kunnen webclients (zoals een browser) en een webserver (de locatie waar informatie is opgeslagen) met elkaar communiceren. Een client kan een verzoek doen aan een server door middel van HTTP. Zo’n verzoek bevat een Uniform Resource Locator, ofwel URL. De URL verwijst naar specifieke gegevens op een server, zoals de locatie van een webpagina (https://www.lawfox.nl). URL’s zijn hyperlinks (“superkoppelingen”).

Domeinnamen

Domeinnamen worden op het internet gekoppeld aan IP-adressen door middel van het Domain Name System (DNS). Het IP-adres is een reeks getallen dat het adres van een apparaat op internet aangeeft. DNS maakt het voor de mens gemakkelijker om dat adres te onthouden. Zo zal bij het intypen van de domeinnaam van een website automatisch worden gezocht naar het IP-adres waarnaar deze domeinnaam verwijst.

Ontwikkelingen

De ontwikkelingen gaan razendsnel. Draadloze netwerktechnologie en het steeds kleiner worden van de noodzakelijke hardware zorgt er steeds meer voor dat steeds meer apparaten geschikt zijn om te worden aangesloten op het internet. Inmiddels staan we op het punt dat fysieke voorwerpen aan het internet worden gekoppeld. Dit heet The Internet of Things.

Related Juridische termen